16 C
Amsterdam

Is dekolonisatie wel altijd een goed idee?

Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.

Lees meer

1 juli was het vijfentwintig jaar geleden dat de Britten hun kroonkolonie Hongkong overdroegen aan de regering in Peking, waarmee de dekolonisatie van China werd voltooid. Eén land, twee systemen – dat was de garantie die Peking toen aan de inwoners meegaf voor tenminste vijftig jaar. Daarna zou men dan verder zien.


Van die vijftig jaar is nu de helft om en van de beloftes van toen is niets meer over. Ja, Hongkong is nog een beetje een economische vrijplaats. Maar Xi heeft de laatste politieke vrijheden de afgelopen jaren compleet vermorzeld.

Van ook maar een bescheiden aanzet tot democratie is geen sprake meer. De vrije pers is gekneveld en de opponenten van het regime staan buitenspel, zijn gevlucht of gevangen gezet. De politieke gelijkschakeling is compleet, waarbij ook de coronapandemie de machthebbers in de kaart heeft gespeeld.

In Hongkong heerst nu dezelfde totalitaire dictatuur als in de rest van China. Taiwan is gewaarschuwd: dit staat het eiland ook te wachten, als Peking het in zijn greep mocht krijgen.

Beloftes van dictators – ze zijn niets waard. Dat geldt voor Xi ten aanzien van Hongkong niet minder dan voor Poetin ten aanzien van het niet-aanvallen van Oekraïne.

Hoe zouden de inwoners van Hongkong nu terugkijken op het besluit van de Britten een kwart eeuw geleden om hun handen van Hongkong af te trekken? Was die dekolonisatie onder het motto van nationale zelfbeschikking in dit geval misschien toch niet zo’n goed idee? Wat koop je voor ‘nationale waardigheid’ – een vast thema van antiwesterse dictators – als je persoonlijke vrijheid en waardigheid als individu wordt vertrapt?

Een deel van de Hongkongse zakenelite zal er vermoedelijk niet al teveel om malen. Zolang hun economische verdienmodel maar in stand blijft en hun daarmee verworven bezit veilig is. Maar de vraag is hoe lang ook dát nu nog het geval zal zijn. Dictaturen bezitten de neiging om ook de economisch succesvollen niet geheel met rust te laten, omdat economische macht zich snel in een gebrek aan politieke onderdanigheid vertalen kan.


Wat koop je voor ‘nationale waardigheid’ – vast thema van antiwesterse dictators – als je persoonlijke vrijheid en waardigheid wordt vertrapt?

Het is natuurlijk een heel gevaarlijke vraag om te stellen: in hoeveel gewezen koloniën zijn sinds de dekolonisatie de bewoners wezenlijk beter af? In hoeveel ex-koloniën komt de gevierde nationale vrijheid vooral op vrijheid voor een kleine nationale elite neer?

Wijlen Mugabe – en hij was de enige niet – placht westerse kritiek op de mensenrechtenschendingen van zijn regime, op de onvrijheid van zijn onderdanen altijd af te doen met woorden als: ‘Wij Zimbabwanen zijn nu vrij – vrij van de bemoeienis van jullie.’ Maar zouden zijn opponenten in eigen land daarover hetzelfde hebben gedacht?

Wanneer ben je beter uit: als burger in een soevereine dictatuur – of als bewoner van een buitenlandse kolonie met een fungerend rechtstatelijk systeem?

Niet dat van dat laatste anno 1900 in veel Europese koloniën sprake was – laat daarover geen misverstand bestaan. Ook in Nederlands-Indië niet, waar critici van het kolonialisme als Soekarno als politieke delinquenten in kampen verdwenen. Dus dat in die situatie de keus tegen de kolonisatoren voor de hand ligt, is evident. Maar hoe zou dat anno 2000 zijn geweest, stel dat de Indonesiërs niet in 1945 met succes in opstand waren gekomen?

Wie naar de Nederlandse Antillen kijkt, moet in elk geval constateren dat een groot deel van de bevolking, bij alle kritiek op haar achterstelling, bij nader inzien dan toch maar liever bij Nederland blijft.

Toen in 1975 Suriname de onafhankelijkheid verwierf, verhuisde meteen een zeer groot deel van de inwoners naar Nederland, nu dat nog kon. Dat zegt iets over het geringe vertrouwen in de toekomst van hun eigen land, en velen daarvan zullen zich in dat geringe vertrouwen door de ontwikkelingen vanaf de Decembermoorden bevestigd hebben gevoeld. Nog steeds is, inmiddels veertig jaar later, de erfenis van Bouterse nog niet definitief overwonnen.

Er zijn maar weinig voormalige Europese koloniën in Azië en Afrika die intussen als stabiele democratie kunnen beschouwd. Veel van de beloftes zijn in dat opzicht niet waargemaakt. Die nieuwe staten onderdrukken vaak ook hun eigen minderheden – denk aan de Papoea’s en Molukkers in Indonesië, wier eigen nationale ambities keer op keer in bloed worden gesmoord.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -