9.5 C
Amsterdam

Waarom toch niet alle Fransen ‘gelijk’ zijn

Thomas von der Dunk
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.

Lees meer

Soms heb ik op een vraag ook niet meteen een pasklaar antwoord. Ja, dat komt voor. Zo zit ik nu met een opvallend verschil tussen Frankrijk en Groot-Brittannië. In Wales is recent met Vaughan Gething een premier aangetreden die oorspronkelijk uit Zambia komt. Al eerder kregen ook Schotland en het Verenigd Koninkrijk als geheel regeringsleiders, wier wortels buiten Europa liggen. Ook de burgemeester van Londen, Sadiq Khan, is de zoon van Pakistaanse immigranten.

Opvallend: het schijnt tot weinig onfrisse commentaren te hebben geleid. Dat dus nu én alle drie Britse regeringen, en de Britse hoofdstad worden bestuurd door iemand met een migrantenachtergrond: kennelijk geen punt. Ik moet dat ook voor Nederland in dat geval nog zien.

Vergelijk dat met gelijktijdig nieuws uit Frankrijk. Zeker: ook daar zijn regelmatig ministers aangetreden wier wortels in de voormalige koloniën liggen, maar die lagen vanwege hun herkomst van buiten Frankrijk dan wél geregeld onder extreemrechts vuur.

En nu de populaire Frans-Malinese zangeres Aya Nakamura door president Emmanuel Macron gevraagd is om bij de Olympische Spelen in Parijs het openingslied te verzorgen, heeft dat tot een vloed van niet van racisme gespeende commentaren geleid. Ze zou niet Frans genoeg zijn en dus niet geschikt om de Franse cultuur te vertegenwoordigen.

Hoe dit contrast tussen beide landen te verklaren? Is het slechts een toevallige samenloop van omstandigheden? Had het op een ander ijkmoment ook net omgekeerd kunnen zijn? Laat ik een poging wagen.

Een zeker voorbehoud is allereerst wel in die zin op zijn plaats, dat het hier om minimale aantallen gaat. Elke statisticus weet dat het dan gevaarlijk is om overhaast conclusies te trekken. Zoals de negentiende-eeuwse Engelse staatsman Benjamin Disraeli al wist: er zijn drie soorten leugens – alledaagse leugentjes, levensleugens en statistieken.

De maatschappelijke kloof in Engeland is er niet zozeer een tussen rassen, als wel tussen klassen

Maar toch. De Britten scoren hier beter dan de Fransen. In eerste instantie lijkt dit contra-indicatief. Frankrijk is immers het land van de Verlichting, dat met de drievoudige leuze van de Franse Revolutie zo sterk de nadruk op principiële gelijkheid van alle ingezetenen legt. De standenmaatschappij met haar adel en koning is er officieel resoluut afgeschaft – vergelijk dat met zoiets archaïsch als het Britse Hogerhuis.

Het is in Frankrijk, op grond van dit gelijkheidsbeginsel, taboe te vragen waar iemand ‘eigenlijk’ vandaan komt. Iedereen die op Franse grond geboren is, is automatisch Fransman: het is het droit du sol (recht van de bodem) versus het droit du sang (recht van het bloed).

Dat laatste vormt bijvoorbeeld traditioneel de grondslag van het Duitse natiebesef, ook juridisch. Dat verklaart dat de zogeheten Wolga-Duitsers, afstammelingen van Duitse emigranten uit de achttiende eeuw, ondanks hun gebrekkige Duits makkelijker genaturaliseerd konden worden dan de nazaten van Turken die in Duitsland waren opgegroeid.

Wat veroorzaakt het verschil dan? Eén aspect zal zijn dat de maatschappelijke kloof in Engeland er inderdaad niet zozeer een tussen rassen is, als wel tussen klassen. Meer dan welk land op het Europese continent ook is Engeland een klassenmaatschappij. Wie een goede privéschool kan betalen of wie op een matige staatsschool is aangewezen: dat is daardoor bepalend.

In Frankrijk speelt de beurs van de ouders voor het doordringen tot het meest prestigieuze onderwijs een minder grote rol. Dat land is weliswaar niet minder hiërarchisch, zeker in vergelijking met Nederland, maar het is een meritocratische, niet een aristocratische hiërarchie.

Op grond daarvan luistert ‘kwaliteit’ in Frankrijk nauwer – Engeland is toch meer een houtje-touwtje-land – en dat geldt zeker voor alles wat te maken heeft met cultuur. Parijs had in koloniale tijden zichzelf ook veel meer een culturele missie dan Londen toegedicht. En daarbij staat de uniforme zuiverheid van de Franse taal centraal, versterkt door het centralistische karakter van Frankrijk: een uitgesproken eenheidsstaat. Groot-Brittannië is een Verenigd Koninkrijk, dat ook officieel meer varianten Britten herbergt.

Waar Engelstaligen vaak zonder veel gêne een onverstaanbaar dialect brabbelen – probeer maar eens Schotten of inwoners van Liverpool te verstaan – zijn de normen voor het Frans veel strikter: het moet daar echt perfect zuiver zijn om bij formele plechtigheden voor vol te kunnen worden aangezien. Het is eigenlijk nooit goed genoeg. En dan kleeft er aan het begrip ‘zuiverheid’ al snel ook een raciaal aspect.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -