5.5 C
Amsterdam

Polarisatie-expert Paul Dekker: ‘We haten andere mensen niet meer dan vroeger’

Ewout Klei
Journalist gespecialiseerd in politiek en geschiedenis.

Lees meer

In het publieke debat lijken tegenstellingen op de spits te worden gedreven. Antivaxxers en boze boeren die op complotten en politici jagen, een Forum-politicus die journalisten ‘rioolratten’ noemt, een Ongehoord Nederland-presentatrice die het ‘n-woord’ bezigt en, aan de andere kant van het spectrum, activisten die het kapitalisme omver willen werpen en kranten oproepen ‘foute’ journalisten te ontslaan. In hoeverre is zulke polarisatie schadelijk? Waarom lijken meningen steeds minder los verkrijgbaar? En wat zijn de beste strategieën om polarisatie tegen te gaan? We vroegen het aan professor Paul Dekker, hoogleraar Civil Society aan de Tilburg University. Onlangs verscheen de door hem geredigeerde bundel Politieke polarisatie in Nederland.


Beeld: Het Wereldvenster

Veel mensen hebben het idee dat de polarisatie in de samenleving toeneemt. Waarom denken zij dit?

‘Wisten we dat maar. Er is wel een pessimistische bias. Mensen hebben hun antenne beter afgestemd op zaken die verkeerd gaan. Dat is ook evolutionair verklaarbaar. We hebben meer oog voor dreigingen dan voor wat er goed gaat, zo kunnen we overleven. Maar deze focus op wat er slecht gaat, leidt ook tot een pessimistische maatschappijvisie. Daarnaast wordt het negatieve gevoel versterkt door de media, die ook eerder kijken naar wat er allemaal verkeerd gaat in de samenleving.’

Klopt hun perceptie? Neemt de polarisatie in de samenleving toe?

‘Het hangt heel erg af van waar je naar kijkt. Opvattingen van de Nederlandse bevolking zijn over de hele linie niet gepolariseerder geraakt. Dit blijkt uit data over opinies, die we bekeken hebben vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw. Het blijkt dan zeker geen algemeen patroon, dat mensen gepolariseerder over zaken denken.

‘Over sommige onderwerpen gaat men meer van mening verschillen, over andere juist minder en vaak verandert er niet veel. Hetzelfde geldt als je kijkt naar verschillen tussen bevolkingsgroepen zoals mannen en vrouwen, tussen jongeren en ouderen en tussen hoog- en laagopgeleiden. Dan zie je dat opvattingen soms verder uit elkaar zijn gaan lopen. Maar in het algemeen is het niet zo dat er meer polarisatie is.

‘De affectieve polarisatie bijvoorbeeld – welke gevoelens heb je tegenover mensen met een andere mening of uit een andere groep? – is in Nederland niet toegenomen. We zijn andere mensen niet meer gaan haten dan vroeger. De laatste tijd is er wel meer polarisatie tussen politieke partijen, maar dat is recentelijk – en het is nog maar de vraag of deze polarisatie ook een trend is.’

Zorgen mensen die zich zorgen maken over polarisatie er ook voor dat de polarisatie afneemt?

‘Dat is niet zo duidelijk. In de Verenigde Staten is hier wel onderzoek naar gedaan. Daarbij blijkt dat sommigen op zoek gaan naar verbindingen en het gelijk van de eigen groep gaan relativeren. Maar er zijn ook mensen die als gevolg van de sterke maatschappelijke tegenstellingen hebben besloten zich uit de discussie terug te trekken, omdat ze polarisatie onaangenaam vinden. In de VS worden sommige mensen zelfs letterlijk ziek van de polarisatie.’

Is de polarisatie in de VS sterker dan in Nederland?

‘Je kunt gerust zeggen: heel veel sterker. Bij veel mensen, ook sociologen, leeft het idee dat Amerika ons voorland is. Daar gebeurt alles eerder dan hier. Maar is dat wel zo? Dat er in de VS meer polarisatie voorkomt dan hier heeft alles te maken met het tweepartijenstelsel. Niet dat Amerikanen politiek zo belangrijk vinden, maar aan de vraag of je Democraat bent of Republikein wordt alles opgehangen. De tegenstelling tussen stad en platteland, of je in een Tesla rijdt of een SUV. Dat is in Europa veel minder het geval.’

Maar wij hebben toch D66 en GroenLinks als de partijen voor de hoogopgeleiden uit de Randstad, versus PVV en Forum voor Democratie als partijen voor laagopgeleiden uit de provincie? Je ziet dit toch ook aan hun consumptiepatroon? Een vegan salade van de Marqt versus een broodje frikadel uit de muur, gechargeerd gezegd.

‘De kloof tussen enerzijds D66 en GroenLinks en anderzijds PVV en FvD groeit, maar er zijn ook veel andere partijen in Nederland. In de VS zijn de tegenstellingen veel groter. Daar trouwen mensen ook niet met mensen van de andere partij en moeten ze er ook niet aan denken dat hun kinderen dat zouden doen, zo blijkt uit onderzoek. Ze hebben vaak ook een heel stereotiepe voorstelling van de andere kant. Democraten zijn linkse activistische types, in de ogen van Republikeinen, en Republikeinen zijn in de ogen van Democraten stumperds met MAGA-petjes (Make America Great Again, red.) op.’

Kan polarisatie ook een positieve kracht zijn?

‘Er wordt gesteld, vooral binnen de politiek, dat het nuttig kan zijn om tegenstellingen scherper aan te zetten. Het is een enerzijds-anderzijds-verhaal. Als toeschouwers in slaap vallen bij een lauw debat, dan is het goed om de tegenstellingen te benadrukken, om het publiek bij de publieke zaak te betrekken. Daarna komen de nuances vanzelf. Ook kan polariseren nuttig zijn om een bepaald onrecht te adresseren. Dit speelt bij multiculturele kwesties. Woede helpt dan, om te zeggen dat er écht iets aan de hand is. En het kan nodig zijn om tot goede oplossingen te komen. Ten slotte kan polariseren helpen om de andere kant te dwingen om met betere argumenten te komen.’

Zou u bijvoorbeeld het gepolariseerde debat over Zwarte Piet geslaagd kunnen noemen?

‘Ik denk het eigenlijk wel. Ik denk niet dat je zo ver was gekomen als er heel genuanceerde debatten hadden plaatsgevonden. Tegelijkertijd is er wel een risico: mensen van de tegenpartij kunnen zich gaan ingegraven. Ze zijn dan minder bereid om te luisteren. Maar toch denk ik dat het debat goed is geweest, dat de emoties hoog op zijn gelopen. Dat was nodig om mensen bewuster te maken.’

‘PVV en FvD bejegenen continu de ander met wantrouwen. En dan wordt het problematisch’

De laatste vijf jaar zijn er ter linker- en rechterzijde partijen bijgekomen – FvD, BIJ1, JA21, BBB, BVNL – die, elk op hun eigen manier, systeemkritiek uiten en ‘de andere kant’ – ‘woke’ of juist ‘racisten’ – aanvallen. Deze partijen kanaliseren bepaalde geluiden in de samenleving over gelijkheid, migratie en diversiteit. Maar wakkeren ze, met de Tweede Kamer als prominent platform, de onwenselijke polarisatie ook niet verder aan?

‘Dit is een hele relevante, maar ook hele ingewikkelde vraag. Je ziet vaak dat partijen nogal extreem beginnen, om bepaalde voor hen belangrijke onderwerpen te agenderen. Maar na verloop van tijd worden ze gematigder. Ze groeien in het stelsel, worden daar onderdeel van.

‘Het gaat volgens mij niet om de tegenstelling racisten versus antiracisten, maar om die van ‘wij’ tegen ‘de rest’. In zijn bijdrage aan onze bundel Politieke polarisatie in Nederland schrijft UvA-politicoloog Tom van der Meer dat PVV en FvD het wantrouwen tegen de mainstream, tegen het stelsel, echt cultiveren. Ze integreren niet, ze zijn niet bereid om compromissen te sluiten. PVV en FvD zijn continu bezig de ander met wantrouwen te bejegenen. En dan wordt het problematisch. Dan is politiek niet meer productief, gaat het om het voortdurend aanwakkeren van woede. FvD is helemaal niet geïnteresseerd in oplossingen. Het is altijd fout. De PVV stelt zich op een vergelijkbare manier op.

‘In vergelijking met deze partijen zijn BIJ1 en BBB niet zo radicaal. Zij benoemen ook wat wel goed gaat. Ook JA21 is veel meer uit op het compromis, om binnen het systeem veranderingen te bewerkstelligen.’

Meningen lijken niet meer los verkrijgbaar te zijn. Fanatieke voorstanders van Zwarte Piet zijn tegen de Europese Unie en het World Economic Forum, terwijl fanatieke tegenstanders van Zwarte Piet Nederland tekeer gaan het kapitalisme en het zogenoemde patriarchaat. Hoe verklaart u dit als socioloog?

‘Zo gepolariseerd als je het nu stelt, is in de werkelijkheid natuurlijk niet. Een heel gelovig christenmens kan tegen Zwarte Piet zijn, uit menselijk medeleven, maar tegelijkertijd de status quo verdedigen op andere terreinen, zoals ten aanzien van transgenderemancipatie.

‘Toch zie je vaak dat mensen een set van standpunten hebben. Veel mensen willen graag bij een groep horen en hebben daarom die set van standpunten. Maar dit heeft ook inhoudelijke redenen. Sommige standpunten hangen inhoudelijk met elkaar samen. Mensen die iets hebben met het klimaat hebben vaak ook iets met ontwikkelingssamenwerking. Ze voelen zich verantwoordelijk voor de wereld, niet alleen voor de eigen groep.


‘Belangrijk is ook het aanbod van politieke partijen. Mensen nemen standpunten van een politieke partij over. Je kiest bijvoorbeeld voor de PvdA vanwege sociale zekerheid, en vervolgens adopteer je de standpunten van de partij over ontwikkelingssamenwerking en EU.’

Wanneer wordt polarisatie echt schadelijk voor de samenleving?

‘Polarisatie kan echt schadelijk worden op een paar manieren. Allereerst als de affectieve polarisatie te sterk wordt. Als je hele negatieve oordelen hebt over andere groep, als je niet meer met hen wil praten, als ze je vervullen met weerzin, als je hen fundamenteel moreel afwijst, dan is dat niet goed. Als iemand een andere mening heeft, is die ander niet meteen een slecht mens. Maar als je dit niet meer wil zien, de andere kant dehumaniseert en als de vijand ziet, dan komt dat de onderlinge verhoudingen in de samenleving niet ten goede.

‘Polarisatie kan ook problematisch worden als de ideologische polarisatie te ver is doorgeslagen. Bijvoorbeeld als iemand die zegt dat hij voor meer Europese samenwerking is. En dat de tegenstander hem dan allemaal andere standpunten in de schoenen schuift over andere zaken, die hij misschien helemaal niet heeft. Dat is niet gezond.’

Polarisatie associëren we tegenwoordig met de rechts-populistische partijen PVV en Forum voor Democratie, maar in de jaren zeventig was polarisatie vooral een linkse hobby. De PvdA koos voor de polarisatiestrategie, om de christendemocratische middenpartijen te breken. Waarom is dit zo veranderd?

‘In de jaren zeventig was polarisatie een doelbewuste strategie van links. Het was misschien niet zo’n gelukkige strategie van links, want de PvdA won in 1977 de verkiezingen maar verloor de kabinetsformatie – maar dat is een discussie voor historici. Ik denk ook dat de polarisatie nu vooral van rechts komt. Een conservatieve Amerikaan zou zeggen dat dit komt omdat links cultureel dominant geworden is, de toon zet op de universiteiten en in de media. Daartegen komt rechts nu in verzet. Er is inderdaad een belangrijke verschuiving geweest van traditionele waarden naar postmaterialistische waarden. Een sociaaleconomisch rechtse partij als de VVD heeft deze nieuwe waarden ook omarmd. De partijen die deze nieuwe postmaterialistische waarden bestrijden, zijn nu de uitdagende partijen geworden.

‘Toch is dit niet een sluitend antwoord op je vraag. Belangrijk is ook dat destijds links op een andere manier polariseerde, meer binnen de politiek. In de jaren zeventig was het trouwens niet alleen links dat polariseerde, dat deed VVD-leider Hans Wiegel bijvoorbeeld ook, en met veel succes. Maar premier Joop den Uyl en Hans Wiegel konden het persoonlijk goed met elkaar vinden. Tegenwoordig liggen de persoonlijke verhoudingen een stuk gecompliceerder. Als je de andere kant voor landverrader uitmaakt, dan is dat wat anders dan dat je hem voor Sinterklaas uitmaakt (zoals Wiegel Den Uyl noemde om diens linkse standpunten, red.).’

De standpunten van links en rechts veranderen ook. Vroeger waren progressieve partijen voor meer inspraak en democratie, maar nu is democratisering – denk aan het referendum – vooral een populistisch dingetje – terwijl D66 180 graden lijkt te zijn gedraaid. En vroeger gingen progressieven tekeer tegen religie, vooral tegen het christendom,  maar nu doet rechts dit – vooral tegen de islam. Hoe verklaart u deze verschuiving?

‘Om met het eerste te beginnen: progressieve partijen wilden in de jaren zeventig meer democratie, om de mensen meer zeggenschap te geven en om de democratie te verdiepen. Maar het referendum is niet zozeer een verdieping van de democratie gebleken, maar het corrigeren van een niet te vertrouwen politieke elite. Links was voor het referendum, maar toen het volk anders stemde – eerst bij het referendum over de Europese Grondwet in 2005 en daarna bij het Oekraïnereferendum in 2016 – raakte links teleurgesteld. Het volk was toch niet zo prettig progressief als links hoopte.

‘Bij religie zit het een beetje anders. Hier zit ook een inhoudelijke verschuiving achter. Rechts verdedigde het traditionele christendom tegen secularisering, maar ziet de islam niet als ‘onze’ traditie. Links wilde Nederland emanciperen van de kerk, maar ziet moslims als een gemarginaliseerde minderheid waarvoor je juist op moet komen.’

Wat is nu de belangrijkste scheidslijn in de Nederlandse samenleving die mensen tegenover elkaar zet?

‘Dat verschilt nogal per onderwerp. Als het gaat over politieke opvattingen in de breedte, dan is de tegenstelling in opleidingsniveau heel belangrijk. Die tegenstelling is belangrijker dan inkomensverschillen, genderverschillen, verschillen in leeftijd of de tegenstelling tussen stad en platteland.

‘Bij opvattingen over de verzorgingsstaat en sociale zekerheid is het leeftijdsverschil belangrijk. Jongeren vinden milieu belangrijker, terwijl ouderen meer hechten aan de oude sociaaldemocratische opvattingen en aan de verzorgingsstaat zoals ze die kenden. Jongeren stemmen vaker D66 of GroenLinks, ouderen vaker PvdA of SP.’

‘Polarisatie zit heel diep in ieder mens. Politici moeten hier goed en verstandig mee omgaan’

Wie zijn de belangrijkste aanjagers van polarisatie?

‘Je kunt niet één groep aanwijzen. Maar als je kijkt naar politieke discussies, dan zie je dat polarisatie veelal top-down is. Politici zeggen iets, vervolgens brengen media dit polariserend. Zij – politici en de media – zijn de aanjagers hier.

‘Een psycholoog kan echter zeggen dat polarisatie ingebakken zit in onze menselijke psyche. Als mensen zich bedreigd voelen, dan gaan ze de ander als schuldige aanwijzen, de eigen groep beschermen. Politici zijn in die optiek slechts de uitvoerders. Maar polarisatie zit heel diep in ieder mens, aldus psychologen. We zijn geneigd om verschillen te benadrukken. Maar het is de verantwoordelijkheid van politici om hier goed en verstandig mee om te gaan. Welke tegenstelling ga je benadrukken? Die tussen arm en rijk? Of die tussen verschillende culturen of etniciteiten? Dat is de keuze van politici. Mensen zijn gevoelig voor polarisatie, maar wat er gepolariseerd wordt, dat komt vooral van boven.’

En hoe zit het dan met algoritmes? In hoeverre versterken die de polarisatie in de samenleving?

‘Algoritmes zijn een mechanisme om voorkeuren te bestendigen, om meer van hetzelfde aan te bieden en zo onze aandacht vast te houden. Maar dit werkt alleen polarisatieversterkend voor mensen die geïnteresseerd zijn in politieke strijdpunten. Bovendien moet je hier een beetje vatbaar voor zijn. Algoritmes worden meestal niet politiek maar commercieel gestuurd. Er zit een verdienmodel achter. Slechts een kleine groep Nederlanders zwemt in die zogenoemde ‘fabeltjesfuik’ en zijn gevoelig voor complottheorieën. 80 procent van de Nederlanders vertrouwt het NOS-journaal. De polarisatie in Nederland is niet zo sterk als die in de VS.’

Wat kunnen en moeten media, social media, burgers en de politiek doen tegen onwenselijke polarisatie? 

‘Hier zijn verschillende strategieën voor. Het is belangrijk om rust in de discussie te krijgen. De feitelijke polarisatie in Nederland valt wel mee. Het ontploft hier echt niet door toenemend extremisme. De Zwarte Piet-discussie bijvoorbeeld laat zien: mensen die voor Zwarte Piet zijn, dat zijn echt niet allemaal overtuigde racisten.’

Wat zijn zij dan wel?

‘Bij de meesten zal het hoogstens onbedoeld en ongewenst racisme zijn. Dat vormt een basis voor verandering. Die heeft, denk ik, ook bij veel mensen plaatsgevonden door de discussies in de afgelopen jaren. Opvattingen van mensen zijn vaak veel genuanceerder en tegenstrijdiger dan politieke tegenstellingen doen vermoeden. Een ander voorbeeld: hoe Nederlanders over asielzoekers denken. Mensen die voor een menswaardige behandeling van vluchtelingen zijn, willen echt niet dat iedereen uit Afrika maar naar Nederland moet komen, terwijl mensen die zo hun vragen hebben over de ‘asielstroom’ echt niet allemaal vreemdelingenhaters zijn. Helaas bestaan er over en weer stereotiepe beelden van elkaar, die worden versterkt als je niet met elkaar in discussie gaat. Een discussie is juist goed, om andere ervaringen en andere denktrends te begrijpen. Tegenstanders hebben ook goede redenen om te vinden wat ze vinden. Het zijn geen immorele gekken.

‘Het internet wordt vaak aangewezen als oorzaak, de reden waarom het fout gaat. Mensen halen nepnieuws van internet, schelden elkaar uit op Twitter. Maar het internet kan ons ook helpen om het beter te doen. We kunnen ook veel betrouwbare informatie vinden op het internet. En we kunnen er ook op een constructieve manier met elkaar het gesprek aangaan, zo laat een hoofdstuk in onze bundel zien.’

Maar met een constructieve dialoog alleen kom je er toch niet?

‘Een belangrijke drive van ons mensen is onzekerheid. Bij meer onzekerheid in de samenleving, bijvoorbeeld vanwege de coronapandemie of de oorlog in Oekraïne en de hogere gasprijzen, is er meer aanleiding voor polarisatie, meer onderling wantrouwen. Een belangrijke oplossing om de ongezonde polarisatie in onze samenleving tegen te gaan, is te zorgen voor meer basiszekerheid voor mensen. Dan krijgen we allicht een vriendelijkere maatschappij. Maar ik besef dat dit nogal makkelijk gezegd is en heel moeilijk om te realiseren.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -