8 C
Amsterdam

Wat ik tegen mijn moeder zou willen, maar niet kán zeggen

Tayfun Balcik
Journalist. Programmacoördinator bij The Hague Peace Projects voor de Armeens-Koerdische-Turkse werkgroep. Lid van de Nieuw Amsterdam Raad (Pakhuis de Zwijger).

Lees meer

De laatste tijd heb ik wel vaker last van emotionele momenten in solitude. Dan pink ik een traantje weg bij een therapeutische aflevering van de HBO-serie The Sopranos. Of wanneer ik aan mijn moeder denk, die ik dan net op tien minuten fietsafstand bij mijn vader heb achtergelaten. Het gebeurt dan weer vrijwel nooit als ik naar de Nederlandse haat op Twitter kijk. Kennelijk heb ik daar een schild voor ontwikkeld.


Onlangs gebeurde het weer. Toen ik, wandelend door Geuzenveld, naar de podcast van radiopresentator Mischa Blok (AVROTROS) luisterde. Een gesprek met de Turks-Koerdische Nederlander Hizir Cengiz (publicist voor onder meer de Kanttekening) over identiteit en diversiteit, maar ook over de gebrekkige communicatie met zijn moeder vanwege taalverschillen. Automatisch dacht ik aan mijn eigen moeder, en al de dingen die ik haar zou willen zeggen, maar dat ik niet de manier, taal of cultuur heb ontwikkeld om dat expliciet te doen.

Mijn moeder en ik spreken allebei namelijk een grove vorm van Turks, die niet veel verder gaat dan getir (‘halen’), götür (‘wegbrengen’), nöruyong (‘Wat doe je?’), neyittirdin (‘Wat heb je gedaan?’). Wanneer het over moeilijke dingen als politiek gaat, arriveren we al snel bij het einde van ons Turks. Het overbrengen van onze gevoelens, daar gaan we niet eens naartoe.

We arriveren al snel bij het einde van ons Turks. Gevoelens, daar gaan we niet eens naartoe

Ik breng die gevoelens wel over met foto’s die ik stiekem van haar heb genomen: wanneer ze mijn kleren opvouwt, thee zet of tegenover me zit voor een afspraak bij de huisarts. Die app ik dan later op de dag naar haar, waarop ze me gealarmeerd terugbelt: ‘Wanneer heb je die genomen?!’ En soms stuur ik, kijkend naar die foto’s, ze juist niet, omdat ik weet dat ze terug gaat bellen, waar ik dan op dat moment geen zin in of tijd voor heb. Dan heb ik blijkbaar alleen tijd om naar haar te kijken en in eenzaamheid van haar te houden.


Mijn moederliefde is bijna altijd impliciet geweest. Naar mijn weten appte ik afgelopen zomer voor het eerst ‘Ik houd van je’ naar haar. Net voordat ik met mijn partner van Ankara naar Istanbul opsteeg. Onze communicatie was altijd hard. Ze wou altijd weten waar ik was, wat ik deed en dat ik geld aan haar moest geven – geld dat ik niet had.

Nu ik op mezelf woon en mijn zaakjes op orde lijk te hebben, zijn we liever tegen elkaar. Ik bel haar op als ik haar stem wil horen. En bel haar nu wél terug als ik een oproep heb gemist. En daar gebeurt het weer. Ik voel een traantje opwellen.

‘Ik haat deze shit’ schreeuwde Tony Soprano met uitgepuilde ogen, toen hij emotioneel werd tijdens een therapiesessie. Hij begreep niks van al die opgekropte gevoelens, met paniekaanvallen tot gevolg. Hoe kon hij zo zwak en kwetsbaar zijn, als meedogenloze leider van een maffiagroep? Fascinerende televisie over ons vergankelijke bestaan op deze wereld. Meesterlijk uitgevoerd door James Gandolflini, die helaas al een tijdje niet meer onder ons is.

Ik was nog een student toen ik tegen een medestudent zei dat we ‘ons al mentaal moeten voorbereiden op een leven zonder onze ouders’, alsof dat überhaupt mogelijk is. Het wordt steeds moeilijker, lees ik wel eens van mensen die hun ouders moeten missen. Ik vrees dat ze gelijk hebben. Ik mis mijn moeder nu al. Uiteindelijk komt de dood voor ons allemaal, maar moge Allah haar nog vele jaren geven.

Seni cok seviyorum, annecigim. Anneler bir melektir. (Ik houd van je, moeder. Moeders zijn engelen.)

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -