21.2 C
Amsterdam

Ewald Engelen over klasseverraad en moreel exhibitionisme in de politiek

Ewout Klei
Ewout Klei
Journalist gespecialiseerd in politiek en geschiedenis.

Lees meer

In zijn schotschrift Boze burgers en boeren komt Ewald Engelen op voor de gewone Nederlander die in de steek zou zijn gelaten door links. ‘Progressieve partijen hebben klasseverraad gepleegd. Ze hebben hun achterban in de drek geduwd.’   

Financieel geograaf en publicist Ewald Engelen, essayist bij De Groene Amsterdammer, breekt in zijn nieuwste boek Boze burgers en boeren een lans voor Nederlanders die zich door de ‘randstedelijke elite, journalisten en politici’ weggezet voelen: ‘Mijn boek probeert de vraag te beantwoorden waarom boze burgers in een kamp worden gedreven waar ze niet thuishoren.’ Ook beschuldigt hij in zijn boek radicale klimaatactivisten en andere progressievelingen ervan te streven naar een politiek stelsel waarin ‘ongeïnformeerde burgers’ geen stemrecht meer hebben. ‘Je kunt niet 60 procent van de bevolking negeren.’

Waarop baseert u die beschuldiging, dat sommige progressieve mensen andersdenkenden het stemrecht willen afpakken? We respecteren hier in Nederland toch de democratie?

‘Na de grote overwinning van de BoerBurgerBeweging bij de Provinciale Statenverkiezingen betoogde een reeks columnisten om het stemrecht van burgers af te pakken die niet goed over de politiek zouden zijn geïnformeerd. Ook in de klimaatbeweging is dit een onderwerp. Radicale activisten vinden dat we geen tijd meer hebben voor democratische besluitvorming. Er moet nu verandering komen. Feitelijk pleiten deze columnisten en activisten voor een ecodictatuur.’

Maar wie zijn die columnisten en activisten dan? U noemt geen namen.

‘Dat zoek je maar op. Ik koos er in mijn boek bewust voor om geen namen te noemen, omdat het mij niet om personen gaat maar om de zaak. Het zijn verschillende columnisten, die in hun columns en op social media hiervoor gepleit hebben.’

In uw boek bent u ook heel kritisch over ‘weldenkenden’ en ‘welgestelden’, die u op pagina 17-18 in één adem noemt. Gooit u hiermee niet gemakkelijk mensen op één hoop? Je hebt namelijk een heleboel mensen met een universitair diploma die geen goedbetaalde baan hebben…

‘Mijn doel was om een boek te schrijven dat zo veel mogelijk mensen kunnen begrijpen. Maar er zijn inderdaad twee soorten elites. Thomas Piketty heeft het over de linkse en rechtse brahmanen. De eersten zijn de kletsende klasse, de journalisten, schrijvers en wetenschappers, de andere groep bestaat uit de kapitaalbezitters. Samen vormen zij de ‘managerial class’, die de toon zet.’

Even later schrijft u in uw boek over het roemruchte Urgenda-arrest. Via de rechter werd de Nederlandse overheid gedwongen om meer aan klimaat te doen. U stelt dat de rechter op de stoel van de wetgever is gaan zitten. Bent u niet bang dat u met deze kritiek in radicaalrechts vaarwater terechtkomt? Thierry Baudet had ook kritiek op de zijns inziens te grote invloed van rechters en sprak over de zogenoemde dikastocratie.

‘Nee, daar ben ik helemaal niet bang voor. Het publieke debat is tegenwoordig behoorlijk verziekt. Veel mensen zijn niet meer bereid om nog te kijken naar de argumenten. Je wordt veroordeeld voor een bepaald standpunt omdat rechts dat ook vindt, je argumentatie doet er niet meer toe. Dat is een slechte zaak. Ik vind dat ik het recht heb, de plicht, om mijn standpunten te beargumenteren. Het is serieus gevaarlijk dat de rechterlijke macht via dit soort uitspraken op de stoel van de politiek gaat zitten. Dat ondermijnt de trias politica, onze democratie.’

Activisten en advocaten, denk aan Wil Eikelboom, wijzen ook altijd op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het VN-Vluchtelingenverdrag, die landelijke wetten overrulen. Heeft u daar ook moeite mee?

‘Dat vind ik een lastige vraag. Ik heb grote moeite met de Europese Monetaire Unie en het Europese semester, waar begrotingsafspraken bij horen. Ook sta ik kritisch tegenover internationale handelsverdragen en de afspraken die daaruit voortvloeien, want die beperken de nationale begrotingspolitiek. Dat moet een nationaal prerogatief blijven. Ik vind dat je internationale afspraken nationaal moet interpreteren. Denk bijvoorbeeld aan de sociale huursector. Europa maakt het opzetten hiervan moeilijker door het invoeren van aanbestedingsregels. Alle Europese landen moesten dit artikel onderschrijven. De regels bieden veel interpretatieruimte, maar Nederland interpreteert hen heel strikt. Je moet niet regelgestuurd naar politieke problemen kijken, maar principegestuurd. Sommige regels moet je niet naar de letter uitvoeren.’

Maar vindt u dan ook dat nationale overheden meer ruimte moeten krijgen om de grenzen te sluiten voor vluchtelingen, wat Hongarije en Polen nu ook doen?

‘De vluchtelingen zijn niet het probleem. Dat zijn de expats en de internationale studenten. Zij drukken mensen uit de woningmarkt en voeren de prijzen op. Werkgevers betalen de huur voor expats. Amsterdam is hierdoor onbetaalbaar geworden.’

In uw boek speelt Sicco Mansholt een prominente rol. Wie is hij? Waarom is hij zo belangrijk voor uw betoog?

‘Een belangrijke vraag in mijn boek is waarom boeren zo rijk zijn geworden en waarom deze rijke boeren nu gesteund worden door arme burgers. Dat boeren zo rijk zijn geworden is mede te danken aan PvdA-politicus Sicco Mansholt (1908-1995), die na de oorlog veel heeft betekend voor het rationaliseren van de Nederlandse landbouw en in zes naoorlogse kabinetten minister van Landbouw was. Toen hij daarna (in 1958, red.) naar Europa ging deed hij hetzelfde voor de Europese landbouw. De ruilverkaveling en andere maatregelen zorgden voor een enorme toename van de landbouwproductie, waardoor Nederland nu de op één na grootste landbouwexporteur ter wereld is geworden. Maar het leidde, in de jaren tachtig al, tot enorme ecologische problemen.

‘Sindsdien zijn de opeenvolgende Nederlandse regeringen gaan rommelen in de marge. Er moet minder stikstof komen, maar dat gebeurde niet omdat landbouwministers te veel de lobbyisten van de boeren waren. Nu Europa vindt dat Nederland minder stikstof moet uitstoten gooit het agro-industrieel complex het over een andere boeg, en framet boeren als slachtoffers van de kletsende klasse in Amsterdam en Den Haag. En veel boze burgers zijn hier gevoelig voor.’

Omdat helaas veel boze burgers gevoelig zijn voor nepnieuws, complottheorieën en een irrationeel wantrouwen tegenover de wetenschap. En er bovendien niet zelden ook racistische ideeën op na houden.

‘Dat zie ik toch echt anders. Ik spreek regelmatig met hele normale mensen. Zij zijn echt niet allemaal complotwappies en Forum voor Democratie-aanhangers. Dat is een karikatuur.’

‘Boze burgers zijn ook absoluut niet dom’

Wat vindt u dan van de term ‘domrechts’, die onder andere door Volkskrant-columnist Sander Schimmelpennick met regelmaat wordt gebezigd?

‘Mijn ervaring, maar dit blijkt ook uit onderzoeken, is dat boze burgers helemaal geen racisten en seksisten zijn. Ze maken zich terecht zorgen over de toekomst voor hun kinderen en kleinkinderen. Er is minder bestaanszekerheid, er zijn minder sociale voorzieningen. Boze burgers zijn ook absoluut niet dom. Ze kunnen goed over hun ervaringen vertellen. Ze beschikken over lokale intelligentie. Daar kunnen theoretisch geschoolden juist iets van leren. Daarnaast kunnen hoogopgeleide mensen ook heel dom zijn.’

In uw boek verwijt u progressieve politici, opiniemakers en activisten ‘moreel exhibitionisme’. Wat bedoelt u daarmee?

‘De klimaatbeweging – organisaties als GreenPeace en Extinction Rebellion en partijen als D66 en GroenLinks – hebben van klimaat een eliteonderwerp gemaakt. De kletsende klasse met een dikke portemonnee schept op over de warmtepomp en de zonnepanelen die ze hebben kunnen aanschaffen met subsidies, terwijl gewone mensen in de schulden komen door de veel te hoge energierekening. Dit is adding insult to injury, zout in de wonde strooien. Arme mensen kunnen dit allemaal niet betalen en krijgen nu het verwijt niks voor het milieu te doen. Ik stoor mij aan de manier waarop rijke progressievelingen hun groene privileges tentoonspreiden. En vervolgens tegen arme mensen zeggen dat ze niet meer op vliegvakantie mogen, geen diesel mogen rijden en een waterpomp moeten kopen.’

‘Progressieve partijen laten arme mensen al jaren aan hun lot over’

Maar de progressieve partijen komen toch op voor de arme mensen? Dat zeggen ze tenminste. ‘Sterk en sociaal’, ‘Laat iedereen, vrij maar niemand vallen’, enzovoort.

Progressieve partijen laten arme mensen al jaren aan hun lot over. De PvdA regeerde met de VVD ten tijde van de paarse kabinetten (1994-2002, red.) en daarna ook in het kabinet Rutte-II (2012-2017). De PvdA is medearchitect van het neoliberale stelsel. De partij is op cultureel gebied progressief, maar op sociaaleconomisch vlak neoliberaal. Verder zijn voormalig D66-leider Sigrid Kaag en GroenLinks-PvdA-voorman Frans Timmermans de Clintons van Nederland, die neerkijken op de ‘deplorables’, de stumperds. Het is logisch dat veel kiezers hier niets mee hebben. Ontevreden kiezers gingen eerst naar Forum voor Democratie, dat bij de Statenverkiezingen van 2019 de grootste partij werd, en in maart 2023 naar de BBB.’

Kaag heeft een heleboel irrationale haat over haar heen gekregen. Uw kritiek is uiteraard geen haat, maar u bent wel erg kritisch, onder andere op het feit dat zij op social media antiracisme promoot, ‘moralistische preken over identiteitspolitiek’ noemt u dat in uw boek. Waarom bent u zo hard in uw oordeel? Strijden tegen racisme en seksisme is toch een goede zaak?

‘Natuurlijk ben ik tegen racisme en seksisme. Maar Kaag is heel eenzijdig. Ze profileert zich als minister van Financiën op immateriële thema’s, maar negeert inflatie, wat veel mensen arm maakt, en de recordwinsten voor aandeelhouders. Kaag zei dat we allemaal de broekriem moeten aanhalen. Ze heeft totaal geen empathie voor gewone mensen. De kletsende klasse leeft in een parallel universum.’

‘Ook de Belastingdienst vind ik schijnheilig trouwens. Ze doen mee met de Pride in een bootje, terwijl ze gewone mensen hebben laten stikken tijdens de Toeslagenaffaire. Ze willen vooral progressief lijken. Dit is een perfect voorbeeld van wat ik duid als moreel exhibitionisme.’

Maar dit kan toch ook anders? Deze progressieve thema’s zijn immers ook relevant voor arme mensen.

‘De klimaatstrijd is een klassenstrijd, die arme mensen zou moeten mobiliseren. Maar het tegenovergestelde is helaas aan de hand: het thema is omarmd door rijke progressieve mensen. Extinction Rebellion koppelt de strijd voor klimaat nu aan de strijd voor lhbtqia+ en Palestina. Dat is toch raar?’

‘Het klimaat is een sociaaleconomisch onderwerp’

Voor progressieven heeft de culturele strijd blijkbaar het primaat, net als voor de conservatieven.

‘Ja, maar dat zou dus niet zo moeten zijn. Het klimaat is een sociaaleconomisch onderwerp, maar wordt nu – niet alleen door rechts maar ook door links – een sociaal-cultureel onderwerp. Dat vind ik heel dom. Hierdoor raakt links het draagvlak onder de bevolking kwijt. En dat is slecht voor onze democratie. Je kunt niet 60 procent van de bevolking negeren.’

Bent u niet bang dat u straks voor een onderbuikfluisteraar wordt versleten?

‘Nee. We moeten in het debat, zoals ik al eerder in dit interview zei, kijken naar de argumenten die te berde worden gebracht, niet of die standpunten ook worden vertolkt door iemand die je afschuwelijk vindt. Daar verzet ik mij tegen. Het is heel kwalijk dat argumenten er tegenwoordig nauwelijks meer toe lijken te doen. We zijn amper nog in staat om fatsoenlijk te discussiëren. Dat komt omdat we opgesloten zijn in onze eigen bubbels. Argumenten zijn van ondergeschikt belang, omdat iedereen in dezelfde bubbel hetzelfde vindt.’

‘Het hebben van progressieve standpunten is ook een vorm van moreel exhibitionisme’

Maar toch: er is een heleboel racisme en islamofobie tegenwoordig. Dat kan en mag je niet ontkennen. Vind u ook niet dat dit beantwoord moet worden met een luid en duidelijk ‘nee’?

‘Racisme als praktijk is heel naar. Maar we hebben de laatste jaren de neiging gehad om alles maar racisme te noemen, of fascisme. Deze labels werden ook gebruikt om het maar niet te hebben over wat deze mensen, boze burgers, eigenlijk bedoelden. Het hebben van progressieve standpunten, tegen racisme, tegen islamfobie, tegen Israël en natuurlijk voor het klimaat en Palestina, is ook een vorm van moreel exhibitionisme, van deugen, dat je laat zien dat je bij een bepaalde groep hoort. We moeten met elkaar weer in gesprek gaan, in plaats van labeltjes plakken. We moeten kijken naar wat de ander precies bedoelt. Veel mensen die worden weggezet als racisten, fascisten en seksisten vallen in werkelijkheid wel mee. Maar er wordt niet naar hen geluisterd.’

Ongehoord Nederland.

‘Ja, maar die omroep maakt natuurlijk misbruik van dit sentiment. Ze zijn in een gat gesprongen. Maar het echte probleem ligt bij links. Zij zijn intolerant geworden.’

De racisten zijn wel tolerant?

‘We hebben deze mensen, boze burgers, afgestoten. We claimen morele superioriteit. Maar dat hebben we niet. We doen cultureel progressief, maar breken ondertussen de verzorgingsstaat af. Dan lopen kiezers bij je weg. Links reageert daar totaal verkeerd op. Ze zeggen nu: onze boodschap is goed, we moeten het beter uitleggen. Maar als je dat zegt ben je hardleers. Progressieve partijen hebben klasseverraad gepleegd. Ze hebben hun achterban in de drek geduwd. Daarom zijn er nu zoveel boze burgers.’

 

 

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -