15.7 C
Amsterdam

Don Ceder (ChristenUnie): ‘Een diversere Kamer maakt Nederland mooier’

Chris Aalberts
Journalist en auteur van o.a. ‘De puinhopen van rechts’. Doceert Media & Journalistiek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Lees meer

Diversiteit, inclusie en racisme staan steeds nadrukkelijker op de politieke agenda, net als de roep om een meer representatieve en diverse volksvertegenwoordiging. In de aanloop naar de verkiezingen interviewt Chris Aalberts daarom biculturele kandidaten voor de Tweede Kamer. In deze laatste aflevering: Don Ceder, sinds 2018 raadslid in Amsterdam en deze verkiezingen de nummer vier van de ChristenUnie.


Waarom wil je de Tweede Kamer in?

‘Politiek is in de eerste plaats een strijd tussen politieke ideologieën. Daar zou het in principe ook over moeten gaan: wie heeft de beste en de beste plannen? Als advocaat heb ik me de afgelopen jaren beziggehouden met mensen die tussen wal en schip vallen als gevolg van schulden en niet-werkende wet- en regelgeving. Ik sta gedupeerden van de toeslagaffaire bij en zie hoe zij vermangeld zijn. Ook is er op het gebied van etnisch profileren nog niet alles bekend. Als advocaat heb ik gezien dat in wet- en regelgeving soms de menselijke maat zoek is, maar in die rol dweil je met de kraan open. Als je wetgeving wilt aanpassen, moet je in de Kamer zijn.’

Hoe belangrijk is diversiteit in de politiek?

‘Steeds meer mensen vragen zich af of ze zich nog wel kunnen herkennen in de politiek, ook op basis van migratieachtergrond. Eerder hebben we terecht die discussie al gehad over vrouwen in de politiek en over kandidaten uit de regio. Mijn moeder komt uit Ghana en mijn vader uit Suriname. Met die wortels voel ik me verbonden. Ik ben opgegroeid in Amsterdam Zuidoost middenin een grote Ghanese en Surinaamse gemeenschap. Voor veel mensen met een Surinaamse of Ghanese achtergrond zou het mooi zijn als iemand uit de gemeenschap in de Tweede Kamer komt.

‘Mijn achtergrond maakt ook dat ik met een bepaald perspectief naar het verleden kijk. Als raadslid in Amsterdam heb ik samen met andere raadsleden een voorstel ingediend om als stad excuses aan te bieden vanwege de rol die de stad Amsterdam heeft gespeeld in het slavernijverleden. Mede omdat ik weet dat dit binnen de gemeenschap leeft.’

Wat lossen excuses voor het slavernijverleden op?

‘Keti Koti staat voor veel Surinamers symbool voor drie dingen: het vieren van de afschaffing van de slavernij, het herdenken van de ontmenselijking en het is jaarlijks ook steeds meer een moment waarop duidelijk is dat de overheid weigert excuses aan te bieden. In 2013 was er al een verzoek aan destijds minister Asscher om namens de Nederlands regering excuses aan te bieden. Hij kwam toen met ‘diepe spijt en berouw’. Het is een soort jaarlijkse dans met woorden waarbij tekstschrijvers creatief proberen het woord excuses maar niet te hoeven laten vallen. ‘Het is elk jaar weer afwachten met welke creatieve uiting ze nu weer komen’, is een breed gedeelde gedachte, wat afbreuk doet aan de waarde en inhoud van de dag.


‘Als Nederlandse samenleving begrijpen we heel goed dat onthouding van erkenning schadelijk is. Velen snappen bij de Armeense genocide heel goed dat die erkend moet worden. Als we willen afrekenen met ons verleden, is dat geen zelfkastijding. Dit doe je omdat je in een land met verschillende gemeenschappen leeft en je wilt dat je samen verder kunt werken aan een gedeelde toekomst. Er zit in zekere zin nog een pijn bij de Afro-Caraïbische gemeenschap, net als dat er bijvoorbeeld nog een pijn binnen de Molukse gemeenschap zit en omgang met gastarbeiders zit. Ook hoor ik steeds meer over het verborgen leed in de voormalige veenkoloniën waar armoede van generatie op generatie wordt overgedragen. Het gaat over verschillende gemeenschappen met verschillende historische contexten, maar feit blijft dat we te weinig serieus over dit soort onderwerpen. Als je weet dat er een behoefte ligt, moet je iets doen, vind ik. Dat gaat ook alleen verder dan alleen symboliek.’

Wat is er zo schadelijk aan?

‘Ontkenning zorgt ervoor dat dit een splijtzwam blijft. Als de overheid weigert excuses aan te bieden, is deze mede debet aan het politiseren en het escaleren van een thema dat allang beslecht had moeten zijn. Vorig jaar heeft Rutte na 75 jaar namens de overheid excuses aangeboden voor de houding van de overheid aan de Joodse slachtoffers. De waardering en opluchting in de gemeenschap dat de overheid dat deed was immens. Dat is toch mooi? Het idee dat deze discussie wel uitdooft is onzin en het is ook een onjuiste houding als je verzoeningsprocessen serieus neemt. Het werkt ook als een onbedoelde katalysator voor tegenstellingen in de samenleving. Ik denk dat we echt iets kunnen leren van andere landen als het gaat hoe op het verleden te reflecteren en stappen te zetten tot verzoening. In Nederland hebben we daar relatief meer moeite mee. 

‘Als de overheid weigert excuses aan te bieden is deze mede debet aan het politiseren en het escaleren van een thema dat allang beslecht had moeten zijn’

‘De juiste vraag is: wat is er nodig om dichterbij elkaar te komen? Excuses zijn daar belangrijk in. Als je het verzoeningsproces wil saboteren, moet je dit probleem blijven ontkennen. 70 procent van de Afro-Caribische gemeenschap vindt het aanbieden van excuses belangrijk. Als je kijkt naar onderwijs, arbeidsmarkt en woningmarkt, zie je dat deze gemeenschap wordt achtergesteld. Dat gaat van generatie op generatie.

‘Daarom pleit ik voor een Nationale waarheidscommissie voor verzoening en waarheid zoals anderen landen dat ook hebben gedaan. Die onderzoekt wat er precies is gebeurd en door wie en hoe. Een van de aspecten die van belang is, is dat er ook gekeken wordt naar de vraag of er zaken zijn die gerepareerd moeten worden en of er institutionele hervormingen moeten plaatsvinden. Zo ja, dan moeten we dat doen. Een waarheidscommissie zou moeten uitvinden wat de reparaties zouden moeten zijn. Dat zou in theorie dus ook kunnen zijn: helemaal geen, hoewel ik dat onwaarschijnlijk zou vinden. Ik wil daar nog niet op vooruit lopen, maar ik zie daarom zeker een meerwaarde in het instellen van een apolitieke waarheidscommissie.’

Is dit standpunt nou typisch ChristenUnie?

‘Ik vind verzoening met het verleden, gelijkwaardigheid en erkenning dat we allemaal naar het evenbeeld van God van geschapen, echt ChristenUnie. Daar kun je heel veel Bijbelteksten bijhalen. In deze context zegt de apostel Paulus richting de gemeente: probeer geen struikelblok voor elkaar te zijn. Ik denk dat dat ook te maken heeft met hoe je met elkaar omgaat in de samenleving, waarin historisch echt wel een en ander geschuurd heeft. We moeten minder tegenover elkaar staan in het eigen gelijk, ook al zijn sommige standpunten legitiem. Je wilt geen struikelblok zijn voor de ander. Je moet naar elkaar toe bewegen. In het geval van excuses is de Nederlandse overheid aan zet.

‘Ik staar me niet blind op het slavernijverleden, maar ik vind wel dat daar excuses voor moeten komen. We moeten durven kijken naar het verleden en onszelf de vraag durven stellen: hebben we ons daar voldoende rekenschap van gegeven en hebben we ons daar voldoende mee verzoend? Onder andere dit thema laat de waarde zien van diversiteit in de politiek. Ik erken direct dat er ook thema’s zijn waar ik onwetend over ben. Dan kan iemand anders daar vanuit een bepaald perspectief een visie over geven. Diversiteit hoort geen creatieve vrijetijdsbesteding van politieke partijen te zijn: aanvullende perspectieven werken gewoon. Gun het jezelf, als organisatie, partij en samenleving. Dus ik hoop daarom dat er een meer diverse Tweede Kamer komt die ook meer perspectieven kan meenemen. Dat zou goed zijn voor Nederland. Het maakt Nederland mooier.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -