8.8 C
Amsterdam

Studentenhuizen: hospiteren is discrimineren

Thomas von der Dunk
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.

Lees meer

Discriminatie op de woningmarkt blijft een hardnekkig probleem. Een vorige week door minister Hugo de Jonge naar de Kamer gestuurd onderzoek wijst uit dat ruim een derde van de verhuurbemiddelaars bereid is om voor een vrijgekomen huurwoning mensen met een Marokkaanse, Turkse of Poolse uit te sluiten.

Het is niet onderzocht, maar het is aannemelijk dat hetzelfde – mogelijk nog sterker – geldt voor de verhuur van studentenkamers. Al jaren is de kamernood zeer hoog, en stijgende. Zo hoog, dat inmiddels buitenlandse studenten aangeraden wordt weg te blijven als ze niet vóór september een kamer gevonden hebben.

Nederlandse studenten kunnen vaak desnoods thuis blijven wonen om elk dag op en neer te reizen. De helft doet dat inmiddels. Die mogelijkheid bestaat uiteraard niet voor studenten uit Finland of Frankrijk. Laat staan voor studenten van nog verder weg.

De universiteiten hadden de afgelopen decennia sterk op internationalisering ingezet en daarvan een lucratief bedrijfsmodel gemaakt. Studenten van buiten de Europese Unie betalen soms tienduizenden euro’s collegegeld. Maar verantwoordelijk voor hun onderdak hebben zij zich tegelijkertijd amper getoond. Dat is door de universiteiten over de muur op de markt gekieperd.

Toen ik in de jaren tachtig zelf in Amsterdam studeerde, beschikte de universiteit nog over een dienst studentenhuisvesting met een behoorlijk aanbod aan studentenhuizen, waar je op volgorde van inschrijving aan de beurt kwam. Hooguit vergrootte een grotere afstand tot je ouderlijk huis je kansen. In elk geval was het een objectief, non-discriminatoir systeem. En, heel belangrijk: in een studentenhuis deelde je keuken en sanitair met andere studenten, maar die hadden geen enkele inspraak in wie er als nieuwe bewoner bijkwam.

Soort zoekt soort, en Nederland is een uitgesproken clubjesland

Daarnaast was er de particuliere kamerverhuur, waarop ook nu veel studenten aangewezen zijn – met alle potentiële ontsporingen van dien. Vaak woekerprijzen, ook voor een hokje van drie bij drie, dus niet voor iedere beurs betaalbaar. De lelieblanke ondernemersdochter uit het Haagse Statenkwartier heeft zo al snel een streepje voor op de gekleurde arbeiderszoon uit de Haagse Schilderswijk.

En veel gaat ondershands, via schimmige briefjes en advertenties, of via contacten – met dus een voorsprong voor dat deel van de bevolking dat die ‘van nature’ meer heeft. Dat geeft de verhuurder de mogelijkheid persoonlijke voorkeuren bot te vieren, en u kunt vermoeden welke dat zijn. De hospita van vroeger die een paar kamers in eigen huis verhuurde kon er uiteraard ook wat van.

Soort zoekt soort, en Nederland is een uitgesproken clubjesland, wat vast deels terug te voeren is op de verzuiling. Elk kerkgenootschap hield het in het hele sociale leven bij voorkeur in eigen kring. Je moet wel ‘in de groep passen’ – ook bij sollicitaties is dat essentieel.

Het klinkt wat paradoxaal, maar daarmee wordt juist in het egalitaire Nederland meer rekening gehouden, dan in een hiërarchischer land als Duitsland of Frankrijk. Bij ons moet het ook op het werk ‘gezellig’ zijn, de verplichte vrijdagmiddagborrel incluis. In andere landen kijkt de personeelschef eerder of een sollicitant de beste papieren voor een baan heeft en heeft het zittende personeel de uitkomst maar te slikken.

Op de studentenwoningmarkt vertaalt zich dat gezelligheidsbeginsel vaak in het absurde ‘hospiteren’. In veel universiteitssteden is een belangrijk deel van de studentenhuizen de facto in handen van de studenten zelf, al dan niet in verenigingsverband. Zij kiezen nieuwe medebewoners, en alle gegadigden moeten in onderlinge concurrentie de gunst van de zittende bewoners zien te verwerven. Daarbij trekt dus de kandidaat met het grootste popiejopiegedrag snel aan het langste eind. Dat dit systeem de bestaande elitaire sociale verhoudingen reproduceert en sociale nieuwkomers en outsiders sterk benadeelt, is evident.

Net zomin als de supermarkt bij hongersnood op grond van persoonlijke sympathie de laatste broden mag verdelen, dient dat ook voor zoiets essentieels als een dak boven je hoofd te gelden. Vervang dus het hospiteren door een objectief wachtlijstensysteem. Later kun je ook niet zelf je buren uitkiezen, maar moet je in deze pluriforme maatschappij eveneens leren samenleven met mensen die géén kloon zijn van jezelf. Daarmee kun je dan beter maar zo vroeg mogelijk beginnen.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -