Hebben haatpredikers ook recht op compassie?

Thomas von der Dunk
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.

Lees meer

Dat conservatieve religieuze gemeenschappen moeite hebben met emancipatie en zelfbeschikking, dat werd dezer dagen opnieuw duidelijk. In India leidde het besluit van het hooggerechtshof dat ook vrouwen tot een hindoetempel moesten worden toegelaten, tot hevige rellen. Een jonge moslimvrouw uit Saoedi-Arabië vluchtte naar Thailand om aan de greep van haar familie te ontsnappen. Ofschoon het geloof officieel geen thema vormt, worden alle haar opgelegde sociale beperkingen met een beroep op zeer strikte geloofsopvattingen gelegitimeerd.

En in Nederland kregen we Nashville. Ofschoon de SGP nooit echt een geheim van haar opvattingen had gemaakt, was de verbazing over de ondertekening van de homofobe Amerikaanse verklaring door fractievoorzitter Kees van der Staaij groot. Dat heeft ongetwijfeld ook te maken met de scherpte van de formuleringen – wollig taalgebruik is Amerikaanse evangelisten vreemd. Overigens, al zal Van der Staaij het zelf in het publiek wat meer omzwachteld formuleren, binnen de muren van sommige zwartekousenkerken kunnen sommige dominees er, waar het om het letterlijk met hel en verdoemenis dreigen gaat, tot op vandaag ook wat van.

Hoe dan ook, dat maakt de verontwaardigde reactie aan orthodoxe zijde over de verontwaardiging in de rest van Nederland tamelijk hypocriet. Eerst tekenen en dan halfslachtig afstand nemen van de formuleringen omdat die kennelijk aanstootgevend zijn, zoals sommige ondertekenaars vervolgens deden, is tamelijk laf. Met twee tongen spreken, dat zien we in deze kring vaker. Van der Staaij en de zijnen moeten kiezen: ofwel Nashville ondertekenen en er dan ook echt voor staan, ofwel dit weigeren omdat men zich niet in de gekozen bewoordingen kan vinden. Je tekent of je tekent niet. Juist van hen die altijd tegenover anderen met de letterlijke geldigheid van het Woord schermen, mag dat worden geëist.

In de praktijk valt die standvastigheid overigens al vaker tegen. De Bijbel geldt in SGP-kring als het woord Gods, van kaft tot kaft. Dat is ook wat je nu hoort: er staat wat er staat en de door ons aangehangen interpretatie is al tweeduizend jaar ‘geldig’, dus er is geen reden om die te veranderen. Daarbij vallen twee essentiële kanttekeningen te plaatsen, een theologische en een historische. De theologische: hoe weet men dat dat het woord Gods is? Was de SGP er zelf bij toen Hij het opschreef? Terecht stelden drie doopsgezinde predikanten in de Volkskrant dat alle woorden over ‘boven’ nog altijd van onderen komen.

En dan de historische kanttekening: over die onveranderlijke en dus onveranderbare interpretatie. Met de Bijbel in de hand is ook achttien eeuwen lang door veel christenen – niet door alle! – de slavernij goedgepraat, zoals dat tot ver in de twintigste eeuw nog in orthodoxe kring ook gold voor de Zuid-Afrikaanse apartheid. Dat zijn opvattingen die men daar nu gelukkig verlaten heeft – ook al waren dat tot op dat moment opvattingen die ‘altijd’ geldig waren geweest.

Ook anderszins wordt in orthodoxe kring selectief gewinkeld. Bij Van der Staaijs voorganger Bas van der Vlies veranderde het heldere statement over die van-kaft-tot-kaft-geldigheid in vaag gemompel, toen ik hem eens zeventien jaar terug tijdens een interview met een paar passages uit het bijbelboek Leviticus confronteerde waarin voor bepaalde zondes steniging als passende straf werd vastgelegd. In Exodus werden ook aanbevelingen gedaan voor de verkoop van dochters als slavinnen, terwijl in Genesis aan de hand van de levenswandel van Abraham en Jacob duidelijk wordt dat veelwijverij de Heere toen nog geenszins een gruwel was.

In zulke gevallen durven – anders dan fanatieke IS-aanhangers, die inderdaad in hun kalifaat weer de slavernij hadden ingevoerd – zelfs de meest geharnaste christenfundamentalisten niet meer voor onverkorte toepasbaarheid van de Bijbel te pleiten. Dat is heel sympathiek, maar daarmee wordt niet alleen indirect de tijdgebondenheid van bepaalde passages erkend – hét argument van de overgrote niet-fundamentalistische meerderheid van christenen – maar ook direct automatisch de Bijbel als absolute woord Gods gerelativeerd.

Zelfs die SGP’ers maken namelijk toch uiteindelijk zelf een keuze, wat voor échte letterknechten uit den boze zou moeten zijn. Maar daarmee is er ook meteen sprake van willekeur, want waarom zou de ene bijbelpassage wél en de andere níet eeuwig geldig zijn? Ofwel de Bijbel is in zijn geheel het woord Gods, ofwel dat is niet zo. En dan is de ene selectie door gelovigen niet minder legitiem dan de andere en wordt dus, hoezeer men dat in SGP-kring niet wil weten, wat wij vandaag fatsoenlijk vinden doorslaggevend.

In dat opzicht valt direct de grote onverdraagzaamheid van de zwaar gelovigen op: alleen hún interpretatie is de juiste, de anderen zijn geen echte christenen. Dat maakt ook het nu opstijgende gejammer over de ‘onverdraagzaamheid’ van de niet-orthodoxe meerderheid zo bizar. Wie maar één Waarheid accepteert en vanaf de kansel met de hel dreigt jegens iedereen die er anders over denkt, moet niet klagen als hij na zijn haatpreken elders op weinig compassie stuit.

Bizar is in dat opzicht ook de klacht dat één van de ondertekenaars nu niet meer voor een preek in de protestantse kerk van Gorinchem welkom is. Het lijkt mij logisch dat je daarvoor als kerkelijke gemeente alleen iemand uitnodigt wiens morele waarden je deelt. Zou een vrijzinnige dominee als gastspreker veel kans maken om bij fundamentalisten de preekstoel te beklimmen? En vloeiden de Afscheiding van 1834 en de Doleantie van 1896 niet juist voort uit de orthodoxe weigering om andersdenkenden binnen één kerkgenootschap te tolereren? Als men de eigen geschiedenis een beetje kende, zouden juist op dit punt de Nashville-ondertekenaars er beschaamd het zwijgen toe moeten doen.

- Advertentie -

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here