14.3 C
Amsterdam

PKK en Erdoğan hebben achterban bedrogen

Mehmet Cerit
Hoofdredacteur.

Lees meer

Turkije is in de ban van oorlog. De laatste 76 dagen heeft de terroristische PKK via aanslagen 137 leden van de Turkse veiligheidsdiensten omgebracht. De veiligheidsdiensten hebben volgens het Turkse staatspersbureau AA in dezelfde periode 1.198 PKK-terroristen uitgeschakeld. Niemand lijkt uit op vrede.


In sommige steden in het zuidoosten van Turkije is een avondklok en straatverbod van kracht. Het Turkse leger sluit er steden hermetisch af (geen water, stroom of  internet) om terroristen op te pakken. Daarbij zijn er tot nu toe 81 burgers omgekomen, onder wie 16 kinderen. Die zitten letterlijk tussen twee vuren. De PKK wakkert met terreuraanslagen op politie en militairen de haat tegen Koerden aan. In de toeristenstad Muğla werd (op 8 september) een Koerd door tientallen vandalen in elkaar geslagen omdat hij een foto van zichzelf met Koerdische kleding op Facebook had gezet. In İstanbul (6 september) werd een Koerdische jongen doodgestoken omdat hij Koerdisch sprak. Turkije lijkt weer beland in de jaren 90.

Het staat in schril contrast tot wat president Erdoğan een paar jaar geleden beloofde: Turkije zou de Koerdische kwestie koste wat kost oplossen via dialoog en democratie.

Hij kreeg de volledige steun voor dit vredesproces. Het wordt echter steeds duidelijker dat Erdoğan het vredesproces vooral heeft gebruikt om de Koerden op zijn partij (AKP) te laten stemmen. Nu de Koerden zich dreigen af te wenden van AKP heeft Erdoğan ineens weinig behoefte het vredesproces te voltooien.

Integendeel. Erdoğan hoopt nu met zijn aanvallen op de terroristisch organisatie PKK de nationalistische Turken voor zich te winnen. Hij lijkt te denken dat door het PKK-terreurgeweld de pro-Koerdische partij HDP stemmen verliest en de kiesdrempel niet zal halen zodat AKP straks weer in haar eentje een regering kan vormen.


Maar dit duivelse plan heeft averechts gewerkt. Peilingen wijzen uit dat AKP licht verliest en HDP de kiesdrempel gemakkelijk haalt. Turken en Koerden willen vrede, geen oorlog. Ze hebben doorzien dat hun kinderen doodgaan door Erdoğans hebzucht.

Hij lijkt nu bereid om alles – zelfs burgeroorlog – uit de kast te halen om aan de macht te blijven. Er gaat het gerucht dat Erdoğan de geplande verkiezingen van 1 november een jaar kan uitstellen als mocht blijken dat AKP in de peilingen niet afstevent op een absolute meerderheid in het parlement. Voor de verkiezingen van 7 juni zei Erdoğan tegen de kiezer: “Geef mij 400 zetels (lees: invoering presidentieel systeem) om deze zaak zonder problemen op te lossen.” Nu hij dat mandaat niet heeft gekregen, zegt hij: “Als een van de partijen (lees: AKP) 400 zetels had gehaald, dan hadden wij deze chaos (PKK aanslagen) niet gehad.”

Erdoğan zegt daarmee eigenlijk dat als hij president was geworden in een nieuw presidentieel systeem hij de vredesbesprekingen met PKK niet zou hebben opgeschort. Hij heeft Turken en Koerden dus bedrogen met het vredesproces als sprookje. Hij wil vrede als het hem goed uitkomt, en anders niet.

Ook de PKK heeft haar achterban bedrogen met vredesbesprekingen en wapenstilstand. Ze heeft het vredesproces gebruikt om zich voor te bereiden op een oorlog. Want ondanks afspraken hebben ze hun wapens niet ingeleverd en hun strijders niet terugtrokken uit Turks grondgebied. Ze is naar aanleiding van de zogenaamde IS-aanslag in Suruç – die op 20 juli van dit jaar 33 levens eiste – een oorlog begonnen met haar aanslagen op veiligheidsdiensten. Onbegrijpelijk als je bedenkt dat de pro-Koerdische HDP met het ongekend hoge aantal van tachtig zetels in het Turkse parlement Koerden vertegenwoordigt. Daardoor kregen Koerden hoop om de kwestie zonder gewapende strijd en via democratische weg op te lossen. Maar ook de herhaalde oproepen van HDP-leider Demirtaş, Koerdische NGO’s en -intellectuelen om de wapens neer te leggen zijn niet door de PKK gehoord.

De heren in de bergen willen net als Erdoğan geen vrede, maar oorlog. Ze willen blijkbaar geen sterke, Koerdische politieke beweging; dat bedreigt immers de levensvatbaarheid van de PKK en staat legitimatie van de gewapende strijd in de weg. De PKK wordt zo steeds meer een molensteen om de nek van de Koerden – en AKP en Erdoğan om de nek van Turkije. Erdoğan wil koste wat kost aan de macht blijven en PKK wil door oorlog afscheiding creëren. Conclusie: beiden hebben hun achterban bedrogen.

Mehmet Cerit is hoofdredacteur van Zaman Vandaag en Zaman Hollanda. Volg hem op Twitter: @Ceritm

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -