8.5 C
Amsterdam

Wat de Bijbel, Thora en Koran ons over ‘de ander’ leren

Lody van de Kamp
Rabbijn en publicist.

Lees meer

Elke levensbeschouwing of religie heeft iets te zeggen over vreemdelingen. Over die ‘ander’. Over hen die er anders uitzien of hun leven ‘anders’ inrichten. Over die mensen die ergens vanaf de andere kant van onze planeet komen en dan nu ineens onze buurvrouw of buurman zijn geworden.


Ik kan mij nog goed herinneren hoe ik als kleine jongen trots een boek aan mijn rabbijn liet zien. In gouden letters pronkte daarop de titel De Bijbel heeft tóch gelijk. De geleerde man keek mij ernstig aan. ‘De Bijbel heeft tóch gelijk? De Bijbel heeft gewoon gelijk. Punt uit’.

De orthodox-joodse filosoof en theoloog Rabbijn Jonathan Sacks verwijst voor dit actuele onderdeel van intermenselijke verhoudingen naar het begin van de wordingsgeschiedenis van onze wereld. ‘De mens wordt geschapen naar G’ds evenbeeld.’

Dit vers in de Thora en de Bijbel is absoluut niet bedoeld om de mens een soort G’ddelijke kracht of macht toe te dichten. Dat zeker niet. Als G’ds evenbeeld te zijn, draagt ons op om ten opzichte van alles van wat Hij geschapen heeft diezelfde zorgvuldigheid in acht te nemen zoals Hij dat doet. G’d maakt zo geen onderscheid tussen de ene mens en ‘de ander’. Als evenbeeld van Hem gebiedt Hij ons daarom ook nooit een dergelijk onderscheid te maken.

Voor de goede orde, in de Koran wordt niet zo expliciet als in de Bijbel en de Thora bij het scheppingsverhaal dit evenbeeld beschreven. Maar volgens de overlevering moet het ‘menselijke evenbeeld’ van Allah beschouwd worden als een opdracht, om net als Hij barmhartig te zijn. Dus toch ook weer barmhartigheid naar de medemens toe. Of diegene moslim is of niet (hadith door Aboe Hoerayrah).


En christenen? Wat voor de jood vanuit de Thora geleerd wordt over die andere mens geldt vanuit de Bijbel voor christenen.

De boeddhistische non en docent Pema Chödrön leert haar volgelingen: ‘De enige reden waarom we ons hart en onze geest niet openstellen voor andere mensen, is dat zij verwarring in ons veroorzaken wanneer we ons niet moedig genoeg of verstandig genoeg voor voelen om met hen om te gaan. Kijken wij met zuiver mededogen naar onszelf, dan voelen we ons zelfverzekerd en onbevreesd genoeg om in de ogen van iemand anders te kijken.’

Behalve dat evenbeeld roert rabbijn Sacks nog een ander belangrijk aspect aan. ‘Als mens ben ik door de Almachtige geschapen. Als dat zo is, dan geldt dat voor die andere mens idem dito.’

Aan de hand van deze theologische lesjes concludeert Sacks dus dat die mens die in alle oprechtheid de wil van G’d volgt onmogelijk tegenover die ander kan staan, maar alleen naast die ander.

Het debat rond nieuwkomers, het ‘anders zijn’ en diversiteit schreeuwt om krachtige visies

Religieuze gemeenschappen hebben nog wel eens de neiging om binnen de samenleving, seculier als deze, te zeggen om hun eigen geloof binnenskamers te beleven en er vooral niet mee te koop te lopen. Intussen schreeuwt het maatschappelijke debat rond vreemdelingen, vluchtelingen, nieuwkomers, het ‘anders zijn’ en diversiteit om krachtige visies. Hoe we het ook wenden of keren, onze geloofsbronnen hebben hier ontzettend veel over te melden, wat het debat behoorlijk inspirerend en positief zal kunnen aansturen.

Want ja, hoe dan ook: de Bijbel of Thora of Koran hébben gelijk. De religieuze gemeenschap in ons land mag het maatschappelijk debat met alles wat daaruit voortkomt niet overlaten aan de seculiere wereld om ons heen. Die ‘ander’ naast ons wacht ongeduldig op onze bijdrage hierin.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -