17.1 C
Amsterdam

Sunak vergroot de kloof in de Britse samenleving

Tahir Abbas
Tahir Abbas
Hoogleraar Radicaliseringsstudies (Universiteit Leiden).

Lees meer

In zijn recente toespraak over extremisme gebruikte de Britse premier Rishi Sunak welbekende retorische strategieën om een dreiging te schetsen, die daadkrachtig overheidsoptreden vereist. Hoewel de toespraak lippendienst bewijst aan de nationale eenheid zullen de inhoudelijke implicaties ervan de verdeeldheid en sociale spanningen waarschijnlijk verergeren.

Sunak sloeg een commanderende toon aan en verklaarde: ‘Ik moet u allemaal toespreken’ over een situatie die ‘om een reactie vraagt’. Door de kwestie te framen als een kwestie die zijn persoonlijke interventie vereiste, presenteerde Sunak zichzelf als een sterke leider in crisistijd. Deze autoritaire houding werd versterkt door nadrukkelijke herhalingen van ‘we moeten’ en oproepen tot collectieve actie.

Tegelijkertijd schetste Sunak een alarmerend beeld van extremisme dat op hol is geslagen en het dagelijks leven van burgers overspoelt. Hij illustreerde zijn betoog met ingrijpende voorbeelden, zoals aanvallen op huizen van parlementsleden en Joodse kinderen die bang zijn om te laten zien dat ze Joods zijn. Sunak noemde extremisme ‘een vergif’ dat hoop en nationaal zelfvertrouwen vernietigt. De premier beschreef de dreigingen niet als geïsoleerde incidenten, het gaat volgens hem om een oprukkende ideologie die de natie in gevaar brengt. Dit apocalyptische taalgebruik impliceert dringende maatregelen tegen extremisme om zo de democratie zelf te redden.

Sunaks retoriek verdoezelt echter de realiteit. Het discours en uitsluitingsbeleid van de staat zelf hebben de sociale verdeeldheid verergerd. De toespraak biedt bijvoorbeeld een beperkte visie op verandering via een door de staat gesanctioneerd ‘vreedzaam, democratisch proces’. Hierdoor worden meer ontwrichtende vormen van protest, die beschermd worden door het recht op vergadering, gedelegitimeerd. Bovendien versterkt Sunak subtiel de assimilatieverwachtingen door te suggereren dat immigranten en minderheden ‘onze’ identiteit moeten overnemen in plaats van hun diversiteit behouden.

Sunak laat zo zien dat retoriek een manier kan zijn om kritische vragen te onderdrukken. Door elke afwijking van de meerderheidsnormen als extremistisch te bestempelen, geeft de staat zichzelf een vrijbrief om radicaler verzet als onaanvaardbaar en onpatriottisch te categoriseren. Dit stelt de staat in staat om zijn bedreigde gezag te versterken, te midden van de groeiende kritiek op ongelijkheid, vriendjespolitiek en oligarchie.

Het extremisme waar Sunak voor waarschuwt is niet zozeer extern en vreemd, maar komt vaak voort uit het onvermogen van de staat om het onrecht aan te pakken dat de sociale onvrede voedt. Maar het is politiek opportuun om in plaats daarvan naar de ander te wijzen, die zich niet aanpassen wil aan ‘onze’ waarden. Deze strategie leidt de aandacht af van het oplossen van grieven en het herverdelen van macht.

Deze benadering volgt de oude strategie van de Conservatieve Partij om culturele tegenstellingen uit te buiten

In zijn toespraak probeert Sunak de staat centraal te stellen. Die bepaalt wat legitieme participatie is en wat niet. Hij houdt de mythe in stand dat extremisme een externe kracht is, in plaats van een symptoom van instellingen die gemarginaliseerde stemmen buitensluiten en de status quo in stand houden.

Deze benadering volgt de oude strategie van de Conservatieve Partij om culturele tegenstellingen uit te buiten om zo electorale steun te krijgen. Door rechts nationalisme voor te stellen als intrinsiek aan de Britse identiteit, schilderen conservatieve leiders progressieve bewegingen af als vreemd en subversief. Dit verstevigt de reactionaire basis van de partij, terwijl conservatieve politici ook mikken op kiezers uit het politieke midden die bang zijn voor sociale veranderingen en die de stabiliteit en door hen gekoesterde tradities bevragen.

Sunak gaat door op deze weg, maar met een extra dosis dubbelzinnigheid, waardoor meerdere interpretaties mogelijk zijn. Zijn visie verwelkomt diversiteit, zolang deze gericht is op assimilatie. Tegelijkertijd laat hij ook subtiel doorschemeren dat bepaalde groepen – lees moslims – inherent minder goed in staat zijn om de democratie te omarmen. Deze vage insinuaties, verpakt in oproepen tot eenheid, hebben als doel om twijfel te zaaien, zonder dat Sunak hiervoor verantwoording hoeft af te leggen.

Sunaks toespraak heeft uiteindelijk tot doel om extremisme aan te wakkeren in plaats van bestrijden. Terwijl hij de pogingen om ‘Britten tegen Britten op te zetten’ afkeurt, verergert zijn toespraak zelf de kloof tussen de verschillende visies op de Britse samenleving. Ook versterkt zijn speech de boodschap dat gemarginaliseerde stemmen hun afwijkende mening moeten dempen om geaccepteerd te worden in de politiek.

In plaats van economische onzekerheid en politieke vervreemding op een zinvolle manier aan te pakken kiest Sunak voor een nieuwe ronde van de culture war, waar de Conservatieven zo dol op zijn. Misschien gaan meer mensen op zijn partij stemmen door deze paniekzaaierij. Maar het logische gevolg ervan is geen nationale harmonie maar uitsluiting, isolationisme en extremisme. Onder het mom van anti-extremisme vinden de zaden van verdeeldheid een vruchtbare bodem.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -