11.7 C
Amsterdam

Auteur Ruby Hamad: ‘Witte vrouwen kunnen strategisch hun tranen inzetten’

Shawintala Banwarie
Journalist. Mede-oprichter Desi Solidariteitsplatform.

Lees meer

Zoals ‘wit feminisme’ verraad is aan vrouwen van kleur, zetten veel witte vrouwen in het dagelijks leven hun vrouwelijkheid strategisch in om bevoordeeld te worden ten opzichte van vrouwen van kleur. Dit betoogt de internationaal bekende auteur en academicus Ruby Hamad. We spraken haar over haar boek White tears, brown scars (2020), waarin ze uitlegt hoe dit mechanisme precies werkt.


Een vrouw van kleur die door haar leidinggevende wordt weggezet als ongemanierd, boos en vijandig. Dit, nadat ze op een rustige manier haar witte vrouwelijke collega aangesprak op ongewenst gedrag. Of een zwarte vrouw die racisme op de werkvloer bespreekpaar maakt, en vervolgens door haar witte vrouwelijke leidinggevende voor een monster wordt uitgemaakt.

Het zijn typerende voorbeelden uit het boek White tears, brown scars (Witte tranen, bruine littekens) van schrijfster, academicus en journalist Ruby Hamad. Daarin legt zij uit dat witte vrouwen, anders dan bruine en zwarte vrouwen, aan kritiek kunnen ontkomen door strategisch hun tranen in te zetten. Door zelf het slachtoffer te spelen en de vrouw van kleur te stereotyperen als boos en overgevoelig krijgt zij bijval van haar witte collega’s en wordt de vrouw van kleur als een dader neergezet.

Hiermee bedoelt Hamad niet dat de tranen van witte vrouwen nooit oprecht kunnen zijn. Wel dat witte vrouwen hun tranen als privilege hebben. Een privilege dat zij ook kunnen inzetten om vrouwen van kleur een ongemakkelijk gevoel te geven tijdens een discussie.

Als oorzaak van dit privilege noemt Hamad, een Australische met Syrische en Libanese roots, het slavernijverleden. Toen werden bruine en zwarte vrouwen in het Westen gekarakteriseerd als gevoelloos en onbeschaafd. Een lustobject. Het beeld van witte vrouwen was diametraal tegenovergesteld: zij stonden symbool voor onschuld en vrouwelijkheid.

Witte vrouwen kunnen tijdens confrontaties met vrouwen van kleur ‘strategisch leunen op dit archetype van witte onschuld, om de vrouw van kleur er schuldig en irrationeel uit te laten zien’, vertelt Hamad. ‘Het is de discussie winnen zonder de discussie te hoeven winnen.’

Hamad bracht het onderwerp ‘witte tranen’ voor het eerst ter sprake in een Guardianartikel dat viraal ging. Het leidde wereldwijd tot een discussie over wat zij ‘wit feminisme’ noemt. Volgens Hamad zijn westerse feministen zich onvoldoende bewust van de dominante positie van ‘witheid’. Ze noemt witte vrouwen zelfs medeschuldig aan het in stand houden van de ongelijke behandeling van bruine en zwarte vrouwen.

Witte feministen moeten meer solidariteit betuigen met vrouwen van kleur door het racisme en de behandeling van zwarte vrouwen tijdens het slavernijverleden te erkennen. Alleen dan kunnen vrouwen van kleur worden verlost, stelt Hamad.

Uw artikel in the Guardian, over hoe witte vrouwen ‘strategische tranen’ gebruiken om vrouwen van kleur het zwijgen op te leggen, werd in 2018 eerst in de Australische versie van the Guardian gepubliceerd. Hoe waren de reacties toen?

‘De negatieve respons kwam veel sneller dan de steun. Toen het werd gepubliceerd, waren veel mensen van kleur in Australië nerveus over wat te zeggen. Ze hadden zoiets van: ‘Gaan we het artikel delen en witte feministen woedend maken, terwijl we misschien werk van ze kunnen krijgen?’ Er was dus veel stilte. Nadat het artikel in de Britse Guardian was gepubliceerd, begonnen de weerstand en de online aanvallen. Het was best afschuwelijk, en ik dacht: ‘Wat heb ik gedaan? Ik krijg helemaal geen steun.’ Velen maakten aannames over wie ik ben en hebben het artikel verkeerd geïnterpreteerd. Maar toen het op de voorpagina van de Amerikaanse Guardian-website werd gepubliceerd, kreeg ik gelukkig veel steun, vooral van zwarte en inheemse Amerikaanse vrouwen. Ze stonden echt achter me.’

En de reactie van progressieve witte feministen?

‘Ze waren stil. Ze zeiden niets in het openbaar. Niet reageren als je macht hebt, dat is in zekere zin ook een reactie.’

Hoe heeft dit u ertoe gebracht uw boek te schrijven?

‘De interacties waarover ik in mijn artikel schreef, waren mij overkomen met enkele van mijn witte collega’s in de feministische scene, die ik destijds niet als wit-feministisch bestempelde. Ik had niet verwacht dat deze witte feministen witte superioriteit zouden belichamen. Over deze vrouwen, waarvan ik dacht dat ze mij op dezelfde manier zagen als ik hen, had ik nooit gedacht dat ze zich superieur aan mij zouden voelen. Maar in hun omgang met mij werd vrij duidelijk dat ze dat wel deden. Dit kwam voor mij als een schok. Het maakte mij ook verdrietig, omdat ik lange tijd dacht dat het probleem misschien was dat ze niet luisterden. ‘Misschien zien of begrijpen ze gewoon niet wat ze vrouwen van kleur aandoen.’ Maar toen kwam het besef dat het niet zomaar een vergissing was. Het was opzettelijk. Deze witte feministen zijn daadwerkelijk betrokken bij het handhaven van hun raciale privileges. Ook als feministen. En dat heeft ertoe geleid om mijn boek te schrijven.’

Tijdens de Harvey Weinstein-affaire werden de ervaringen van vrouwelijke slachtoffers van kleur als eerste afgewezen, schrijft u in uw boek. Waarom was dat, denkt u?

‘Het is een gevolg van de geschiedenis, die ons tot dit punt heeft geleid. In mijn boek beschrijf ik de ontwikkeling van vrouwelijkheid in de westerse context. Witte vrouwelijkheid werd geconstrueerd als de belichaming van alle ideale eigenschappen van vrouwelijkheid: rust, koestering, onschuld, kwetsbaarheid, behoefte aan bescherming. Dus per definitie werden gekoloniseerde vrouwen van kleur, in verschillende mate en manieren, geconstrueerd alsof ze in wezen al deze kenmerken misten. Ze werden afgeschilderd als hyperseksueel. Of ze waren schuldig. Witte vrouwen waren vreedzaam en oprecht, vrouwen van kleur boos, agressief, irrationeel, onbeschaafd, enzovoort. En ze werden zo geconstrueerd om hun culturen en hun rassen te vernederen. Het is dus een natuurlijke reactie om zwarte en bruine vrouwen niet als onschuldig te zien en, om hun leed niet als oprecht te zien.’


Kunt u voorbeelden geven van hoe vrouwen van kleur nog steeds negatief worden neergezet?

‘Deze negatieve voorstellingen en constructies worden keer op keer in stand gehouden door literatuur, kunst, muziek, films. Het werd normaal om de Latina te zien als een dienstmeisje, die er alleen is om te zorgen voor witte mensen en hun kinderen. Het is normaal om Arabieren als terroristen en Arabische vrouwen als onderdanig te zien, want dat heeft Hollywood ons geleerd. Of denk aan de Aziatische dragonlady en de boze zwarte vrouw. Deze stereotypering ontmenselijkt en depersonaliseert haar.’

Als deze stereotypering zo duidelijk is, waarom heeft het dan zoveel jaren geduurd om dit probleem te erkennen en er openlijk over te praten?

‘De witte samenleving is nooit in het reine gekomen met die geschiedenis. Juist omdat het zo duidelijk aanwezig is. Het lijkt misschien contra-intuïtief, maar als je overal iets ziet, twijfel je er niet meer aan. Deze stereotypen zijn ook gemakkelijk te gebruiken, omdat ze, gedurende vele generaties en op veel verschillende manieren, in kunst en politiek zijn geconstrueerd en verfijnd. Dus als je bijna honderd jaar onschuld hebt geassocieerd met witte vrouwen, terwijl zwarte vrouwen en bruine vrouwen werden geconstrueerd en gepositioneerd als hyperseksueel – en als in wezen onverkrachtbaar, omdat ze als toegeeflijk werden beschouwd -, realiseren we ons niet eens dat dit beeld eigenlijk geconstrueerd is, geen natuurlijk gegeven is.

‘Het stereotype ‘boze zwarte vrouw’ is een manier om een mens te veranderen in een karikaturaal onderdeel van een zogenaamd inferieure cultuur’

‘En het was niet zo dat mensen van kleur hierop geen kritiek probeerden te uiten. Ze waren juist kritisch. Maar ze hadden gewoon geen toegang tot de media, het parlement en de macht. Dus het was veel gemakkelijker om ze te laten zwijgen. En de witte samenleving zal haar macht niet opgeven. Het lijkt misschien alsof de witte meerderheid klaar is voor inclusiviteit en diversiteit, maar probeer te zoeken naar eventuele discrepanties tussen discours en praktijk. Wat gebeurt er met de persoon van kleur die problemen probeert aan te wijzen?’

In uw boek beschrijf u hoe historicus Deborah Gray White onderzocht hoe zwarte vrouwen door witte slavenhouders werden getypeerd als een ‘Jezebel’, ofwel een promiscue zwarte vrouw. Volgens White kon hierdoor het seksueel misbruik van zwarte vrouwen worden gelegitimeerd. Hoe vertaalt deze stereotypering van zwarte vrouwen zich in de hedendaagse machtsdynamiek tussen vrouwen van kleur en witte vrouwen?

‘Dit bepaalt de context van bijna alle interacties tussen witte en niet-witte vrouwen. Gedurende vele generaties heeft deze stereotypering, waarbij niet-witte vrouwen een gebrek zouden hebben aan seksuele moraal, een beeld gecreëerd waarbij niet-witte vrouwen als minder onschuldig werden gezien. Hierdoor werden niet-witte vrouwen gereduceerd tot alleen het lichaam, zonder ook maar enige emotie en moraliteit. Witte vrouwen daarentegen werden, omdat ze wit zijn,  automatisch als rationeler en redelijker gezien. Dus als een witte vrouw een vrouw van kleur van iets beschuldigt, is het zeer waarschijnlijk dat de witte vrouw degene is die als beste uit de bus komt. Ongeacht de feiten.

‘Waar ik tegen schrijf, is hoe we terugvallen in typecasten, stereotypen en archetypen in plaats van mensen als mensen en individuen te zien’

‘Waar ik voor wil pleiten is: onderzoek bij elke interactie wat de essentie is. Ik wil niet dat mensen automatisch aannemen dat alle vrouwen van kleur altijd gelijk hebben en onschuldig zijn. Ik wil niet de ene reeks stereotypen vervangen door een andere. Waar ik tegen schrijf, is de manier waarop we terugvallen in typecasten, stereotypen en archetypen in plaats van mensen echt als mensen en als individuen te zien.’

Uit een recente studie in Amerika blijkt dat succesvolle bruine en zwarte vrouwen minder kans hebben op een baan als leidinggevende, doordat zij vaak worden gestereotypeerd als de ‘boze zwarte vrouw’. Hoe komt het dat succesvolle bruine en zwarte vrouwen vaak door de witte meerderheid als een bedreiging worden gezien?

‘Omdat ze de hiërarchie doorbreken die de witte samenleving al honderden jaren in stand houdt. Een hiërarchie met witte mannen bovenaan en vrouwen van kleur onderaan. Wanneer een witte vrouw macht verwerft, verstoort ze die hiërarchie een beetje – maar niet zo erg dat het de witte macht ongedaan maakt, want ze staat nog steeds boven de mensen van kleur. Maar als een vrouw van kleur die onderaan staat opspringt, dreigt de hele structuur in te storten. Dus daarom wordt ze ‘terug op haar plaats gezet’.

‘Een van de belangrijkste manieren waarop witte mensen dat doen, is via die stereotypen van de boze zwarte vrouw en vele anderen die ik in het boek bespreek. Het is een manier om haar van een mens te veranderen in een karikaturaal onderdeel van een zogenaamd inferieure cultuur. Op die manier hebben witte mensen niet langer te maken met een individueel mens dat misschien heel logische en goed doordachte argumenten heeft, maar met een irrationeel, nauwelijks menselijk iemand, die niet te onderscheiden is van alle andere zwarte, Arabische of Aziatische vrouwen.’

U legt ook uit dat vrouwen met een Arabische achtergrond, in vergelijking met andere niet-witte vrouwen, nog niet genoeg kansen krijgen om zich los te wringen van het negatieve stereotype beeld dat in het Westen heerst: het beeld van de onderdrukte en conservatieve vrouw. Hoe verklaart u deze oneerlijke strijd, waarbij vrouwen met een Arabische achtergrond minder kansen op representatie krijgen in de Westerse media?

‘Dit is te wijten aan geopolitiek en de ‘speciale belangen’ die de westerse mogendheden in het Midden-Oosten hebben. Zolang deze belangen bestaan, zal het Midden-Oosten moeite hebben om de vertegenwoordiging van Arabische vrouwen in de Westerse media in de hand te hebben.

‘Zoals ik ook betoog in White tears, brown scars, kwam islamofobie voort uit anti-Arabisch racisme. Ik denk dat het juist is om te zeggen dat de negatieve imago’s van moslims bijdragen aan anti-Arabisch racisme. Alle negatieve stijlfiguren en stereotypen over moslims van nu komen rechtstreeks voort uit eerder bestaande imago’s van Arabieren. De overleden Libanees-Amerikaanse geleerde Jack Shaheen wees hier al op in Reel bad Arabs, zijn uitgebreide studie (uit 2001, red.) van Hollywoods portrettering van Arabieren. De vijandigheid tegen moslims in het Westen is een gevolg van de associatie van de islam met Arabieren en het Midden-Oosten.’

Beeld: Catapult

Hoe kunnen vrouwen van kleur weerstand bieden tegen alle stereotyperingen?

‘Dat is de moeilijkste vraag. We leven nog steeds in een door witte mensen gedomineerde samenleving. Vanwege de winst die progressieven en niet-witte feministen hebben behaald, is het voor witte vrouwen moeilijker geworden om weg te komen met de strategie om vrouwen van kleur het zwijgen op te leggen. Maar in plaats van een gids voor verzet te zijn, wilde ik met dit boek heel graag vrouwen van kleur laten weten dat wanneer dit hen overkomt, ze het zich niet verbeelden. Ze zijn niet gek. En het zal hen steeds weer gebeuren. Ik wilde dat we die gedeelde ervaring hebben. En ik wilde licht werpen op de witte vrouwen die onbewust bang zijn voor vrouwen van kleur – en die dat gegeven niet echt hebben weten te verzoenen met hun eigen feminisme.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -