15.7 C
Amsterdam

Wie is schuldig aan de Afghaanse afgang?

Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.

Lees meer

Afghanistan is inmiddels weer van de krantenvoorpagina’s verdwenen. Zo snel kan het gaan: zowel de totale ineenstorting van het twintig jaar door het Westen geschraagde bewind, als de verlegging van de journalistieke hoofdaandacht naar andere onderwerpen.


De belangrijkste kop van de Volkskrant van gisteren gold de uithaal van Kaag naar Rutte in het kader van de Eeuwigdurende Formatie. Welkom thuis!

Laat ik eerlijk zijn: dat de terugkeer van de Taliban aan de macht zich in zo’n ijltempo zou voltrekken, had ik ook niet verwacht. Daarmee bevind ik mij in goed gezelschap. Op vrijdag 13 augustus verklaarden Amerikaanse experts nog dat zij voor de val van Kabul over een maand vreesden; zondag de 15de was het al zover.

Alle schuld voor de totale afgang, die ook in de details op het vliegveld aan het chaotische vertrek van de Amerikanen uit Saigon een halve eeuw geleden herinnert, wordt nu in de schoenen van Joe Biden geschoven. Degene die dat meteen het meest luidruchtig deed, was zijn voorganger Donald Trump.

Maar is dat verwijt ook terecht? Zeker uit Trumps mond is het dat niet echt. Ook Trump wilde zo snel mogelijk weg, en sloot een deal met de Taliban die vooral die Amerikaanse wens diende, waarbij de Afghaanse regering werd genegeerd. Op basis daarvan wisten de Taliban dat er geen enkele noodzaak was om met Kabul te onderhandelen: nog even wachten, en ze konden het gewoon zonder enige concessie innemen, zoals dus ook is geschied.

Een westelijk vertrek over vijf jaar had geen andere uitkomst opgeleverd. Daar ligt het gelijk van Biden

Had Amerika dan met een kleine troepenmacht moeten blijven om de Taliban tegen te houden, gezien wat er nu is gebeurd, wat – voorspelbaar – alle door het Westen opgelegde maatschappelijke modernisering meteen teniet doet? Misschien – maar het paradijs was dan niet uitgebroken. Een westelijk vertrek over vijf jaar had geen andere uitkomst opgeleverd. Daar ligt het gelijk van Biden.

Hooguit had men de aftocht beter kunnen voorbereiden. Dat geldt zeker voor Nederland, dat zich binnen het NAVO-kamp van een bijzonder miezerige en klunzerige klant heeft laten zien.


Het is als bij Srebrenica: het gebrek aan urgentiegevoel op het departement als het gaat om tijdig bedreigde Afghaanse hulpkrachten te evacueren – vooral niet één onterechte vluchteling te veel – in combinatie met een stroperige bureaucratie. Als de procedures maar kloppen!

Het echte alternatief was blijven geweest – voor onbepaalde tijd. Blijven betekent doormodderen, met regelmatig burgerslachtoffers – de Afghaanse variant van Hawija – als collateral damage van slecht ingecalculeerd militair optreden. Dan staan dáárover de kranten weer met verontwaardigde commentaren vol. De komende jaren hebben we zo wel fijn schone handen – zij het ook werkeloze handen in deze regio.

De werkzame vuile handen zijn vanaf nu voor Moskou en Peking, maar die zitten daar niet zo mee. Mensenrechten of meisjesscholen: dat heeft bij Poetin en Xi niet echt prioriteit. Zolang de Taliban maar geen terrorisme naar de Oeigoeren of Oezbeken exporteren, laat de herinvoering van de sharia beide seculiere dictatoren koud.

En de Afghanen? Volgens Biden moeten die ook zélf voor hun land willen vechten – en helemaal ongelijk heeft hij daarmee niet. Westerse militaire steun heeft geen zin, als die bereidheid er amper is. Dan wordt het Amerikaanse leger de facto een bezettingsleger ter schraging van een marionettenbewind: koren op de molen van de Taliban.

Want dat is misschien het meest verbijsterende: het in de westerse propaganda als ‘professioneel’ gepresenteerde officiële leger dat de benen neemt, zich zonder slag of stoot overgeeft, of zelfs naar de vijand overloopt. Al die door de Amerikanen – en in Kunduz door ons – opgeleide soldaten bleken niet bereid om voor een corrupte regering en een ‘buitenlandse bezetter’ te vechten. Ook het hele westerse democratiseringsprogramma interesseerde hen dus feitelijk weinig.

Vermoedelijk zagen zij, net als de Europese huurlegers in vroeger eeuwen, hun soldatenbestaan niet als een nationale morele opgave om hun land van theocratie te vrijwaren, maar als een betaalde baan. Biedt de vijand meer perspectief, dan wisselt men moeiteloos van kamp.

Het maakt opnieuw duidelijk dat onze universele mensenrechten elders vaak als exotische westerse cultuurimport worden beschouwd.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -