13.7 C
Amsterdam

Houd de markt buiten de dood

Lody van de Kamp
Rabbijn en publicist.

Lees meer

‘De begraafplaatsen kosten gemeenten meer dan ze opleveren.’ Bij het voorlezen van deze zin uit het nieuws viel er letterlijk een doodse stilte. De dame die mij het artikel liet lezen schudde haar hoofd en mompelde: ‘Ja, dit is echt een doodlopende weg.’


De voormalig opperrabbijn van het Verenigd Koninkrijk, Sir Immanuel Jacobovits, begon tientallen jaren geleden een heftige discussie aan de overkant van de Noordzee over het in stand houden van oude begraafplaatsen. Hij deed dit met de uitspraak: ‘Aan de wijze hoe wij met onze doden omgaan, is te zien welk respect wij tonen aan onze levenden’.

In de gezondheidszorg zijn patiënten cliënten geworden. Ziekenhuisbedden zijn een verdienmodel. De huisarts om de hoek moet plaatsmaken voor de B.V. Gezondheid. En de beschikbaarheid van medicijnen heeft niets meer te maken met de voorraad bij de apotheker, maar alles met de beurskoers van de grote multinationals.

En nu zijn de doden dus aan de beurt. Meerdere gemeenten in Noord-Brabant maken zich zorgen dat ‘de lasten hoger zijn dan de baten’ en klagen dat ze zich deze ‘financiële inspanning niet langer kunnen veroorloven’.

Binnen onze joodse gemeenschap is, net zoals binnen andere religieuze gemeenschappen, het verzorgen van de doden nog altijd een daad van liefdadigheid die door vrijwilligers onbaatzuchtig wordt verricht. En na het ter aarde bestellen wacht de overledene nog steeds een eeuwige graftrust. Opgraven en het knekelveld zijn uit den boze.

Termen als ‘kosten-batenanalyse’ blijven ver weg van de dodendakker. En zo hoort dat ook.


Nu weten we natuurlijk dat de regels over het omgaan met de overledenen in het jodendom en ook in de islam dateren van vér voordat de huidige manier van omgaan met het stoffelijk overschot bestond. In die tijd hoefde er nog geen regelgeving te worden uitgevonden voor crematie, obductie, euthanasie, voltooid leven en meer van die producten die hun weg inmiddels ook naar de commerciële markt hebben gevonden.

Het lichaam wordt gezien als het stoffelijk omhulsel dat het spirituele in ons, de menselijke ziel, tijdens dit aardse leven tegen het materiële om ons heen beschermt. Wanneer haar taak volbracht is en de ziel terugkeert naar het Hemelse, dan wordt dat lichaam vanwege de bijzondere taak die het heeft verricht op de meest omzichtige en respectvolle manier ter aarde besteld. Zo volledig mogelijk, zo onbeschadigd mogelijk en zo waardig mogelijk. De kwaliteit van deze rituele handelingen zal nooit afhankelijk zijn van wat de markwerking of andere economische factoren hiervan vinden.

Termen als ‘kosten-batenanalyse’ horen hier ver weg te blijven

Binnen het jodendom bestaat een plicht om de dode onmiddellijk na het moment van overlijden te bedekken. Zorgvuldig wordt een laken over het gehele lichaam uitgespreid. Ook over het aangezicht. Alle handelingen die daarna plaats gaan vinden – de wassing, het kleden en het kisten – gebeuren allemaal in die toegedekte toestand.

Een van de redenen die hiervoor wordt gegeven, is dat het niet is toegestaan om de dode in het gezicht te kijken. Deze kan immers niet terugkijken. De overledene is vanwege de doodstoestand kwetsbaar ten opzichte van de levenden in de naaste omgeving. Een dode aanstaren wordt gezien als het aantasten van de waardigheid van het levenloze dat hier nu ligt.

Zo kwetsbaar is de dood, zo noodzakelijk is het respect dat de dood en alles wat daarbij hoort verdient.

Marktwerking in de zorg? Houd de markt buiten de dood. Laat nabestaanden rustig en in vrede rouwen om hun dode.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -