12 C
Amsterdam

Wordt in het Midden-Oosten een duizend jaar oude strijdbijl begraven?

Thomas von der Dunk
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.

Lees meer

Tot de heel hardnekkige conflicten in het Midden-Oosten behoort die tussen de Saoedische sjeiks in Riyad en de Iraanse ayatollahs in Teheran. Die strijd om de positie van regionale grootmacht vertaalt zich naar buiten toe in een tegenstelling tussen soennitische en sjiitische moslims, waarvan velen vanouds elkaars bloed wel kunnen drinken.

De interne verscheurdheid van Irak sinds de implosie van de dictatuur van Saddam Hoessein na de Amerikaanse invasie van 2003, laat zich niet zonder deze godsdienstige tegenstelling verklaren. Dat geldt ook voor het door burgeroorlogen verscheurde Libanon dat in drie kampen is opgedeeld: sjiieten, soennieten en christenen.

Terreurbeweging IS: dat was de soennitische wraak op de sjiieten voor hun uitschakeling in Bagdad na Saddams val, nadat de sjiieten met die uitschakeling juist weer wraak op de soennieten genomen hadden. Ook voor Syrië is, als het regime van Assad ten val komt, zo’n bloedig scenario goed denkbaar.

Soms krijg je wel eens de indruk dat veel soennieten en sjiieten elkaar onderling meer haten dan degenen die zij beiden als ongelovigen beschouwen. Israël, ‘de kleine satan’ in het taalgebruik van Teheran, is erg – maar die andere moslims zijn vaak nog veel erger.

Het herinnert aan de oude, ooit niet minder gewelddadige vijandschap tussen katholieken en protestanten – en vooral aan de vandaag nog steeds grote spanningen tussen de eersten en de oosterse orthodoxie. De Noord-Ierse dominee Ian Paisley was inmiddels in eigen kring een uitzondering geworden toen hij de paus als de antichrist betitelde – binnen de Russisch-Orthodoxe Kerk kon hij op veler instemming rekenen.

Voor christenen gold vanouds: ketters zijn erger dan heidenen. Heidenen weten namelijk niet beter: zij zijn nog niet met het ware geloof in aanraking gekomen. Ketters wel – maar interpreteren het verkeerd. Zij zouden dus beter moeten weten. Kwaadwillendheid is erger dan onwetendheid. Precies hetzelfde speelt vast ook mee bij de vraag waarom sjiieten en soennieten elkaar zo vaak verketteren: de ander trekt uit de juiste leer de verkeerde conclusies.

Die religieuze tegenstelling is in het geval van Riyad en Teheran in de laatste halve eeuw een heel stuk scherper en politieker geworden, nadat beide hoofdsteden een fundamentalistische koers zijn gaan varen, met de omarming van het wahabisme in het eerste, en de revolutie van 1979 in het tweede geval. Sindsdien is tussen beide landen in de regio menige proxy-oorlog uitgevochten: in Irak, in Syrië en sinds enige jaren ook in Jemen.

Daarbij fungeert de religieuze tegenstelling tussen soennieten en sjiieten, die teruggaat tot de zevende eeuw, deels slechts als dekmantel voor een veel oudere rivaliteit: die tussen Arabieren en Perzen. Die gaat nog duizend jaar verder terug, tot de dagen van het wereldrijk van Cyrus en Darius de Grote in de zesde eeuw voor het begin van onze jaartelling.

Voor christenen gold vanouds: ketters zijn erger dan heidenen

En nu is er dan plotseling tussen de Saoedi’s en de Iraniërs een akkoord, een soort van vrede. Er zullen zelfs diplomatieke betrekkingen worden aangeknoopt en ambassadeurs worden uitgewisseld. Uiteraard moet zich nog wel de houdbaarheid van een en ander bewijzen, maar als daarmee inderdaad de angel uit veel bloedige regionale conflicten gehaald kan worden, is dat enorme winst; ook omdat dat algemeen de stabiliteit ten goede komt. Dat is eveneens voor Europa niet zonder belang, met het oog op de vluchtelingenproblematiek.

Het akkoord vormt een triomf voor China, dat hier als een soort neutrale bemiddelaar kon optreden, omdat het tot dusverre amper in het conflict betrokken was geweest. Anders dus dan Washington, waarvoor, gezien het eenduidige partijkiezen voor de Saoedi’s en de scherpe controverse met Iran, die rol van arbiter niet was weggelegd. Evenmin als de Verenigde Staten dat in het geval van het Israëlisch-Palestijnse conflict geloofwaardig kunnen.

Betekent dit Chinese succes nu een blijvende verschuiving van de machtsverhoudingen in het Midden-Oosten, of zelfs wereldwijd? Voor zo’n oordeel is het, met één diplomatiek succes, nog echt te vroeg. Beijing werpt zich nu ook op als bemiddelaar tussen Rusland en Oekraïne, maar in dat conflict is juist China evident partij.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -