Misplaatste nostalgie in een veranderend Nederland

Gert Jan Geling
Gert Jan Geling
Publicist. Kernlid van de denktank Liberales. Onderzoeker aan het Leids Universitair Centrum voor de Studie van Islam en Samenleving dat verbonden is aan de Universiteit Leiden.

Lees meer

‘Geef mij het Nederland terug waar mijn vader het over had’, zo schrijft Azzedine Karrat in zijn column voor De Kanttekening van 22 augustus. Hij geeft aan terug te verlangen naar het tolerante Nederland dat open stond voor andersdenkenden, het Nederland waar zijn vader het altijd over had en waar Karrat eind jaren negentig van de vorige eeuw zelf naartoe emigreerde.

Een begrijpelijk verlangen. Voor veel Nederlandse moslims die zich de jaren negentig nog herinneren is het sindsdien alleen maar, om Geert Wilders te parafraseren, minder, minder, minder geworden. De islam en moslims worden steeds kritischer bejegend in deze nieuwe eeuw. We kunnen dus constateren dat er – ook in islamitische kringen – een zekere nostalgie bestaat naar de jaren negentig.

Maar nostalgie is in veel gevallen misplaatst en gebaseerd op een geromantiseerd verleden dat nooit echt bestaan heeft. Dat kunnen we ook over de nostalgie van Karrat zeggen. Want was Nederland wel zo tolerant toentertijd?

Geregeld word er betoogd dat de zogenaamde tolerantie eigenlijk vooral onverschilligheid was. Migranten werden tijdelijk gedoogd. Nederlanders waren bijvoorbeeld vriendelijk tegenover gastarbeiders omdat die gezien werden als gasten. Dit veranderde echter toen de gastarbeiders besloten te blijven en hun gezinnen lieten overkomen uit Turkije en Marokko. Van gasten werden ze toen in één keer medeburgers. Veel Nederlanders werden toen geconfronteerd met iets wat ze niet aan hadden zien komen: de multiculturele samenleving.

De jaren negentig keren niet meer terug, de jaren vijftig evenmin

Deze vlieger gaat ook op voor de islam. Aanvankelijk werd deze religie vooral in achterafkamers gepraktiseerd. Maar vanaf het begin van de eenentwintigste eeuw begonnen de moskeeën overal in het straatbeeld te verschijnen, evenals de hoofddoek. Het werd duidelijk dat de islam een blijvend onderdeel van de Nederlandse samenleving was geworden.

Door deze feiten veranderde de houding van veel Nederlanders tegenover migranten en de islam. Mensen werden verschillig in plaats van onverschillig. Je bent voor of tegen de multiculturele samenleving, voor of tegen de islam, voor of tegen moslims. Een tussenweg is er eigenlijk nauwelijks meer, de onverschilligheid van vroeger is geschiedenis.

Maar is Nederland daarmee ook meteen een stuk intoleranter geworden? Dat is maar de vraag. Uit een in 2017 verschenen rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat in 1994 nog 49 procent van de Nederlanders van mening was dat er teveel mensen van een andere nationaliteit in Nederland leefden. In 2017 was dat percentage gedaald naar 31 procent. Op basis van deze cijfers zou je kunnen concluderen dat Nederland juist toleranter is geworden.

Maar waarom ervaren veel moslims die tolerantie niet en zien zij vooral intolerantie? Het verdwijnen van de onverschilligheid is mogelijk een verklaring, maar ook dat de in de jaren tachtig en negentig dominante politieke correctheid tegenwoordig zwaar onder vuur ligt. Tegenwoordig durven mensen die kritisch zijn over de islam en over moslims dit ook hardop te zeggen, dankzij de Fortuyn-revolte en dankzij de nieuwe mogelijkheden van het internet. Het is daarom dus niet gek dat Nederlandse moslims vaker geconfronteerd worden met openlijke kritiek.

Trouwens, er is nog een andere reden waarom de nostalgie van Karrat en ongetwijfeld vele anderen misplaatst is. Meerdere groepen in ons land ervaren namelijk heimwee naar een Nederland dat nooit echt bestaan heeft. Veel autochtone, niet-islamitische Nederlanders bijvoorbeeld verlangen terug naar vroeger, een tijd toen geluk nog heel gewoon was, in hun beleving althans.

Dit was ook een Nederland waar de islam nog nauwelijks een rol speelde. Socioloog Paul Scheffer beschrijft in zijn boek Het land van aankomst het gevoel van ‘vervreemding’. Dit bestaat bij zowel de autochtone burger, die zijn land als gevolg van migratie rap ziet veranderen en zich een vreemdeling in eigen land voelt, als bij de migrant, die tussen wal en schip valt van enerzijds het land van herkomst en anderzijds het land van aankomst.

De nostalgie van beide groepen is begrijpelijk, maar brengt ons als samenleving weinig verder. Heimwee naar vroeger gaat ons niet vooruit helpen, terwijl we ons juist op de toekomst zouden moeten richten. De jaren negentig keren niet meer terug, de jaren vijftig evenmin. De tijd gaat alleen maar vooruit en de vraag is waar naartoe. Daar moeten we ons dan ook op richten. Welk Nederland willen we hebben voor de komende decennia?

- Advertentie -

1 REACTIE

  1. Beste mijnheer Geling, wat weet u er van:
    “..Maar nostalgie is in veel gevallen misplaatst en gebaseerd op een geromantiseerd verleden dat nooit echt bestaan heeft…” ,

    U bent geboren in 1987. Voor u zich enigszins bewust was van uw omgeving was het ongeveer 2000…
    Praat niet over dingen waar u geen verstand van heeft ; u was er nog niet in de jaren ’50 en ’60 toen ‘geluk heel gewoon was’.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here