12 C
Amsterdam

Nederland behoort tot het kaas-Europa, niet het worst-Europa

Thomas von der Dunk
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.

Lees meer

Voor een immigrant behoort het leren begrijpen van de cultuur van zijn nieuwe vaderland tot de lastigste opgaven die er zijn. Taal en praktische zaken vallen vooraf te leren, maar voor het ontwikkelen van een antenne voor de cultuur geldt dat niet.

Hoofdopgave: snap dat rare land waarin je bent beland. Waar liggen historische gevoeligheden, wat zijn vanzelfsprekende aannames qua gedrag en opvattingen, wat is taboe? Waar maakt de westerse ‘rationaliteit’ plaats voor irrationele emotie?

Van buitenaf lijkt Europa vaak een cultureel blok, zonder wezenlijke interne verschillen. De Europese Unie presenteert zich ook naar buiten zo, met ‘tijdloze’ waarden als rationaliteit en rechtstaat, democratie en meritocratie.

Maar ‘Europa’ bestond natuurlijk al voor 25 maart 1957, de oprichtingsdatum van de belangrijkste voorloper van de EU, waarmee die dus over twee maanden de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Veel Europese vanzelfsprekendheden stammen uit een tijd, waarin die waarden helemaal niet toonaangevend waren.

Wie even wat dieper graaft  – onder die Brusselse korst van verheven proclamaties over mensenrechten, tolerantie en vrede op aarde  –  ziet dat Europa geen culturele eenheid vormt. Het continent is een bonte verzameling van al duizend jaar ruziënde volksstammen, elk met eigen rare hobby’s die met de verheven proclamaties weinig van doen hebben. Die hobby’s zijn volstrekt onbegrijpelijk voor de buren, maar zelf zijn ze er zeer aan gehecht. Ze vormen het onderliggende thema van menig stripverhaal van Asterix.

Voor wie meent dat Nederland géén rare hobby’s heeft – en veel Nederlanders met hun zelfbeeld van nuchterheid denken dat – geef ik er twee. Ten eerste onze nationale vuurwerkgekte, die niet voor de Amerikaanse vuurwapengekte onderdoet. Nederlanders en Amerikanen vinden die van elkaar vast onbegrijpelijk. En ze vinden het ook onbegrijpelijk dat de ander hun eigen gekte onbegrijpelijk vindt.

Zo heeft ‘der Wald’ voor Duitsers een veel grotere gevoelslading dan ‘het bos’ voor Nederlanders

Ten tweede de ’oranjemanie’. Ieder die weleens heeft meegemaakt hoe een nuchtere Nederlander bij de aanblik van ‘de Majesteit’ – de term alleen al – een waas van opperste gelukzaligheid over zijn ogen krijgt, in de hoop dat iets van die koninklijke glans ook op hém afstraalt , weet wat ik bedoel. Op meer alledaags niveau vertaalt zich dat in de onbedwingbare aandrang om op hoogtijdagen de halve straat, het eigen gezicht of het gemeentelijke konijnenhok oranje te schilderen.

De vuurwerkgekte staat haaks op rationaliteit, de monarchie haaks op meritocratie. De verdedigingslinie die dan wordt opgeworpen luidt: ‘Ja, maar dat is nu eenmaal traditie’. Inderdaad. En een beroep op ‘traditie’ staat bijna per definitie haaks op het verstand.

Bij de buren zijn het weer andere zaken die een gevoelige snaar raken. Zo heeft ‘der Wald’ voor Duitsers een veel grotere gevoelslading dan ‘het bos’ voor Nederlanders. Dat valt niet los te zien van dat oeroude beeld van Germanen vergaderend onder de eikenboom. Het dreigende ‘Waldsterben’ door milieuvervuiling vormde in Duitsland in de jaren tachtig derhalve een veel groter thema dan bij ons. Dit komt mede omdat die bossen in ons eigen ingenieursland allemaal kunstmatig aangelegd zijn en weinig met mystieke natuur hebben uit te staan.

Ook de Fransen hebben weinig met bos. Maar ze hebben veel met wijn en kaas. ‘Het is moeilijk een land te regeren met 246 verschillende kazen’, zei Charles de Gaulle ooit. Het had ook over wijn kunnen gaan. Maar hij zou dat nooit over worst gezegd hebben, ofschoon er in Frankrijk vast ook veel verschillende soorten worst worden gefabriceerd.

Een Duitse politicus zou in zo’n beeldspraak juist eerder naar bier en worst grijpen, omdat dat meer aan het Duitse zelfbeeld appelleert. Er bestaat in dat opzicht een kaas-Europa en een worst-Europa. Ook Nederland is mentaal meer van de kaas dan van de worst.

En nu is er dus de financiële noodkreet van de Franse bakkers: de energie wordt onbetaalbaar. Een volksopstand dreigt. Ook brood is voor Fransen méér dan alleen maar iets dat je eten kunt. De baguette heeft het zelfs tot nationaal UNESCO-erfgoed gebracht. Vandaar dat president Emmanuel Macron nu alles doet om de Franse bakker te redden. Dat geniet, teneinde zijn eigen presidentschap te redden, nog een grotere prioriteit dan Oekraïne.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -