‘Wil je een column schrijven voor ons blad de Kanttekening?’ was de vraag. ‘Goede titel voor een blad,’ zeg ik. ‘Waarover willen jullie een column?’ ‘Dat kan van alles zijn, het leven in alle facetten.’ ‘Jaaa, dat wil ik wel, het leven in alle facetten!’
Ik ben cabaretière en columniste. Van 1997 tot 2007 heb ik columns geschreven voor het Parool, daarna voor de VPRO en NRC Next. Toen ben ik vertrokken uit Nederland om mijn man en mijn kind, en vooral mijn familiegevoelens, te dienen in plaats van de kunst. Het was de grootste rijkdom die ik me kon bedenken: fulltime moeder mogen zijn. Maar creëren maakt je gelukkiger dan consumeren.
Toen mijn kind mij niet meer nodig had en naar de universiteit ging, en mijn man ook niet meer — want hij werd verliefd op een ander — ja, toen begon mijn instinctieve creatieve vermogen te kriebelen. Dat leidde tot een terugkomst naar mijn thuisland Nederland, om weer het theater in te gaan en weer te schrijven.
Na uitverkochte Carré-jaren, nu in hele kleine zalen, amper halfvol, voelde het als vergane glorie… maar: ‘Je bent pas vergaan als je dat zelf accepteert’, hoor ik mijn moeder zeggen. En zolang je leeft is er niets vergaan.
Dus op volle toeren treed ik weer op in theaters met mijn cabaretvoorstelling Later als ik groot/dood ben en ik schrijf weer boeken en columns. Ik ben weer terug, zowel in Nederland als in de wereld van literatuur en kunst, maar bovenal in mezelf. En dat is een goed gevoel!
Terwijl ik dit tik in de bus, hoor ik een man achter mij:
‘Ik krijg al een tijdje een uitkering, maar nu heeft het arbeidsbureau een baan voor me. Nou, het zal mij benieuwen.’
Ik moest denken aan een mop van vroeger, toen ik elf was.
Een klasgenoot vertelde: ‘Mensen schreeuwden: “Wij willen werk!” De baas riep: “We hebben maar één baan. De keuze is gevallen op jou.”’ Hij wees naar een Surinaamse man die vooraan stond. Vol verbazing riep hij: ‘Wwaarom ik?’
Wat stoer, een vrouw als buschauffeur. Dit had mijn vader moeten zien
Iedereen in de klas lachte. Behalve Rosita en ik. Rosita was Surinaams. Ze vond het belachelijk, het vooroordeel over Surinamers, en voelde zich beledigd; ze had tranen in haar ogen. En ik… ik begreep het niet, want ik kende dat vooroordeel over Surinamers niet.
Rosita dacht dat ik niet lachte uit solidariteit met haar. En zo werden wij goede vrienden.
Ik staarde voor me uit in gedachten en keek vol bewondering naar de buschauffeur: hoe zij met die grote versnellingspook schakelde en aan dat grote stuur draaide.
‘Wat stoer, een vrouw als buschauffeur. Dit had mijn vader moeten zien. Hij zei altijd dat vrouwen niet eens fatsoenlijk auto kunnen rijden, laat staan een bus’, zeg ik.
‘Ik kon het tot twee jaar geleden ook niet. Ik heb het geleerd. En daarbij: man, vrouw, iedereen kan het leren!’ zegt de buschauffeur.
‘Wat deed u hiervoor dan?’ vraag ik.
‘Ach… ik leefde van mijn uitkering, wat me best beviel: vrije tijd. Maar na een paar jaar begon het nietsdoen aan me te knagen. Mijn vrouw zei dagelijks dat ik een nietsnut was, ze vond me een stuk onbenul.
Toen zag ik een advertentie dat er buschauffeurs werden gezocht. Ik kreeg bijscholing en rijles om mijn busrijbewijs te halen en zo begon het.
Nu verdien ik iets meer, maar ik voel me gelukkiger en zelfs mijn vrouw respecteert me nu.’
Dat begrijp ik. Je eigen geld verdienen geeft je niet alleen onafhankelijkheid, maar vooral je eigenwaarde terug. Over arbeid zei Multatuli: ‘De ziel van de mens groeit niet in het loon, maar van de arbeid die het loon verdient.’ En zo is het.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

