14.3 C
Amsterdam

Wat het CDA van GroenLinks kan leren

Dave Ensberg-Kleijkers
Directeur Jantje Beton. Bestuurskundige. Auteur van het boek 'Bezielde beschaving: alles behalve een multicultureel drama' (2017).

Lees meer

In dezelfde week in juli presenteerden twee politieke partijen een evaluatierapport. Beide partijen leden bij de Tweede Kamerverkiezingen van maart een pijnlijke nederlaag. De ene partij verloor zes zetels (GroenLinks) en de andere vier zetels (CDA).


Het ene rapport was keihard voor de zittende politiek leider: ‘We merken op dat het leiderschapsprofiel van Jesse Klaver onvoldoende aansloot bij het leiderschap dat kiezers in crisistijd zochten.’ In het andere rapport wordt de politiek leider opvallend gespaard. ‘Na het aantreden van Wopke Hoekstra kwam de fondsenwerving beter op gang.’

Een representatief beeld, want het CDA kan van GroenLinks nog veel leren op het gebied van verkiezingsevaluaties.

Het rapport van GroenLinks, dat in vergelijking met het CDA-rapport opvallend genoeg nauwelijks media-aandacht kreeg, is het resultaat van het werk van het Wetenschappelijk Bureau van de partij. Het rapport, ‘Een idealistische bestuurspartij’, is geschreven door een achtkoppig onderzoeksteam onder leiding van de directeur van het Wetenschappelijk Bureau. Het landelijk partijbestuur fungeerde als opdrachtgever voor dit evaluatieonderzoek. De onderzoekers hebben op verschillende wijzen een grote hoeveelheid informatie verzameld en bestudeerd. En dat betaalt zich terug. Het zetelverlies is daardoor op diepgaande en grondig onderbouwde wijze geanalyseerd.

Het rapport gaat in op drie zaken: 1. De politieke positionering van GroenLinks, 2. De inhoudelijke profilering en 3. De positionering van het leiderschap. En dat binnen een stevig onderbouwde externe en interne analyse. De vijf aanbevelingen voor de toekomst zijn concreet en volgen logisch op bevindingen en conclusies van het onderzoeksteam. Hierin gaat het rapport ook in op het gewenste profiel van de politiek leider van GroenLinks; kort door de bocht heeft GroenLinks een bevlogen, geëngageerde idealist nodig met een bestuurlijke en betrouwbare uitstraling.


Het contrast met het CDA-evaluatierapport is groot. Zeven personen namen zitting in de evaluatiecommissie, onder aanvoering van CDA-burgemeester Spies. Ook bij het CDA was het landelijk partijbestuur opdrachtgever. Deze commissie heeft onder CDA-leden een enquête uitgezet die door bijna 3.500 leden is ingevuld. Opvallend genoeg zijn de feitelijke resultaten van deze enquête niet als bijlage bijgevoegd, terwijl de commissie wel meermaals verwijst naar de mening van leden. Op deze wijze kunnen lezers van het rapport niet verifiëren of de mening van leden juist is vertaald of geïnterpreteerd.

Dat het CDA-partijbestuur na dit evaluatierapport is opgestapt, maakt het rapport nog niet ‘keihard’

Een ander opvallend verschil is de totale absentie van feitelijke data, zoals waar de verloren zetels naartoe zijn gegaan. Volgens het rapport hebben kiezers ‘in 2021 met name op de VVD en, in mindere mate, op D66, PVV en BBB gestemd.’ Andere analyses van CDA’ers geven een ander beeld. ‘Het CDA had deze verkiezingen het oudste electoraat van alle partijen (…). De partij verloor de meeste stemmen aan het kerkhof, gevolgd door de VVD en D66.’ Hierdoor ontstaat onbedoeld discussie over de kwaliteit en betrouwbaarheid van het gehele evaluatierapport.

Meer algemeen gesteld is de diepgang die het GroenLinks-rapport bevat afwezig in het CDA-rapport. Het Wetenschappelijk Instituut van het CDA is dan ook niet betrokken geweest in het evaluatieonderzoek. Begin september wordt dat overigens gecompenseerd. Kort voor het partijcongres van 11 september komt de commissie-Van Zwol (in samenwerking met het Wetenschappelijk Instituut) met een rapport over de inhoudelijke profilering van het CDA. Ondertussen moeten CDA-leden het, in tegenstelling tot GroenLinksers, doen met vage algemeenheden en open deuren als ‘Goed bestuurlijk leiderschap is cruciaal voor een politieke partij. Dit leiderschap is in de afgelopen periode onvoldoende ingevuld’.

Het feit dat het volledige CDA-partijbestuur naar aanleiding van dit evaluatierapport is opgestapt, maakt het rapport op zichzelf nog niet ‘keihard’, zoals diverse media berichtten. Daar waar de veelbesproken notitie van Pieter Omtzigt bijzonder veel concrete bevindingen en vragen aan de commissie bevat, blijft het rapport van de commissie-Spies het antwoord op veel door Omtzigt gestelde vragen schuldig. Hierdoor blijft er voor CDA-leden en andere geïnteresseerden veel onduidelijk en onzeker.

Doorgaans hebben evaluatierapporten juist een verbindend, kalmerend en relativerend effect. Het is maar zeer de vraag of dat bij het CDA ditmaal ook aan de orde is. Op 11 september zullen we het tijdens het nu al legendarische partijcongres zien. Ondertussen kan ik de CDA-leden adviseren in het vervolg het goede voorbeeld van GroenLinks te volgen als het om de kwaliteit van verkiezingsevaluaties gaat.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -