17.1 C
Amsterdam

Sjiitisch rouwen in Turkije: een pop wordt onthoofd, mensen huilen

Tayfun Balcik
Journalist. Programmacoördinator bij The Hague Peace Projects voor de Armeens-Koerdische-Turkse werkgroep. Lid van de Nieuw Amsterdam Raad (Pakhuis de Zwijger).

Lees meer

Voordat ik mijn verloofde leerde kennen, wist ik niet dat er sjiiten bestonden in Turkije, zoals waarschijnlijk de meeste Turkse Nederlanders met een soennitische achtergrond. Maar deze islamitische stroming – die ‘Imam Ali’ als de ware opvolger (kalief) van de profeet Mohammed ziet, en dus als de leider van de islamitische gemeenschap – is sterk aanwezig in de Oost-Turkse steden Igdir en Kars, die grenzen aan Armenië en Iran.


Begin deze maand was ik in Igdir voor een eerste kennismaking met de familie van mijn schoonouders. Het toeval wil dat deze maand de sjiitische rouwmaand muharrem is, waarin de slachtpartij van 680 in de woestijn bij Karbala in Irak wordt herdacht. Volgens de overleveringen werden daar Hoessein, zoon van Imam Ali en kleinzoon van de profeet Mohammed, samen met 72 andere leden van zijn familie in Karbala vermoord. Daardoor kon de Umayyaden-dynastie in het zadel blijven, die in 661 de macht in het Arabische kalifaat overnam van Imam Ali (die in de moskee werd vermoord). Vanuit de opeenvolgende kaliefen zou in de komende eeuwen de soennitische orthodoxie uitgerold worden, de dominante stroming in de islam.

Terug naar het huidige Igdir. De aardige neef van mijn verloofde haalt ons op van het vliegveld en verlost mijn schedel van de ongenadige zon. Terwijl neef en nicht met elkaar bijpraten, maak ik foto’s van de zwarte vlaggen langs de wegen. ‘Asura’ staat er in bebloede letters, verwijzend naar de belangrijkste rouwdag van muharrem, onder een bebaarde man met geëpileerde wenkbrauwen die de verte in kijkt. De martelaar Hoessein, zoon van Ali.

Na een verfrissende douch in het hotel trekken we meteen de stad in. Een witte dolmus (busje) staat geparkeerd, beplakt met het dubbelpuntige zwaard van Ali en vergezeld met de drie halve manen van de Grijze Wolven.

In Igdir is de ultranationalistische MHP, de partij van de Grijze Wolven en tevens coalitiepartner van Erdogans AKP, relatief populair. Maar of dat volgend jaar ook nog zo is, is twijfelachtig. Veel mensen zijn ontevreden over de economische crisis.

Overigens is de pro-Koerdische HDP de grootste partij in Igdir. Maar de HDP-burgemeester zit vast op beschuldigingen van ‘terrorisme’, zoals de aanklacht luidt bij bijna alle Koerdische politici die vastzitten.

‘Waarom sjiiten zo rouwen? Ze hebben hun heer niet kunnen beschermen – verraden, zelfs’

Soennitische Koerden doen niet mee aan de sjiitische rouwmaand. Zo drijven sommige Koerdische familieleden van mijn verloofde de spot met de ‘pijn van Karbala’, die door jonge sjiitische mannen, pubers en ook kinderen soms tot bloedens toe met kettingslagen op de eigen rug wordt herdacht.


‘Zwager, wil je echt weten waarom ze zo rouwen om Hoessein? Ze hebben hun heer toentertijd niet kunnen beschermen, ze hebben hem zelfs verraden – dáár zit de pijn.’ Een ander Koerdisch familielid vindt alle afbeeldingen van Ali en Hoessein ‘onzin’. ‘We weten toch ook niet hoe de profeet en zijn familie eruitzagen, dat is niet bekend.’

De sjiiten die onder een grote zwarte tent staan, midden op het centrale plein, denken daar anders over. Men luistert er naar een imam uit Iran, waar net als in Igdir veel Azeri’s – een Turkse etnische groep – leven. Ik ga de tent in en sta perplex.

Op zeer expliciete wijze, in maquettes, is de slachting bij Karbala tot leven gewekt: een gespietst hoofd, pijlen door het hoofd van een baby, afgehakte armen, enzovoort. Voor mij lopen kinderen die de bloedige taferelen evenzeer opnemen.

Ik wend me naar de andere kant van de tent en neem een kijkje bij lyrische boeken over de sjiitische Hezbollah-leider Nasrallah en de in 2020 gedode leider van de Iraanse Republikeinse Garde, Qasem Soleimani. Ook staat er een groot schilderij van Imam Ali, daaronder bijgestaan door Khamenei en Khomeini, de opper-ayatollahs van het theocratische regime in Iran.

Ik loop naar buiten voor wat adem. Ook daar: één en al rouw om ‘Karbala’. Nu op een podium, in de vorm van een toneelstuk dat ongecensureerd wordt opgevoerd. Een pop wordt onthoofd en getoond aan het publiek. Mensen om mij heen beginnen te huilen. Fascinerend. Overal zijn uitvoeringen van de slachting bij Karbala te zien.

En als je denkt dat het niet gekker kan, is er nog een ‘trance-uitvoering’ waarbij de naam Hoessein eindeloos wordt herhaald – ‘Hoessein, Hoessein, Hoessein…’ – totdat alleen nog maar gesis te horen valt.

Ik voel mij als een protestant bij een katholiek passiespel.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -