14 C
Amsterdam

Rotterdamse wethouder Chantal Zeegers: ‘Ik ben voorstander van zoveel mogelijk bouwen’

Majorie van Leijen
Majorie van Leijen
Journalist en Midden-Oostendeskundige

Lees meer

Als rasechte Rotterdammer is Chantal Zeegers al bijna haar hele carrière betrokken bij de lokale politiek; eerst bij de gemeente en sinds 2022 als wethouder van Klimaat, Bouwen en Wonen. Op dit moment trekt ze de kar voor D66 Rotterdam. ‘Op lokaal niveau kun je echt dingen doen.’

In de gang hangen portretten van de Rotterdamse burgemeesters uit voorgaande jaren. We lopen op de derde verdieping van het pompeuze gemeenteraadshuis, dat gewicht uitstraalt. De plafonds zijn hoog, de werkkamers groot en de gangen oneindig. ‘Alleen zou je er verdwalen’, lacht haar woordvoerder.

Drie kwartier heeft ze, want het is campagnetijd. Er moet nog een filmpje gemaakt worden en de agenda staat bomvol. Toch maakt de opgewekte wethouder graag tijd voor een gesprek met de Kanttekening om te vertellen wat haar bezig houdt. ‘Rotterdam sterker en mooier maken, dat vind ik gewoon heel erg leuk om te doen.’

Wat drijft je om politiek actief te zijn in Rotterdam?

‘Ik heb er altijd voor gekozen om lokaal politiek actief te zijn. Het is concreet, je kunt zien wat je bijdraagt aan de samenleving. Maar het is ook groot genoeg, zeker in een stad als Rotterdam. De grote thema’s komen hier samen. Neem bijvoorbeeld kansenongelijkheid: in een stad kun je heel goed zien wat er nodig is. Hetzelfde geldt voor de huisvesting van scholen, je ziet hoe belangrijk dat voor kinderen is en dat je daarin een verschil kunt maken als lokale overheid.

Ik heb ook een tijd op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gewerkt. Daar werkte ik dan bijvoorbeeld aan bekostigingssystemen. Dat is belangrijk, we kunnen niet zonder het grote systeem. Maar op lokaal niveau zie je heel goed wat dat betekent. De verbinding tussen het grote systeem en de directe leefwereld van mensen, die leg je op lokaal niveau wel veel beter, vind ik.

Daarbij komt dat ik de stad gewoon waanzinnig goed ken. Ik woon hier al bijna mijn hele leven. Toen ik ging studeren in Rotterdam was het niet echt een gezellige stad. Mijn familie kwam niet graag op bezoek, maar dat is echt veranderd. Rotterdam is steeds aangenamer en mooier geworden en is nu echt een fijne stad om in te wonen.’

Laten we het over dat woonklimaat hebben. Hoe zorgt D66 dat mensen fijn kunnen wonen?

‘Ik ben groot voorstander van zoveel mogelijk bouwen. We hebben het afgelopen jaar 4.100 woningen gebouwd, waarvan 30 procent sociaal. Dat was mogelijk dankzij het doorbouwfonds dat we vier jaar geleden hebben geregeld. Het Rijk betaalt een deel, maar als lokale overheid moet je dat co-financieren. Dat deed het doorbouwfonds van 57 miljoen euro, zonder dat geld hadden we nooit zoveel woningen kunnen bouwen.

‘We zullen rond de 20 miljoen euro per jaar nodig hebben’

Als we willen blijven bouwen, dan hebben we opnieuw een soortgelijk fonds nodig en misschien zelfs meer, want we willen meer woningen. De plannen voor de bouw liggen er wel, daar maak ik me geen zorgen over. Maar de realisatie van die plannen is afhankelijk van geld. We zullen rond de 20 miljoen euro per jaar nodig hebben. Ik denk dat mensen zich onvoldoende realiseren dat het geld kost om kwalitatief goede woningen te bouwen.’

Plezierig wonen is niet alleen afhankelijk van de woning, maar ook van de buurt. Er zijn best wel wat wijken in Rotterdam die men beschrijft als ‘verpauperd’.

‘We zijn hard bezig dat te verbeteren. Ik heb per wijk in kaart gebracht wat er nodig is. Sommige wijken hebben heel veel sociale woningbouw, daar willen we meer midden- en topsegmentwoningen toevoegen. Niet zozeer door sociale woningbouw weg te halen, maar door meer sterke schouders aan te trekken. In andere, meer welvarende wijken willen we juist weer meer sociale woningbouw toevoegen.’

Ligt gentrificatie hier op de loer? Sommige bewoners kunnen niet opboksen tegen partijen met sterkere financiële middelen en dreigen uit hun eigen buurt te worden verdrongen

‘Bij een woningbouwcorporatie blijft die huur gewoon sociale huur. Deze mensen hoeven niet weg. Wat je wel ziet, is dat woningbouwcorporaties hun woningen willen verkopen. Wij sturen erop dat zij dat niet doen in wijken waar weinig sociale woningbouw zit, zodat ze hun sociale woning ook sociaal houden.’

Lukt dat altijd? In 2021 was er een grote protestactie in de Tweebosbuurt nadat veel sociale huurwoningen waren verdwenen.

‘Ik was toen nog geen wethouder, maar deze rellen waren wel aanleiding voor mij om het roer om te gooien en het echt anders te gaan doen. Dit betekent geen grootschalige sloop van sociale woningbouw meer. Soms is de sociale woningbouw echter van hele slechte kwaliteit. Je wilt mensen ook niet in schimmelwoningen met slechte fundering laten wonen. In zo’n geval willen we wel nieuwe woningen.

Voor deze gevallen heb een sociaal statuut afgesloten met de corporaties  en de huurdersvereniging, waarin is afgesproken dat mensen die in deze woningen woonden altijd mogen terugkeren. Ze zullen tijdelijk ergens anders worden gehuisvest en als de woningen opnieuw zijn gebouwd, kunnen ze weer terug.’

Voor dezelfde prijs?

‘Dat is afhankelijk van de woning en hun inkomen. Er is een bepaalde prijs die je mag vragen voor een woning, dat is zo genormeerd. Bovendien wordt gekeken naar inkomen om scheefwonen te voorkomen. Dat vind ik persoonlijk niet onredelijk.

Daarnaast wil ook niet iedereen terug. Soms zijn mensen verhuisd en vinden ze het daar eigenlijk ook wel leuk. Dat is prima, dan kunnen andere mensen de nieuwe woningen betrekken. Waar het om gaat, is dat er fatsoenlijk met mensen wordt omgesprongen. Ze worden begeleid, krijgen een verhuisvergoeding en als ze terug willen, kan dat. Dit gebeurt nu bijvoorbeeld in Crooswijk.

Woonwijk Little C in Coolhaven, vroeger een echte arbeiderswijk. Door Little C werd Coolhaven meer hip en happening. Beeld: Majorie van Leijen

Maar er speelt nog iets anders bij gentrificatie. Het gaat niet alleen om de vraag of mensen ergens mogen blijven wonen. Vaak zie je dat de winkeltjes of restaurantjes in een wijk duurder worden naarmate het woonaanbod verandert. Dat is ook een vorm van gentrificatie.’

Zoals in het Oude Westen, waar de cafeetjes op de hoek opeens cappuccino met havermelk verkopen?

‘Ja, en dat mag er van mij ook zijn. Maar om sociale ondernemers aan te trekken hebben we wel met corporaties afgesproken dat ze niet alleen zorgen voor betaalbare woningen, maar ook voor betaalbare bedrijfsruimte. Zo zorgen we ervoor dat je ergens een tosti kunt eten die niet te duur is, of dat er een betaalbare fietsenmaker zit.’

Lukt dat ook?

‘We maken die afspraken wel, maar we moeten er toch scherp op blijven. Wat een uitdaging blijkt, is de match tussen bedrijfsruimte en het aanbod aan geïnteresseerde ondernemers. Soms wil een ondernemer niet op een bepaalde plek zitten of juist ergens wel. Dat matchen en makelen van bedrijfsruimtes en ondernemers staat nog wat in de kinderschoenen.’

Dan bestaat ook nog de kans op segregatie. Wijken als Spangen en het Oude en Nieuwe Westen zijn behoorlijk gesegregeerd. Er wonen veel mensen met dezelfde afkomst en/of inkomensklasse. Wat doet D66 om de kansenongelijkheid in deze wijken tegen te gaan?

‘Wij proberen dat met name door andere typen woningen te realiseren, zodat er een goede mix aan bewoners ontstaat. Maar los daarvan moet je er ook voor zorgen dat die mensen elkaar tegenkomen. Dat doe je met stedenbouwkundig ontwerpen.

Feijenoord is een voorbeeld van een wijk die niet langer gesegregeerd is. Hier wonen nu veel mensen in het middensegment, terwijl het vroeger vooral sociale huurwoningen waren. Toen we De Kaaij ontwikkelden (een nieuwe, moderne wijk op de kop van Feijenoord Zuid, red.) hebben we er bewust voor gekozen geen speeltuin te maken, zodat kinderen naar de speeltuin gaan die er al was. Hetzelfde geldt voor scholen. We wilden dat de kinderen uit De Kaai naar scholen gingen waar kinderen uit Feijenoord al naartoe gingen. Hier moet je al bij het ontwerp rekening mee houden.

Tegelijkertijd investeren we enorm in onderwijs, juist in die wijken waar kinderen wonen uit een wat armer en milieu. Zo komen kinderen in aanraking met taal, sport en cultuur waar hun ouders geen tijd of geld voor hebben.’

Feijenoord vanaf het Brienenoordeiland. Beeld: Majorie van Leijen

Er zijn best wat islamitische scholen in Rotterdam. Is dit een goede ontwikkeling, of kunnen scholen met een religieuze grondslag segregatie in de hand werken?  

‘Het D66-standpunt is dat we meer van het openbaar onderwijs zijn dan bijzonder onderwijs. Bovendien geloof ik dat op weekendscholen het risico bestaat dat kinderen religieus worden opgevoed.’

Waarom is dat kwalijk?

‘Zelfbeschikkingsrecht is voor D66 heel belangrijk, maar er is ook een grens. Je moet de afweging maken tussen vrijheid, en het hinderen van anderen in die vrijheid. Bij bepaalde weekendscholen kwamen de rechten van kinderen in het geding, zoals bij scholen waar kinderen bijvoorbeeld het hele weekend gedrild werden in het lezen van de Koran. Het is voor kinderen ook belangrijk om buiten te spelen en vrienden te maken. Kinderrechten respecteer je het meest als je pluriformiteit respecteert.

Er zijn natuurlijk ook scholen waar kinderen in het weekend een uurtje naartoe gaan, dat lijkt me prima. De scholen waar kinderen in het weekend overnachten zijn inmiddels trouwens ook verboden.’

‘Ik word bij een iftar echt niet bekeerd’

En een iftar in het gemeentehuis, is dat wel een goed idee?

‘Ja, daar ga ik ook naartoe. Ik vind dat een goede zaak. Wat mij betreft mogen alle feesten gevierd worden, of het nu kerst is of Diwali. Ik zie het als culturele vieringen, weliswaar met een religieuze achtergrond, maar dat geldt uiteindelijk ook voor Pasen. Deze feesten zijn voor veel mensen belangrijk. Bovendien word ik bij een iftar echt niet bekeerd. Juist bij dit soort feesten steken we de hand naar anderen uit.’

U zegt vaak dat u multicultureel Rotterdam mooi vindt. Hoe zet je die diverse samenleving het best in zijn kracht?

‘Deze coalitie aangaan met Denk én Leefbaar was heel belangrijk. Hiermee dragen we uit dat we één stad zijn. Het maakt niet uit wie je bent, iedereen kan meebesturen. We zijn misschien verschillend, maar dat maakt het juist interessant. Je moet elkaars verschillen respecteren, we zijn allemaal Rotterdammer. Ik ben een groot voorstander van leven en laten leven.’

Maar toch liever geen weekendscholen?

‘Je mag kinderen je religie bijbrengen, maar er is ergens een grens. De eigen kracht van kinderen is ook belangrijk, deze moet niet worden ingeperkt door religieuze indoctrinatie.’

Zien jullie het zitten om nog vier jaar te regeren met Leefbaar Rotterdam?

‘Als ik kijk naar de inhoud, dan is er niet heel veel overlap. Op de lange termijn willen we echt een paar doorbraken realiseren: een autovrije, fietsvriendelijke stad met investeringen in onderwijs, wonen en duurzaamheid.

Maar ik wil ook gezegd hebben dat we heel goed hebben samengewerkt. We hebben goede afspraken kunnen maken en daar hebben we ons aan gehouden. In een ideale samenwerking wil je wat kunnen bereiken, maar ook betrouwbare partners hebben.’

Wat is voor D66 de ideale samenstelling?

‘Waar deze twee dingen samenkomen.’

Tot slot: waarom moeten bi-culturele Rotterdammers op D66 stemmen?

‘Omdat we staan voor gelijke kansen voor iedereen. We zorgen ervoor dat iedereen het beste uit zichzelf kan halen, ongeacht waar je vandaan komt. Sommigen krijgen hierin meer hindernissen dan anderen, door een taalachterstand of door discriminatie.

Als je de taal niet machtig bent, of je ouders zijn de taal niet machtig, dan is het best wel moeilijk om mee te komen in een stad als Rotterdam, waar je toch wel veel op jezelf bent teruggeworpen. Het leven in de stad is complex. Daarom investeren we in onderwijs en discriminatie pakken we hard aan.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -