17 C
Amsterdam

Wie de tijd heeft, heeft de macht

Thomas von der Dunk
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.

Lees meer

In Libanon hebben ze vier dagen lang wel een heel eigen invulling gegeven aan de Nederlandse uitdrukking ‘een onchristelijk tijdstip’. Dat kwam omdat de soennitische premier en de sjiitische parlementsvoorzitter vanwege de zojuist begonnen ramadan op het allerlaatste moment besloten om de invoering van de zomertijd enige weken uit te stellen. De vrees was dat het verzetten van de klok, zo vlak na het begin van de vastenmaand te ontregelend zou werken. Een deel van de samenleving, waaronder veel christenen, weigerde daarin mee te gaan en zette de klok gewoon vooruit. Zo kende het land van zaterdagnacht tot woensdagnacht – toen de regering alsnog bakzeil haalde – twee tijden: een moslimtijd en een christentijd.

De surrealistische situatie waarin dat vervolgens resulteerde, herinnert aan de oude mop over Zweden, toen dat land in 1967 besloot om van links rijden op rechts rijden over te gaan. Op maandag de personenauto’s, op dinsdag de vrachtauto’s en op woensdag ten slotte de bussen. Maar het was in Libanon geen soort 1-aprilgrap, die kennen ze ginds niet, en daarvoor was het bovendien een week te vroeg.

Wat het Libanese besluit met z’n absurde uitkomst mogelijk maakte: de post van president, die volgens vaste afspraak voor christenen is gereserveerd en die dus tegenspel had kunnen bieden, is vacant. De christelijke minderheid zag zich zo door de verenigde islamitische meerderheid overruled – en dat ook nog eens uitgerekend omwille van een religieus feest: zoiets ligt natuurlijk extra gevoelig. Daarom hielden de christenen vast aan de eerdere datum, waarmee Libanon met Europa in de pas zou lopen – als zodanig natuurlijk ook geen strikt neutrale keuze.

Het besluit van de premier en de parlementsvoorzitter dreigde het wankele interne machtsevenwicht in gevaar te brengen, waarop de interne vrede sinds de burgeroorlog was gebaseerd: dat over belangrijke zaken door alle drie religieuze hoofdbestanddelen van de Libanese bevolking samen wordt beslist. Dus zeker over zoiets essentieels als de tijd.

Ooit was de zonnetijd automatisch ook de officiële plaatselijke tijd

Niemand die dat minder besefte dan de obstinate Noord-Koreaanse dictator Kim Jong-un, toen die in 2015 de klok een half uur achteruit zette. Boodschap: we lopen met niemand in de pas. Drie jaar later trok hij weer bij, want dit kwam toch op te veel schuinsmarcheren neer.

Tijd is politiek, omdat de vaststelling van de tijd in de moderne tijd onontkoombaar willekeurig is. Ooit was de zonnetijd automatisch ook de officiële plaatselijke tijd. Dat betekende dat, omdat de zon nu eenmaal in het oosten opkomt en daar ook eerder zijn hoogste punt (het astronomische middaguur) bereikt, het in Amsterdam één minuut eerder 12 uur werd dan in Haarlem.

In de tijd dat het paard het snelste vervoermiddel was, was dat geen probleem. Voor de afstand tussen beide steden had je daarmee toch wel een uur nodig. Niemand die dan zegt: mijn aankomsttijd wordt 12 uur 24, niet 12 uur 23, zet de koffie maar klaar. Zo’n paard kan immers wel eens plots moe worden, of geen zin hebben, of onderweg langdurig moeten plassen, of een leuk ander paard tegenkomen, en dan loopt zo’n zorgvuldig uitgerekend reisschema al snel in het honderd.

Het was pas de opkomst van de spoorwegen die verandering afdwong. Er kwam een gemiddelde nationale tijd, met Amsterdam als maatstaf, en vervolgens in 1892 de internationale indeling in tijdszones, waarbij Nederland voor de West-Europese zone van Londen koos, waarmee men in Amsterdam zo’n 20 minuten op de zon ging achterlopen.

Vanaf dat jaar kende Nederland toch liefst zeventien jaar lang ‘Libanese toestanden’, want alleen de spoorwegen zelf kozen voor de West-Europese tijd. Verder bleef de Amsterdamse tijd als nationale tijd gehandhaafd, terwijl tramondernemingen de lokale zonnetijd hanteerden. Dat eenheid uitbleef, kwam mede omdat men het in Drenthe niet snapte, Noord-Brabant geen boodschap had aan Den Haag, en de geïsoleerde Zeeuwse eilanden er gewoon het nut niet van inzagen. Dat geldt wel voor meer.

In 1909 werd de Amsterdamse tijd de nationale, in 1937 de West-Europese. Al op 16 mei 1940 voerden de Duitsers hun Midden-Europese tijd van Berlijn in, ofschoon die 40 minuten van de Amsterdamse zonnetijd verschilde: ook een politieke keuze, waarmee Nederland van Engeland losgekoppeld werd. Ondanks alle anti-Duitse sentimenten is dat in 1945 om praktische redenen niet teruggedraaid.

Maar in het licht van de tijd-chaos die tussen 1892 en 1909 bij ons bestond, betoont Beiroet zich met slechts vier dagen aparte moslimtijd, in plaats van zeventien jaar, eigenlijk best doortastend.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -