13.4 C
Amsterdam

Iraanse vrouwen hebben niets aan gelijkhebberige Nederlanders

Gert Jan Geling
Publicist. Kernlid van de denktank Liberales. Onderzoeker aan het Leids Universitair Centrum voor de Studie van Islam en Samenleving dat verbonden is aan de Universiteit Leiden.

Lees meer

Hoe kan het toch dat de dappere Iraanse vrouwen in Nederland nauwelijks steun krijgen, maar dat Nederlanders wel met elkaar overhoop liggen over de hoofddoek?


Het is al wekenlang onrustig in Iran. Veel mensen zijn de straat opgegaan na de dood van een jonge Koerdisch-Iraanse vrouw – Masha Amini – die door Irans religieuze zedenpolitie vermoord werd omdat ze haar haar niet goed had bedekt. In Iran treden deze zedeloze zeloten geregeld hard op, met name tegen vrouwen, als mensen zich niet aan de religieuze voorschriften en wetten houden.

Maar het gaat in Iran om veel meer dan om vrouwenonderdrukking alleen. De burgers van Iran worden onderdrukt door een wreed theocratisch regime, dat de vrijheid smoort en de mensenrechten schendt. Politieke tegenstanders belanden in de gevangenis of aan de galg. Iran voert jaarlijks honderden executies uit, alleen in China worden er jaarlijks meer mensen terechtgesteld. In 2009 kwamen de Iraniërs ook in opstand tegen hun theocratische tirannen, maar tevergeefs.

Een van de symbolen van de huidige protestbeweging is het afdoen van de hoofddoek – tezamen met het afknippen van een lok van het haar om solidariteit te betonen. Iraanse vrouwen gooien massaal hun hoofddoek af om zo te protesteren tegen de onderdrukking door het regime, dat vrouwen immers verplicht om een hoofddoek te dragen.

Hier in Nederland is de hoofddoek ook geregeld onderwerp van discussie. En de Iraanse protesten hebben tot een nieuw hoofdstuk in deze discussie geleid. Op Twitter, op andere social media, in opiniestukken en in columns raken voor- en tegenstanders met elkaar in de clinch over dit stukje stof.

Voorstanders van de hoofddoek – waaronder Trouw-columniste Emine Ugur, die zelf een hoofddoek draagt, en Volkskrant-columniste Asha ten Broeke – stellen dat de werkelijke strijd om vrijheid gaat. In Iran zijn vrouwen niet vrij om hun hoofddoek af te doen, maar in Nederland is er een boerkaverbod, mogen vrouwen met een hoofddoek niet bij de politie werken en pleiten partijen als de PVV zelfs voor een hoofddoekverbod.


Tegenstanders van de hoofddoek – waaronder Frankrijk-correspondent Kleis Jager van Trouw en Telegraaf-journalist Wierd Duk – zien de hoofddoek daarentegen als hét symbool van vrouwenonderdrukking. Moslima’s zouden extra solidair met Iraanse vrouwen kunnen zijn, vinden tegenstanders, door dit moment aan te grijpen om de hoofddoek ook hier in Nederland af te werpen.

Er iets bijzonders aan de hand. Beide partijen staan ideologisch gezien lijnrecht tegenover elkaar, maar tegelijkertijd grijpen beide groepen de tragische gebeurtenissen in Iran aan om hier in Nederland hun grote gelijk te halen.

Sommige hoofddoekdraagsters en andere stemmen uit islamitische hoek maken nu een manke vergelijking tussen de situatie in Iran en die in Nederland. Deze vergelijking is onterecht, want Iran is een theocratische dictatuur en Nederland is een parlementaire democratie. De onvrijheid in Iran is niet te vergelijken met de grote vrijheid die mensen – ook moslims – hier in Nederland hebben.

Daarnaast stellen deze hoofddoekdraagsters dat het dragen van een hoofddoek een vrije keuze is in de islam. Ze gaan voorbij aan het feit dat hijab – een term die staat voor meer dan voor de bedekking van het haar alleen – wel degelijk een voorschrift uit de Koran is, met als bedoeling te voorkomen dat vrouwen mannen in de verleiding brengen. Het is een patriarchaal voorschrift dus, dat in islamitische theocratieën tot wet is verheven en waarmee vrouwen onderdrukt worden. De protesten in Iran tegen de hoofddoekplicht kunnen daarom niet los worden gezien van de islam.

De protesten in Iran tegen de hoofddoekplicht kunnen niet los worden gezien van de islam

Tegenstanders van de hoofddoek, die Emine Ugur hard hebben aangevallen op social media, gaan voorbij aan het feit dat het de Iraanse demonstraten om veel meer te doen is dan om de hoofdoek alleen. Want Iraniërs gaan de straat op tegen theocratie, tegen mensenrechtenschendingen, tegen het juk van onvrijheid dat de ayatollahs aan het Iraanse volk hebben opgelegd.

Maar deze nuances zijn aan de Nederlanders die elkaar nu in de haren vliegen niet besteed. In plaats van dat ze elkaar vinden in solidariteit met de dappere Iraniërs gaan ze een stammenstrijd met elkaar aan, om te kijken wie het morele gelijk aan zijn of haar zijde heeft.

Het hoeft geen betoog dat Iraanse vrouwen helemaal niets hebben aan deze gelijkhebberige Nederlanders. Maar daar hebben deze zanikende zeloten geen boodschap aan. Ze willen immers alleen hun eigen boodschap horen.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -