16.5 C
Amsterdam

Poetins Kruistocht

Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.

Lees meer

Sinds de aanslagen van 11 september 2001 zijn velen in het Westen gewend het begrip ‘heilige oorlog’ met radicale moslims te identificeren: denk aan de jihad van IS. De Kruistochten, waarvan de deelnemers door een gelijk geloofsvuur bezield werden, liggen immers alweer ruim zeven eeuwen terug.


Maar Rusland herinnert er met zijn vernietigingsoorlog in Oekraïne vandaag weer aan dat ook aan het christendom het idee van een heilige oorlog niet vreemd is. In het moderne West-Europa, met zijn (overigens buiten Frankrijk zelden echt heel rigide doorgevoerde) scheiding van kerk en staat, en zeker in het zo sterk seculiere Nederland, dreigen we het politieke belang van godsdienst wel eens te vergeten.

Dat geldt zeker voor de Balkan en Rusland. Daar vallen kerk en staat nog sterk samen, en gedraagt de kerk zich veelal als belangrijke steunpilaar van de staat, die belangrijke daden van de regering religieus legitimeert, tot grof oorlogsgeweld aan toe. Dat zien we nu in Moskou, waar de Russisch-Orthodoxe Kerk bij monde van patriarch Kirill zich onverkort achter Poetins agressie heeft geschaard.

De strijd van Rusland tegen Oekraïne is door Kirill tot een zegenrijke godsdienstoorlog tegen het decadente Westen gebombardeerd. Omdat veel Oekraïense orthodoxe gelovigen, tot dusverre onder Moskou ressorterend, over de zegenrijkheid van Poetins bommen iets anders denken, staat een volgende kerkscheuring voor de deur.

Zeker: ook na 11 september waren er in de VS een paar oververhitte radicale dominees die verklaarden dat de instorting van die twee Torens van Babel op het puntje van Manhattan een goddelijke straf waren voor Amerikaans zedenverval. Maar geen van de traditionele kerkgenootschappen heeft zich toen achter die zienswijze geschaard.


De strijd van Rusland is door de patriarch tot een zegenrijke godsdienstoorlog gebombardeerd

Kirill staat met zijn kritiekloze houding jegens het regime in het Kremlin in een lange traditie: de Russisch-Orthodoxe Kerk heeft altijd met de Russische machthebbers gecollaboreerd. Alleen in de hoogtijdagen van het communistische atheïsme was dit een paar decennia lang niet het geval, omdat de Sovjetmachthebbers toen zélf eventjes weinig van kerkelijke steun wilden weten. Maar onder Poetin is de oude symbiose weer helemaal hersteld – naar het schijnt is Kirill zelfs ooit begonnen als KGB-agent.

Het vormt een groot contrast met de rol van de katholieke kerk in Polen, die voor 1989 juist als belangrijke steunpilaar voor de oppositie tegen het regime heeft gefungeerd, als onafhankelijk morele kracht. Dat valt niet los te zien van het internationale karakter van de Rooms-Katholieke Kerk. Daarin onderscheidt deze zich ook van de meeste protestantse kerken, die nationaal zijn georganiseerd, bij de Lutheranen en Anglicanen traditioneel zelfs met de monarch aan het hoofd. Niet toevallig bood onder Hitler in Duitsland de Lutherse Kerk minder theologische weerstand tegen de nazi’s dan de Katholieke.

Die versmelting gaat in de orthodoxe helft van Europa nog veel verder, waar de kerk eveneens een nationaal karakter draagt. Niet alleen in Rusland, ook in Roemenië, Bulgarije, Servië en Griekenland zijn de banden van de nationale orthodoxe kerk met de nationale staat bijzonder nauw. Ook daar bestaat een traditie van bijna onvoorwaardelijke collaboratie, waarbij de kerk zelfs aan vrijwel elke vorm van staatsgeweld haar zegen verleent. Ook bij de misdaden tegen de islamitische Bosniërs van Karadzic en Mladic zwegen de christelijke autoriteiten en dragen zij er zelfs toe bij, dat die in Servië nog steeds als helden worden vereerd.

Dat verschil tussen West en Oost heeft zeer oude historische wortels, die nog veel verder teruggaan dan het Schisma van 1054 tussen Rome en Constantinopel, de kerkelijke breuk tussen de katholieke en de orthodoxe Christenheid, tussen het ‘Latijnse’ Europa dat vanuit Rome, en het ‘Byzantijnse’ Europa dat vanuit Constantinopel gekerstend is. Het gaat terug op de opdeling van het Romeinse Rijk in 395, waarbij het West-Romeinse Rijk al in 476 in de Grote Volksverhuizing ten onder ging en het Oost-Romeinse (Byzantijnse) Rijk het daarentegen tot 1453 uit wist te zingen.

Gevolg van die instorting van het wereldlijk gezag in het Westen was dat de Katholieke Kerk zich tot een zelfstandige internationale institutie kon ontwikkelen. Geen West-Europese vorst is er nadien ooit in geslaagd om de paus duurzaam aan zich te onderwerpen. In het Byzantijnse oosten bleef de kerk daarentegen volledig aan de keizer ondergeschikt, en deze verhouding werd later door alle nationale orthodoxe kerken, na de Ottomaanse verovering van Constantinopel ontstaan, gekopieerd. Daarom gedraagt patriarch Kirill zich zo Byzantijns.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -