16.1 C
Amsterdam

Giftige mannelijkheid als wit cultuurprobleem

Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.

Lees meer

Voor sommige Nederlanders die dit jaar niet een rood-wit-blauwe, blauw-wit-rode of blauw-gele maar bij voorkeur oranje vlag hebben uitgestoken, vormden noch de Russische oorlog in Oekraïne, noch de Boerenoorlog in Nederland het grootste vraagstuk dat hen de afgelopen maand bezighield. Nee: zij waren vast vooral nieuwsgierig of prinses Amalia straks inderdaad tot het Amsterdamse Studentencorps zou toetreden, om zich daar op verenigingsfeestdagen door breteldragende mannelijke bestuursleden als koninklijke hoer te laten uitschelden.


Inmiddels is haar antwoord bekend: nee, in dat laatste heeft zij geen zin. Althans: vooralsnog. Het is net als met de Gouden Koets, waarin haar vader ook vooralsnog geen plaats meer zal nemen, tot de discussie zich heeft uitgekristalliseerd.

Wat de bejegening van vrouwelijke leden betreft, kan ze echter ook vandaag al concluderen dat al die vorige beloftes van cultuurverandering – denk aan het hertenlijstje van het Groningse Vindicat – bij de studentencorpora weinig om het lijf blijken te hebben.

In elk geval vervallen corpsballen van de nieuwe lichting kennelijk automatisch al snel in het wangedrag van hun voorgangers. De maffia-achtige zwijgplicht inzake interne misstanden doet dan voor de verwachting van de daders dat zij vrijuit kunnen gaan de rest. Of is dat al te ‘intellectueel’ gedacht: dat er bij aanstaande intellectuelen op zo’n moment inderdaad sprake is van enige vorm van verstandelijke overweging, waarbij inderdaad heel rationeel de ‘winst’ van de wandaad tegen de risico’s wordt afgewogen?

Het hopeloze recidive-gedrag heeft tot felle commentaren in de kranten geleid, waarbij sommige columnisten ook niet nalieten erop te wijzen dat hier, bij alle kritiek, tegelijk met twee maten gemeten werd. Bij soortgelijk wangedrag van jongeren met een Marokkaanse achtergrond zouden direct hun cultuur en godsdienst ter sprake zijn gebracht, en nu had niemand het daarover.

Tijd om over bepaalde aspecten van de Nederlandse cultuur en de mores van ‘de witte Nederlandse man’ te praten


Hassnae Bouazza schreef onder de titel ‘Alleen minderheden gaan altijd op één hoop’ in haar NRC-column van 29 juli: ‘Wanneer de beklaagde bicultureel is, kun je er vergif op innemen dat zijn afkomst en cultuur er met de haren bij worden gesleept.’ Toen de Nederland-Algerijnse rapper Boef vrouwen voor hoer bleek te hebben uitgescholden, waren ook alle Marokkaanse Nederlanders meteen de klos. ‘De verantwoordelijkheid voor individuele daden wordt standaard uitgesmeerd over de hele gemeenschap.’

Zulk gegeneraliseer, aldus Bouazza, zie je nooit bij witte daders. Niemand die bij Boefs collega Lil’ Kleine, of The Voice of Holland, het heeft ‘over de Nederlandse cultuur waarin succesvolle, witte mannen misbruik maken van jonge, weerloze vrouwen’. En ook de ophef over de ontsporing van ‘s lands toekomstige elite ten corpshuize zal ‘niet tot een groter debat leiden over de mores van de witte Nederlander’.

Doe dat dus ook niet als het gekleurde Nederlanders betreft. Seksisme en seksueel geweld tegen vrouwen is universeel en heeft kleur noch klasse. Het gebeurt overal, van achterstandswijken tot boardrooms.

Ik zou de pointe van haar juiste constatering echter willen omdraaien: misschien is het hoog tijd om juist ook eens over bepaalde aspecten van de Nederlandse cultuur en de mores van ‘de witte Nederlandse man’ te praten. In elk geval over die van de witte man in hogere kringen.

Daarbij is de meest wezenlijke vraag niet zozeer, waarom dit zowel bij Boef als de boefjes van het ASC gebeurt. Ik denk dat overal steeds de geestelijke onrijpheid van over het paard getilde adolescenten een rol speelt, die zichzelf als een hele pief beschouwen. Die dus meer mag. Boef door zijn succes als rapper, de ASC-boefjes door hun bretels en bestuursfuncties met plechtstatige titels als praeses of lid van de Senaat. Daarmee kan op onzekere jongerejaars veel indruk worden gemaakt. Het zijn sterke benen die de weelde van andermans ontzag kunnen dragen.

Essentieel is niet de vraag waarom het gebeurt, maar waarom anderen het laten gebeuren – zonder dat dit veel repercussies heeft. Niet voor de carrière van de daders, en niet voor het aantal aanmeldingen van nieuwe leden. Bij de instandhouding van deze witte elitecultuur spelen oudere generaties een cruciale rol: het corpslidmaatschap zit vaak in de familie, belooft veel lucratieve contacten, en wie na ‘wat vernedering’ al opgeeft, geldt binnen het hier dominante groepsdenken als een watje. En over deze mechanismes zou het eindelijk eens moeten gaan.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -