18.1 C
Amsterdam

Voor Rutte IV geldt het nadeel van de twijfel

Lody van de Kamp
Rabbijn en publicist.

Lees meer

Het is afwachten wat het nieuwe kabinet ons allemaal gaat brengen. Normaal geef je een nieuw kabinet eerst maar even ‘het voordeel van de twijfel’, maar dat is moeilijk in deze tijden van geschonden vertrouwen.


Na die ellende van aftredende bewindslieden, gevallen kabinetten en onopgeloste dossiers, met de diepste sores voor duizenden slachtoffers, komen Mark Rutte en Sigrid Kaag niet meer weg met dat voordeel van twijfel. Ook al blijven ze vertellen dat het noodzakelijk is om het vertrouwen in de overheid te herstellen.

Goed, laat ik het maar niet over de poppetjes hebben. Belangrijker is hoe de komende bestuursperiode eruit gaat zien.

Zo hebben we straks een minister van Justitie & Veiligheid die geen rechtenstudie heeft gedaan. En ze is niet de enige. Op meerdere departementen komen bewindslieden zonder vakkennis. Wie gaat er op de ministeries dan de dienst uitmaken?

Omdat de minister dus zelf niet de departementale vakbekwaamheid in huis heeft, is zij voor het beleid afhankelijk van geleende kennis van haar ambtenaren. En meer invloed van ambtenaren betekent minder democratie. Natuurlijk zijn deze functionarissen loyaal aan hun bewindvoerder, volgens de mores. Maar de minister heeft als politicus democratische legitimatie, een ambtenaar niet.

Op meerdere departementen komen bewindslieden zonder vakkennis. Wie gaat er op de ministeries dan de dienst uitmaken?

Met die geleende kennis kan de minister nog niet aan de slag. Besluiten die de excellentie neemt, moeten eerst langs de politieke adviseur. Dat is iemand die de haarvaten van het politiek manoeuveren tot achter de oren beheerst. Van diens ‘ja’ of ‘nee’ hangt de volgende ministeriële stap af.


Dan zijn we zo ver om beleid te maken waar geen minister zich een buil aan kan gaan vallen. Zeker een minister met een hiaat aan kennis. De minister staat te trappelen om het verhaal de samenleving in te slingeren. Scoren hoort ook bij het ambt. Maar hoe en wanneer? Daar wagen we de minister niet aan.

De voorlichter gaat bedenken hoe, langs welke kanalen en op welk moment het nieuws naar buiten wordt gebracht. Ook bekijkt de voorlichter, en dan ook weer met de over de schouder meekijkende politiek adviseur, met wie de minister zal spreken over het nieuwe politiek plan – en met wie juist niet. Bij welke praatprogramma’s schuif je aan? Welke vragen zouden journalisten aan je moeten stellen? Welke journalisten moet je op afstand houden?

Eindelijk is het moment daar. De minister houdt zijn of haar toespraak. Maar het is niet ‘zijn’ of ‘haar’ verhaal. De speechwriter dicteert wat de minister ons gaat vertellen. Onderweg naar de presentatie krijgt de minister achter in de dienstauto de gelegenheid om de toespraak zelf nog even van tevoren door te lezen.

Misschien is dit eigenlijk best een hondenbaan. Maar is dan de gretigheid waarmee sommige kandidaat-ministers toehappen op de uitnodiging, al geldt dat echt niet voor allemaal, niet per definitie een diskwalificatie, gezien de grote verantwoordelijkheden op hun schouders?

Deze laatste dagen vóór de gang naar Huis Den Bosch kunnen ze nog besteden aan het op zoek gaan naar passende schoenen. Naar het juiste pak met krijtstrepen, of welk hoedje het beste past bij welk jurkje voor de foto. Maar dat is dan ook voorlopig hun laatste eigen beslissing.

Na het bordesmoment komen de excellenties tot de grote ontdekking dat echte vakkennis hen veel verder had geholpen. Voor een minister die zoveel ballen in de lucht moet houden, is het meer dan essentieel dat hij of zij van tevoren weet of die ballen rond, ovaal of vierkant zijn.

Voorlopig krijgt de samenleving te maken met niet het voordeel, maar het nadeel van de twijfel.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -