17.5 C
Amsterdam

De prijs van de doorgeschoten secularisatie

Lody van de Kamp
Rabbijn en publicist.

Lees meer

De Servatiuskerk in Rutten in de Noordoostpolder sluit in de komende maanden haar deuren. De kerkgemeenschap is de laatste jaren alleen maar geslonken. Hetzelfde lot is de R.K-kerk in Heemstede beschoren. En de al eerder opgeheven Antonius Abt-kerk in Lunteren op de Veluwe wordt binnenkort gesloopt om plaats te maken voor woningen.


Dit zijn drie gebedshuizen van de velen die moeten worden toegevoegd aan al die andere honderden die de afgelopen jaren een andere, niet-religieuze, bestemming hebben gekregen. Als ze al niet gesloopt werden.

Dat het geloof in ons land hard achteruit holt, blijkt trouwens niet alleen aan het overbodig raken van kerken, synagogen, moskeeën of tempels. Het is ook te zien aan een schrikbarende afname van dat beetje kennis over religie dat een of twee generaties geleden nog gemeengoed was in de samenleving.

Bij een bezoekje aan het museum kan de gids niet meer volstaan met het verhaal over het leven van de schilder en wat hem of haar bracht om dit Bijbelse tafereel op het doek te vereeuwigen. Nee, eerst moet het Bijbelverhaal zelf worden verteld, een verhaal dat onze opa’s en oma’s allemaal gewoon nog kenden. Pas daarna kan het echte verhaal over het kunstwerk beginnen.

Een goed deel van de maatschappij met al haar moderniteiten heeft ervoor gekozen om seculier te gaan leven. Die vrije keuze die aan iedereen gegund wordt, kent echter zijn weerslagen op het niveau van de algemene ontwikkeling.


Als diverse burgers onder elkaar is juist dat beetje extra kennis over die ander noodzakelijk. Tenminste, als we willen vasthouden aan wezenlijke vormen van respect en fatsoen jegens hen die ervoor kiezen om wél met religieuze normen door het leven te gaan. De bekende vraag tijdens de ramadan – ‘Zelfs geen glaasje water?’ – is vast goed bedoeld, maar toont naast een gebrek aan inlevingsvermogen ook een gebrek aan kennis over geloof en geloofsleven.

Het ene geloof begrijpt het ander. In seculiere kringen gaat dat inmiddels helaas vaak anders

Ook de afgelopen ramadan werd ik als jood bij meerdere gelegenheden vereerd om aan te schuiven bij de iftar. Iedere keer werd de halal-tafel gesierd door ook één doosje waar in mijn koosjere maaltijd klaar stond. Deze voorziening werd elke keer door mijn gastvrouw of gastheer gezien als een eer om te kunnen regelen. Het ene geloof begrijpt het ander.

In seculiere kringen gaat dat inmiddels helaas vaak anders. Zo werd ik uitgenodigd door een Amsterdams debatcentrum om te spreken over ‘Je thuis voelen in de grote stad’. De avond begon met een gezamenlijke maaltijd. Zoals altijd had ik van tevoren aangegeven dat ik koosjer eet. ‘Meneer van de Kamp, dit gaan we verzorgen.’ Maar op de avond zelf? ‘Nee, het is niet gelukt. Logistiek was dit voor ons niet te regelen.’

Mijn mond viel open van verbazing. Niet over de afwezigheid van een hapje eten. De avond kom ik wel door. ‘Niet te regelen?’, zei ik. ‘Op nog geen kilometer afstand van hier in de grote stad bevindt zich een koosjere cateraar die overal in de stad zijn maaltijd bezorgt!’

Toen ik iets later op de avond aan het publiek werd geïntroduceerd aan de hand van de vraag ‘Voelt rabbijn Van de Kamp zich thuis in de grote stad?’, kon ik niet nalaten mijn openingszin als volgt te formuleren: ‘Er zijn momenten waarop rabbijn Van de Kamp zich soms eventjes niet echt thuis voelt in de grote stad.’

Ja, dit is de prijs die wij betalen voor de doorgeschoten secularisatie.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -