‘Ik inspireer mensen om te durven dromen’

Foto's: de Kanttekening. Akwasi Frimpong (Accra, 1986) vluchtte op jonge leeftijd naar Nederland. Hij groeide op in de Bijlmer. Hij deed verscheidene pogingen om deel te nemen aan de Olympische Spelen. Dit jaar slaagde hij daarin. Op 15 en 16 februari doet hij mee aan de Olympische Winterspelen in Pyeongchang op het onderdeel skeleton.
‘Mijn moeder, broer, zus en ik hebben jarenlang in angst geleefd, ik werd echt gezien als een nummer.’

De Ghanese Amsterdammer Akwasi Frimpong maakt dit jaar als eerste mannelijke zwarte skeleton-atleet zijn debuut op de Olympische Winterspelen in Pyeongchang, Zuid-Korea. Eerder was hij illegaal in Nederland. Hij doet alleen niet voor mee voor Nederland, maar Ghana, het land waar hij geboren is. Hij is de eerste Ghanese skelletonner ooit op de Winterspelen en de tweede Ghanees die tot nu toe mee doet.

Al vijftien jaar droomt Frimpong ervan om naar de Olympische Spelen te gaan. Eerdere pogingen als sprinter en bobsleeër mislukten, nu is hij goed genoeg om als skelletonner mee te doen. In slechts anderhalf jaar wist hij zich bij de eerste zestig op de wereldranglijst te scharen en dat is voor Ghana voldoende voor een plaatsing. Hoe anders was het jaren geleden, toen hij in 1995 op achtjarige leeftijd als illegale vluchteling terechtkwam in de Amsterdamse Bijlmer, waar hij woonde met zijn moeder, broer en zus. Het is een tijd van voortdurende angst, waarbij hij steeds van het kastje naar de muur gestuurd wordt door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Pas dertien jaar later, in 2008, kreeg hij de Nederlandse nationaliteit. Een Ghanees paspoort heeft hij ook nog steeds.

Nog voordat hij officieel Nederlander was zocht hij zijn heil in de atletiek. Hij kreeg, zelfs zonder verblijfsvergunning, een opleiding aan het Johan Cruijff College. Hij was de snelste sprinter van Nederland, werd in 2003 Nederlands jeugdkampioen op de tweehonderd meter sprint en plaatste zich in 2012 bijna voor de Zomerspelen in Londen, voor de 4×100 meter. Door een peesblessure moest hij helaas verstek laten gaan. Hij maakte ook deel uit van het Nederlandse bobsleeteam, maar miste daarmee in 2014 net de Winterspelen in Sotsji, omdat hij reserve was. Hij vertrok daarna naar de Verenigde Staten, waar hij stofzuigerverkoper werd. Ondertussen bleef hij zich richten op de sport en tot op de dag van vandaag traint hij in Salt Lake City, Utah. Maar het ging niet helemaal zoals hij wilde en net toen hij het op wilde geven, ontfermde de Nederlandse schaatser Mark Tuitert zich over hem. Tuitert was onder de indruk van de sporter, die zich inmiddels heeft gespecialiseerd in skeleton. Tuitert hielp hem aan een sponsor en coacht hem. Frimpong richtte zich in eerste instantie op de Winterspelen van 2022, maar skeleton gaat hem zo goed af, dat hij nu al dit jaar zijn debuut maakt.

Nu is Frimpong wereldnieuws, wordt hij gevolgd door CNN en wist hij net voor de Spelen nog wat tijd vrij te maken voor de Kanttekening.

Hoe kwam het nieuws bij je binnen?
‘Prachtig. Hier heb ik vijftien jaar lang op gewacht. Ik heb een traantje weggepinkt en mijn dochter en vrouw een dikke kus gegeven. Het is echt een droom die uitkomt. Soms denk ik dat ik aan het slapen ben en zo wakker wordt. Het is een persoonlijk succes voor me, waar ik altijd keihard voor heb gewerkt. Eerdere Spelen heb ik niet gehaald, maar ik ben doorgegaan, doorgegaan met knokken. Als je keihard werkt en in jezelf gelooft, kun je veel bereiken in het leven, daar ben ik het levende bewijs van.’

Hoe belangrijk was dit voor je?
‘Heel belangrijk. Mijn deelname betekent niet alleen iets voor mij als sporter. Ik kan nu ook veel jongeren bereiken, in Amsterdam, maar ook in Ghana. Ik inspireer mensen om te durven dromen. Mijn droom was groot en is nu nog groter geworden. Ik ben blij en trots op mezelf, maar ik moet het nu wel eerst even waarmaken, want ik ben er nog niet. Alleen het feit al dat ik mee mag doen vind ik prachtig. Het gaat bij de Spelen wat mij betreft niet alleen om het winnen van medailles. Het gaat er ook om dat je ergens voor gevochten hebt, dat is de Olympische geest. Mijn vrouw vindt me in ieder geval nu al een winnaar.’

Waarom kom je voor Ghana uit en niet voor Nederland?
‘Een terechte vraag. Ik heb veel gedaan voor Nederland en vooral Amsterdam, als atleet en individueel. Ik heb de Johan Cruijff Award gewonnen. Nu in Amerika doe ik ook veel voor de gemeenschap. Maar ik vroeg me op een gegeven moment af wat ik heb gedaan voor Ghana, het land waar ik ben geboren. Wat heb ik kunnen betekenen voor de mensen daar? Helemaal niks. Toen mijn coach me vertelde dat skeleton misschien wel wat voor me zou zijn, zag ik dat als een mooie kans om mee te doen namens Ghana. Ik kan nu iets terug doen voor mijn land en dat gaf voor mij de doorslag om voor Ghana uit te komen. Bovendien heeft Ghana het meer nodig dan Nederland.’

Kon het niet voor Nederland?
‘Dat kon wel. Ik zat al in het Nederlandse bobsleeteam en was lid van de bond en kon daardoor zo omschakelen naar skeleton. Ik heb een goede band met de Nederlandse bond. Nadat ik de bond had uitgelegd wat mijn doel was, werd ik vrijgesteld van Nederland, zodat ik voor Ghana kon uitkomen. Sommige mensen zeggen dat dat makkelijker is, maar dat is niet zo. Mijn doel was altijd om een medaille te pakken op de Spelen voor Ghana. Ik ben Nederlander, maar heb ook nog steeds een Ghanees paspoort, want ik ben in Ghana geboren.’

Je bent als illegaal naar Nederland gekomen. Hoe was dat voor je?
‘Dat was heel zwaar, een traumatische ervaring en nog steeds is het heel emotioneel. Je bent jong en je weet niet wat er allemaal gebeurt. Mijn moeder, broer, zus en ik hebben jarenlang in angst geleefd, ik werd echt gezien als een nummer. Ik moest nieuwe vrienden maken en de taal leren. Ik zat daarom iedere zaterdag in de bibliotheek en ging lezen, om zo de taal snel op te pikken. Toen ontdekte ik atletiek en dat werd mijn redding. Als illegaal kon en mocht ik weinig en met atletiek kon ik toch wat doen. Ik kreeg de kans om een opleiding te doen aan het Johan Cruijff College, terwijl geen enkele andere school me wilde aannemen, omdat ik geen papieren had. Die kans heb ik aangegrepen en ik ben er helemaal voor gegaan. Ik was zeventien toen ik in Nederland kampioen werd op de sprint, terwijl ik door de politiek als een crimineel behandeld werd. Pas na dertien jaar, in 2008, kreeg ik een Nederlands paspoort, terwijl we iedere paar maanden een gele brief kregen van de IND dat we het land uit moesten.’

Vertelde je wel dat je hier illegaal was?
‘Nee. Ik was bang om het te zeggen, omdat ik vrienden wilde hebben en niet wilde dat mensen me als een illegaal zouden zien. Minister Rita Verdonk vond mijn zaak niet schrijnend genoeg en nu vraagt iedereen me waarom ik niet voor Nederland uitkom. Ze kennen het verleden en mijn verhaal niet. Ik heb vooral een probleem met hoe het beleidstechnisch gelopen is toen. Want met de Nederlanders heb ik totaal geen probleem, veel mensen in Nederland hebben me gesteund. Ik denk ook dat veel Nederlanders mij zullen steunen op de Spelen. Het gaat er nu om dat ik mijn droom heb waargemaakt en het gaat er niet meer om voor welk land ik uitkom. Mijn asielprocedure was een drama. Ik ben blij dat veel mensen wèl wat in me zagen.’

Is skeleton moeilijk?
‘Het is een grote uitdaging, want je gaat met een kleine slee op het ijs met een vaart van zo’n honderdveertig kilometer per uur naar beneden. Het kost zeker zes jaar om het goed onder de knie te krijgen. Ik doe het nu pas anderhalf jaar en het gaat al aardig. Mijn doel is nog steeds om tijdens de Spelen van 2022 een medaille te pakken. Geen enkele Afrikaan heeft ooit een medaille gepakt op de Winterspelen. Dit jaar ga ik meer voor de ervaring, maar in 2022 ga ik voor goud.’

Hoe werd er gereageerd in Ghana?
‘Heel enthousiast. Heel Ghana is trots. Ze hadden geen idee wat skeleton was, maar nu weten ze dat wel. Ik moest er wel een nieuwe bond opstarten. Dat was niet makkelijk, want het is een land waar geen wintersport wordt beoefend. Ik moest het Olympisch Comité erachter krijgen, dat is uiteindelijk gelukt.’

Wat voor band heb je met Ghana?
‘Ik heb er nog veel familie wonen, mensen met wie ik nog veel contact heb. Toen mijn moeder om economische redenen naar Nederland vertrok toen ik drie was, heeft mijn oma me opgevoed en zij woont er nog. Ghana is voor mij een soort Disneyland, niet wat rijkdom betreft, maar wel als het gaat om het gevoel van geluk dat Disneyland en Disneyfilms je geven. In Ghana zijn de mensen arm, maar wel gelukkig. Er zijn veel kleine ondernemers, net zoals ik. Veel mensen hebben een zaakje op de markt en werken hard om het hoofd boven water te houden. Ik voel me nog steeds Ghanees. Het leven, de straat, het eten, de cultuur, dat is me altijd bijgebleven. Ghana heeft altijd aangevoeld als mijn thuisland en dat wordt nu versterkt nu ik voor het land uitkom als sporter.’

Helpt dat?
‘Ja, dat heeft me ook weer geholpen om niet af te dwalen van mijn land. Natuurlijk is Nederland mijn thuis, waar ik ben opgegroeid en mijn vrienden heb leren kennen op de basisschool. Ik kon in het begin nooit terug naar Ghana, omdat ik in Nederland geen verblijfsvergunning had. Als je dan het land verlaat mag je niet meer terugkomen. Maar in Ghana kon niemand voor me zorgen. Mijn oma was erg ziek en dat was moeilijk. Nu krijg ik de kans om mijn cultuur weer te leren kennen en om te waarderen waar je vandaan komt.’

Ga je binnenkort nog naar Ghana?
‘Ik ben uitgenodigd om de president te ontmoeten, dus daarvoor ga ik binnenkort wel terug ja. Maar wel na de Spelen. Ik wil meer jongeren in Ghana interesseren voor wintersport. Er loopt veel talent rond in Ghana, maar men is geen sneeuw gewend en er is onvoldoende kennis en faciliteiten om te trainen. Niet iedereen kan een Usain Bolt worden, maar er is genoeg talent om wat mee te doen. Dit is mijn manier om bij te dragen aan de sport in Ghana en om jongeren daar te leren om uit hun comfortzone te komen. Je moet uit je comfortzone komen om iets te doen dat anders is.’

Werd jij met skeleton ook uit je eigen comfortzone gehaald?
‘Het is wel een heel andere sport, maar er zijn overeenkomsten, omdat het gaat om snelheid en die heb ik vanwege mijn atletiekachtergrond. Maar ik heb het wel eerst een paar keer gedaan om te kijken of ik het leuk vond. Ik heb meegedaan aan een trainingskamp en dat was echt eng.’

Wat trekt je vooral aan in de sport?
‘Ik vind het leuk dat het een sport is met veel uitdaging. Iedereen zei tegen me dat ik het kon, maar het is geen sport van ‘je bent zwart en snel’. Het gaat om vaardigheden, alertheid en focus. Als je het goed doet ga je hard en als je het niet goed doet ga je langzaam en doet het pijn, alsof je aan het boksen bent met beton. Er komt veel meer bij kijken dan alleen je eigen kracht. Ik ben op de Spelen wel de minst ervaren skeletonatleet, dus ik loop achter.’

Is dat geen probleem?
‘Daarom wil ik dit jaar gebruiken voor meerdere dingen. Allereerst om te breken met tradities, want ik ben de eerste mannelijke zwarte skeletonatleet ooit op de Spelen. Dus ik schrijf geschiedenis, ook voor mijn land. Maar ik wil vooral ervaring opdoen voor 2022. Ik kan niet meer dan mijn best doen. Natuurlijk wil ik niet als laatste aankomen, maar ik sta nu eenmaal nog aan het begin van mijn skeletoncarrière. Er gaat nog veel meer komen.’

DELEN
Jesse Voorn
Journalist gespecialiseerd in politiek en maatschappij.