Moeten media gebalanceerd berichten over de islam?

Gert Jan Geling
Gert Jan Geling
Publicist. Kernlid van de denktank Liberales. Onderzoeker aan het Leids Universitair Centrum voor de Studie van Islam en Samenleving dat verbonden is aan de Universiteit Leiden.

Lees meer

Gert Jan Geling is publicist, kernlid van de denktank Liberales en onderzoeker aan het Leids Universitair Centrum voor de Studie van Islam en Samenleving (LUCIS), dat verbonden is aan de Universiteit Leiden.

De ramadan is een periode die ik persoonlijk gezien eigenlijk nooit kan vergeten. Dankzij de sociale media word ik er namelijk altijd aan herinnerd wanneer hij begint. Dit is voor een belangrijk deel te danken aan de moslims in mijn omgeving, voor wie de ramadan logischerwijs een belangrijke periode is. Maar niet alleen moslims besteden veel aandacht aan de ramadan. Ook de media zorgen er tegenwoordig voor dat we niet meer om deze periode heen kunnen.

Kranten, televisie en ook diverse online media besteden uitgebreid aandacht aan de ramadan. Vaak is het bij uitstek een periode waarin de islam, die doorgaans in de optiek van velen negatief wordt belicht, eens uitgebreid op positieve wijze benaderd wordt. Gewone moslims krijgen een podium en media geven een inkijkje in het leven van islamitische families gedurende de vastenmaand.

Vanzelfsprekend zijn er dan velen in ons land die weer aanstoot nemen aan de positieve aandacht voor moslims en de islam tijdens deze maand. Vaak zien dergelijke mensen zichzelf het liefst in hun eigen gelijk bevestigd. Om die reden trekken ze perspectieven die afwijken van hun eigen denken erg slecht. Maar met positieve aandacht hoeft op zich niet veel mis te zijn. Zeker in een tijd waarin de islam en moslims geregeld negatief in het nieuws komen, is het goed wanneer ook de andere kant van de realiteit in beeld wordt gebracht.

Dit alles vormt een mooie aanleiding om eens kritisch te kijken naar de wijze waarop moslims en de islam door de media worden geportretteerd. Onderzoeken hiernaar laten een wisselend beeld zien. Sommige onderzoekers stellen dat de media de islam vaak op negatieve wijze belichten. Recentelijk kwam historicus Tayfun Balcik met het onderzoek Moslims in Nederlandse kranten, waarin hij concludeerde dat de vier grootste Nederlandse kranten – de Telegraaf, de Volkskrant, het AD en het NRC – voornamelijk negatief over moslims berichten, met de Telegraaf als koploper. Sociaal en cutureel antropoloog Aalt Smienk, die bezig is met een promotieonderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam over dit onderwerp, is daarentegen van mening dat positieve en negatieve aandacht voor de islam elkaar in redelijke mate afwisselen in de zogenoemde mainstream media.

Hoe zij tegen deze kwestie aankijken wordt uiteraard ook bepaald door hun eigen overtuiging. Degenen die zich op positieve wijze verhouden tot de islam zullen zich vaker storen aan negatieve aandacht voor deze religie, terwijl diegene die er juist negatief over zijn eerder getriggerd worden wanneer er weer positieve aandacht is. Met andere woorden: de media kunnen het toch nooit goed doen in de ogen van anderen. Ze doen er daarom beter aan een eigen koers te varen.

Moeten media dan altijd maar het midden vinden? Moeten ze altijd positieve en negatieve aandacht voor de islam balanceren? Niet zozeer. Media hebben als taak de realiteit zo goed mogelijk onder de aandacht te brengen. Als deze positief of negatief is, dan is dat wat het is – en dus ook wat je te zien, te lezen of te horen krijgt. Logischerwijs krijgen zaken die negatief zijn meer aandacht dan zaken die positief zijn. Dat komt niet door een anti-islamitische bias, maar het is een oude mediawet dat juist datgene wat afwijkt van het normale nieuws is. Vaak is het negatieve dan nieuws. Goed nieuws is vaak geen nieuws.

Maar dit is niet het hele verhaal. Media dienen rekening te houden met het feit dat negatieve beelden leiden tot negatieve beeldvorming. Dit is een ontwikkeling die we in Nederland al geruime tijd waarnemen. Positieve aandacht voor de islam tijdens de ramadan lijkt, met deze context in het achterhoofd, een soort goedmakertje te zijn – een stukje compensatie. Media lijken zich schuldig te voelen over al het negatieve nieuws dat ze normaal brengen over de islam. Door positief over de ramadan te berichten kopen de media hun schuld af.

Positieve beeldvorming kan heel goed zijn, mits de media bij de werkelijkheid blijven en deze zo eerlijk mogelijk weergeven. Positieve beeldvorming over de islam tijdens de ramadan weerlegt ook de stelling van diegenen die betogen dat de Nederlandse media alleen maar negatief over de islam zijn. Daarnaast brengt het die mensen die echt geloven dat de islam alleen maar slecht is hopelijk ook een stukje realiteitszin bij. De ramadan biedt mensen die oprechte interesse hebben in anderen immers een leuk kijkje in de keuken – letterlijk! – van de gemiddelde moslim in Nederland. Dat is een perspectief dat je niet iedere dag meekrijgt. In dit opzicht is aandacht voor de ramadan in de Nederlandse media ook zeker iets verrijkends.

 

- Advertentie -

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here