‘Scheer salafisten niet over één kam’

Foto's: Reuters, Ineke Roex. Ineke Roex (1982) is antropoloog, gespecialiseerd in het salafisme. Ze is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Ze promoveerde op een proefschrift over salafisten in Nederland, getiteld 'Leven als de profeet in Nederland: over de salafistische beweging en democratie' (2013). Daarvoor verrichtte ze intensief antropologisch veldwerk binnen salafistische organisaties. Van 2009 tot 2011 deed ze onderzoek naar radicalisering voor Forum, een inmiddels opgeheven instituut in Utrecht dat onderzoek deed naar multiculturele vraagstukken. Momenteel is ze betrokken bij een onderzoeksproject dat zich richt op islamitisch activisme in West-Europa.
‘Met een verbod op salafistische organisaties komen we niet verder’, zegt Ineke Roex. ‘Als je alle salafisten over één kam scheert en criminaliseert, isoleer je degenen onder hen die weliswaar een orthodox-fundamentalistische leer aanhangen, maar niet anti-democratisch en tegen geweld zijn.’

Het Openbaar Ministerie onderzoekt of het mogelijk is om salafistische organisaties te verbieden. Een motie daarover van Ahmed Marcouch (PvdA) en Ockje Tellegen (VVD) is onlangs aangenomen door de Tweede Kamer. De Kanttekening sprak naar aanleiding daarvan over het salafisme met salafisme-expert Ineke Roex.

Is het salafisme een kweekvijver van gewelddadig jihadisme?
‘Nee. Dat is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid. Salafisme kan een kweekvijver zijn van gewelddadig jihadisme, maar is het zeker niet per definitie. Sterker nog, de salafistische beweging in Nederland levert momenteel een bijdrage aan het bestrijden van gewelddadig jihadisme. Marcouch vereenvoudigt sterk de complexiteit van de salafistische beweging. Er zijn grote verschillen tussen de verscheidene stromingen binnen het salafisme. Binnen deze beweging maken de niet-gewelddadige salafisten zich heel erg sterk om gewelddadig jihadisme in de eigen kringen te bestrijden. Een recent voorbeeld, is bijvoorbeeld dat salafisten zich hebben uitgesproken tegen de aanslagen in Parijs. Ze bestrijden eigenlijk al sinds de moord op Theo van Gogh in 2004 en zeker de laatste jaren, sinds een aantal jongeren naar Syrië afreist, radicalisering in de eigen gelederen. Je snijdt je in de eigen vingers als je de goedwillende salafistische organisaties verbiedt. Het is symboolpolitiek, want het Openbaar Ministerie gaat nu onderzoeken of salafistische organisaties anti-democratische activiteiten ontplooien. Nou, dan komen ze er gauw achter dat dat niet zo is, en dan heb ik het over de mainstream salafistische organisaties in Nederland. Natuurlijk zijn er ook mensen in Nederland die wel sympathiseren met gewelddadige ideeën, mensen die sympathie hebben voor IS bijvoorbeeld. Die mensen komen niet in die salafistische organisaties. Dus met een verbod op salafistische organisaties komen we niet verder. Het heeft geen zin. De jihadistische netwerkjes bestaan in de marges van de moslimgemeenschap, voornamelijk op het internet. Ze zijn slecht zichtbaar; ze hebben zich niet verenigd in formele organisaties of moskeestichtingen en dergelijke.’

Je claimt dat salafisten in Nederland gewelddadig jihadisme bestrijden. Kan je voorbeelden noemen. Welke organisaties of personen binnen de salafistische beweging bestrijden gewelddadig jihadisme en wat doen ze precies?
‘De belangrijkste actoren op dit moment zijn de moskee as-Soennah en de organisatie al-Yaqeen in Den Haag. Ze doen het al jaren. Toen imam Fawaz Jneid nog spreker was in as-Soennah sprak hij zich in preken al uit tegen de aanslagen in Madrid en Londen en heel expliciet tegen al-Qaeda. Dat is alweer een tijdje geleden. Maar recent hebben mensen die les geven in as-Soennah programma’s over radicalisering ontwikkeld. Sowieso gaan lezingen en vrijdagpreken over dit probleem. Daarnaast heeft het bestuur van de moskee zich uitgesproken tegen de aanslagen in Parijs. Ook andere salafistische moskeeën, zoals de moskee al-Fourqaan in Eindhoven, en organisaties hebben dat gedaan. Ook Suhayb Salaam, één van de belangrijkste salafistische prekers in Nederland, heeft dat gedaan.’

Dat is veroordelen, niet bestrijden. Het veroordelen van terroristische aanslagen staat volgens jou dus gelijk aan het bestrijden van radicalisering? Radicalisme bestrijden eindigt niet, maar begint met het veroordelen van terrorisme.
‘Nee, dat klopt. Maar ze doen het wel in heel felle bewoordingen. En het blijft absoluut niet alleen bij verklaringen. Op grassroots niveau zijn ze ermee bezig, door middel van allerlei activiteiten. Niet naar aanleiding van alleen aanslagen, maar bijvoorbeeld ook toen Sharia4Belgium voet aan de grond in Nederland probeerde te krijgen, waren de salafistische organisaties de eerste die daar tegen ageerden. En dat deden ze in heel strenge bewoordingen.’

As-Soenah doet volgens jou tegenwoordig veel om radicalisering te bestrijden. Waarom omschrijven zo veel radicaliseringsexperts en media de moskee dan als een hotbed van extremisten?
‘De verhouding van salafistische organisaties en moskeeën zoals as-Soennah met jihadistische organisaties was in het verleden inderdaad nogal dubieus. Er waren in het verleden mensen die actief waren binnen jihadistische netwerken die binnen die moskeeën en organisaties kwamen. Maar zij zijn eruit gezet. Deze organisaties en moskeeën hebben een ontwikkeling doorgemaakt. Het is niet van de éne op de andere dag gebeurd dat ze zich bezig gingen houden met deradicalisering. Heel lang hebben ze het radicaliseringsprobleem ontkend, maar zeker de laatste jaren hebben ze er heel veel tegen gedaan.’

Binnen de salafistische beweging is er een invloedrijke groep of stroming die als kweekvijver fungeert voor gewelddadig jihadisme, dat is een feit. IS, Jabhat al-Nusra, al-Qaeda, Boko Haram, al-Shabaab en veel andere soortgelijke terroristische organisaties hangen immers het salafisme aan.
‘Ja, klopt. Ik zeg ook zeker niet dat er geen probleem is met het salafisme. Ik zeg dat gewelddadig jihadisme een stroming is binnen die brede salafistische beweging en dat we onderscheid moeten maken tussen de verschillende stromingen. Wat heel erg nodig is, vooral nu na de aanslagen in Parijs, is het interne debat onder moslims. Als je alle salafisten over één kam scheert en criminaliseert, isoleer je degenen onder hen die weliswaar een orthodox-fundamentalistische leer aanhangen, maar niet anti-democratisch en tegen geweld zijn. Dan verlam je het debat en creëer je meer problemen. Uiteraard moet wel opgetreden worden tegen de gewelddadig-jihadistische stromingen binnen de salafistische beweging.’

Ben je voor een verbod op de organisaties die wel als gewelddadig-jihadistisch aangemerkt kunnen worden?
‘Zodra een organisatie of individu gewelddadige actie onderneemt of de democratie wil omverwerpen, dan moet de wet gehandhaafd worden. Ik kijk altijd naar wat de wet toestaat en wat niet. Ik denk dat as-Soennah bijvoorbeeld de wet niet overtreedt. Salafistische organisaties worden waarschijnlijk al gemonitord sinds ze bestaan, vooral sinds de moord op Theo van Gogh, de AIVD zit er waarschijnlijk al bovenop. Op het moment dat ze iets doen wat niet kan volgens de wet, wordt er waarschijnlijk sowieso ingegrepen.’

Zou je het salafisme karakteriseren als anti-westers?
‘Nee. Er zijn anti-westerse elementen, maar het salafisme is niet per definitie tegen democratie of anti-westers, zo zwart-wit is het niet.’

Willen we dat het salafisme of de salafistische beweging een plek heeft in Nederland?
‘Het is een feit. Er is vrijheid van godsdienst en vrijheid van vereniging. Een verbod stimuleert het debat niet. Ideeën, opvattingen kun je niet laten verdwijnen door ze te verbieden, ze zullen blijven bestaan. Dus je kunt er beter ruimte aan bieden, zodat erover gedebatteerd kan worden en mensen er kritiek op kunnen uiten.’

DELEN
Hakan Büyük
Journalist gespecialiseerd in integratievraagstukken, moslimextremisme, internationale betrekkingen en Turkije.