Zijn ze in Nigeria ook zo trots op Shell?

Thomas von der Dunk
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.

Lees meer

‘Een beschaafd land koestert zijn multinationals’, aldus NRC-columniste Aylin Bilic op 8 juli in haar krant. Met lede ogen zag zij aan dat Unilever besloten had om zijn hoofdkantoor naar Londen te verplaatsen, en dat Shell dreigde hetzelfde te doen. Reden: het niet-afschaffen van de dividendbelasting.

Bilic hekelde het feit dat het Mauritshuis Shell niet meer als sponsor wil, omdat zulke multinationals volgens haar de Nederlandse welvaart mogelijk zouden maken (!) – waarmee zij zich blind toont voor het morele aspect van Nederland-belastingparadijs, dat juist het parasitaire gedrag van deze multinationals beloont, die als gevolg van allerlei rulings amper belasting betalen, maar wel van alle door gewone burgers en bedrijven gefinancierde voorzieningen profiteren.

Bilic deelt duidelijk het oorspronkelijke standpunt van Rutte, dat deze na een storm van protesten onder de Nederlandse bevolking – die de door die rulings veroorzaakte tekorten op de begroting bijpassen mag – opgeven moest: Unilever en Shell zijn onze nationale trots (met de KLM dan uiteraard).

Waar ze vermoedelijk minder trots zijn op Shell, is in Nigeria. Daar zien we de keerzijde van onze nationale trots. Precies twee weken na het verschijnen van Bilics meldde NRC dat in Italië door het Openbaar Ministerie tegen een aantal Shell-bestuurders hoge celstraffen zijn geëist wegens corruptie bij de aankoop van een Nigeriaans olieveld. Die praktijken zijn daar schering en inslag – net als de stelselmatige grootschalige milieuschade die Shells ontginningspraktijken ter plekke veroorzaken.

Het door Nederland zelf altijd zo gretig als corrupt gehekelde Italië pakt hiermee strafrechtelijk praktijken aan die Nederland zelf tot nu toe hooguit door wat geschuif met personen en posten oplost. Het door Bilic aanbevolen koesteren van multinationals door Rutte heeft er namelijk toe geleid dat vanaf zijn eerste kabinet in 2010 buitenlandse politiek vooral tot handelsbevordering is vernauwd. Nederlandse ambassades en consulaten hadden in sommige landen in feite voortaan nog maar één taak: het bedrijfsleven bij het binnenhalen van winstgevende opdrachten terzijde staan.

Juist in Nigeria, en juist ten aanzien van Shell, heeft dat tot onacceptabele activiteiten geleid. De Nederlandse ambassadeur Robert Petri ging in zijn interpretatie van de door Den Haag opgelegde taakopvatting zover dat toen de FIOD vanwege smeergeldverdenkingen besloot om ook in Nigeria onderzoek te gaan doen, Petri de lokale Shell-baas daarvan op de hoogte stelde.

In Nigeria zien we de keerzijde van onze nationale trots

Omkoping: het vormt in een aantal Afrikaanse landen een endemisch verschijnsel, waarbij ook vaak westerse bedrijven betrokken zijn. Eerder dit jaar speelde al een corruptieschandaal in Angola met een centrale rol voor de Nederlandse baggeraar Van Oord. De Amsterdamse Zuidas functioneert daarbij met haar vele internationale brievenbusfirma’s als fiscale witwascentrale voor de Angolese dictatorsdochter Isabel Dos Santos, die door het leegroven van haar eigen land een immens zakenimperium heeft opgebouwd. Tot zover dus de multinationals – in olie of in brievenbussen – die wij moeten koesteren.

Door steeds weer hierin mee te gaan, helpen die multinationals de wantoestanden te continueren, waarbij in deze Afrikaanse landen een kleine lokale elite zich schaamteloos verrijken kan, zonder dat de doorsnee-inwoner hiervan ook maar enigszins profiteert. De bevolking is vaak straatarm, de machthebbers zijn schatrijk.

Uiteraard ligt daarvoor ook een verantwoordelijkheid bij de Afrikanen zelf. Wat ginds ontbreekt is een rechtsstatelijke traditie met het verschil tussen beheer en bezit. In een moderne rechtsstaat staat de regeringsleider niet boven de wet. Hij beheert de collectieve middelen, maar bezit ze niet. Hij mag ze dus niet voor zichzelf gebruiken, zoals dat ooit wel voor koningen gold.

Het is niet toevallig op dit punt dat zich in Trump tijdens de coronacrisis de autocraat ontpopte, door in het nieuwe normaal beademingsapparaten als zijn eigendom te beschouwen die hij naar believen aan staten met Republikeinse gouverneurs uitdelen en aan staten met Democratische onthouden mag. In een land als Nigeria is dat helaas het oude normaal. Door daarin omwille van de eigen winst mee te gaan, houden ‘onze’ multinationals het in stand. Daarom is het Mauritshuis terecht niet langer trots op Shell.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berchtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -