‘Somaliërs hebben geleerd zich te herpakken en door te gaan’

Foto's: Yasmine Allas
Yasmine Allas bestrijdt het beeld dat Somalië alleen maar een land van oorlog en ellende is. ‘Het is vervelend dat het land alleen maar wordt geassocieerd met geweld.’

De Somalisch-Nederlandse schrijver Yasmine Allas (Mogadishu, 1967) was in de Somalische hoofdstad Mogadishu toen daar op 14 oktober een terroristische aanslag werd gepleegd, de bloedigste ooit in het land. Meer dan driehonderd mensen kwamen om het leven en nog eens honderden mensen raakten gewond. De aanslag is nog niet opgeëist, maar de autoriteiten vermoeden dat terreurgroep al-Shabaab erachter zit.

Allas was op slechts tien minuten afstand van de aanslag en ging er kijken. Ze trof er een schrijnende situatie aan: chaos, ellende en mensen in het puin. Een nationale tragedie. Het maakte diepe indruk op haar, juist nu ze weer na lange tijd in haar geboorteland was, voor een conferentie over de toekomst van het land, dat al jaren geteisterd wordt door aanslagen, corruptie, armoede en sinds het begin van de jaren negentig verwikkeld is in een burgeroorlog. Allas blijft ondanks alles hoop hebben voor haar land.

Allas ontvluchtte Somalië op jonge leeftijd. Via België kwam ze in 1989 terecht in Nederland. Ze ging hier als actrice aan de slag en schreef een aantal succesvolle boeken, waaronder Ontheemd en toch huis (2006) en Een nagelaten verhaal (2010). Ze is één van de zes vrouwen die aan bod komen in het boek De derde feministische golf (2006) van politiek filosoof Dirk Verhofstadt.

De Kanttekening sprak Allas onder meer over de toekomst van Somalië, haar band met het land en haar dubbele identiteit.

U was in Somalië toen die verschrikkelijke aanslag werd gepleegd. Hoe was het om dat mee te maken?
‘Heel bizar. Je ziet de ellende die de aanslag heeft aangericht en krijgt een idee van wat al die slachtoffers hebben gevoeld. Het was een heel zware aanslag. Het was angstaanjagend. Het leek wel een diepe aardbeving, waarbij de grond onder je voeten gromt en trilt. Binnen enkele minuten hingen er dikke wolken rook boven de stad. De geur van brand en verschroeid mensenvlees en het gegil en de verdwaasde blikken van de mensen was heel akelig. Het leek net alsof de hel was losgebarsten. Ik zal het nooit meer vergeten.’

Een harde realiteit voor de Somaliërs?
‘Ja. En ook heel verdrietig als je nagaat dat de bevolking van Mogadishu dit regelmatig heeft meegemaakt de afgelopen twintig jaar. Dan ga je er wel anders naar kijken. Het is triest dat dit bij hun leven is gaan horen en ze er niet vreemd meer van opkijken. Maar ik geloof niet dat dit alleen de realiteit is voor Somalië, maar heel de wereld. Overal vinden aanslagen plaats, ook in Europa. De angst voor aanslagen en terrorisme is er wereldwijd, dus ook in een klein, door een burgeroorlog murw gebeukt landje als Somalië, dat nu weer op de rails probeert te komen. Vroeger waren de gevechten man tot man, dat is nu voorbij. Nu kan er zomaar uit het niets een aanslag gepleegd worden in een vredige wijk.’

Hoe gaan ze daarmee om?
‘Ik heb een enorme veerkracht geproefd die tot hoop doet stemmen. De Somaliërs hebben een groot incasseringsvermogen. Wat vandaag kapot gemaakt is bouwen ze morgen weer op. Ik ben blij dat ik dat mocht voelen en aanschouwen. Ze pakken hun leven weer op en gaan door. Een moeder die net haar kind heeft verloren, maar toch probeert andere mensen te helpen die hun dierbaren hebben verloren; haar schouders ophaalt, daarin berust en dat groots draagt, dat is echt bewonderenswaardig.’

En vrij zwaar ook?
‘Er zijn groeperingen in de wereld die tegen een open en vrije samenleving zijn. Somalië wil nu een open samenleving zijn. Als je dat wil creëren, dan zal je met aanslagen en andere ellende te maken krijgen. Dan moet je zware offers brengen, want vrijheid is niet vanzelfsprekend. Het enige dat de Somaliërs kunnen doen is proberen om zo vrij mogelijk te leven en zich niet lam te laten leggen door angst. Het leven heeft de Somaliërs geleerd dat het leven door moet gaan. Somaliërs hebben geleerd zich te herpakken en door te gaan, ook al is er heel veel verdriet, maar ik heb in Mogadishu gezien dat het verdriet niet lang duurt, misschien wel maar een paar seconden.’

Is het een trots volk?
‘Het is een trots volk, zowel in negatieve als positieve zin. In negatieve zin, omdat veel mensen, clans of families zich superieur voelen ten opzichte van anderen, een soort misplaatste trots. In positieve zin, omdat het volk brede schouders heeft, een hoop ellende kan verdragen en zijn waardigheid niet verliest.’

Het is je geboorteland, herken je dat ook bij jezelf?
‘Dertig jaar leven in Nederland heeft mij gevormd. Die twee invloeden, Nederland en Somalië, staan vaak lijnrecht tegenover elkaar. Dat geeft wel eens innerlijke strijd, maar ik weet niet welke kant meer invloed op mij heeft gehad. Als ik het me toesta naar Mogadishu te gaan en daar rondloop, dan herinner ik me weer waar ik vandaan kom, weet ik weer hoe mijn opvoeding is geweest en herken ik mij in Somalië. Maar ik herken me ook in Nederland, omdat dit land me ook gevormd heeft.’

Zijn je Somalische wortels dan wat meer op de achtergrond beland?
‘Kijk, migratie is inherent aan het lijden van een groot verlies. Je betaalt een grote prijs voor je vertrek om elders een nieuw leven te beginnen. Dat heb je in het begin niet door. Je creëert namelijk een aantal laagjes op je ziel en je huid, maar op een gegeven moment moet je toch stilstaan bij wie je eigenlijk bent, wat dat nieuwe leven met je gedaan heeft en wat er overgebleven is van je oude identiteit. Dat is verwarrend en geeft een hoop onrust, maar het is tegelijk een prikkelende zoektocht. Toen ik pas in Nederland was ontmoette ik een man wiens ouders uit Indonesië kwamen. Hij was nog nooit in Indonesië geweest en toch had hij heimwee naar dat land. Ik vond het toen gek dat hij heimwee kon hebben naar iets dat hij nog nooit gezien had en waar hij nooit was geweest. Toen begreep ik dat niet, maar nu wel. Je hoeft niet ergens geboren te zijn om dat te voelen. Er is iets universeels in de mens en dat is wie je bent en wat je gevormd heeft.’

Mis je Somalië?
‘Natuurlijk mis ik Somalië, want ik heb er een gelukkige jeugd gehad. Ik moet denken aan de pleinen en bomen bij mijn geboortehuis, zoals de boom waaronder ik schommelde of touwtjespringen deed met mijn buurmeisjes. Ik ruik dan weer de geur van het eten dat mijn oma vroeger maakte. Alles wordt weer beeldend. Dat mis ik.’

Wat betekent jouw band met Somalië?
‘Alles. Zeker nadat ik nu in Mogadishu ben geweest, is mijn binding met het land veel sterker geworden. Ik ben er veel mee bezig en ik gun het land alles. Democratie, vrijheid. Dat vrouwen recht van spreken en wilsbeschikking krijgen. Die duizenden weeskinderen die ik in de straten van Mogadishu heb gezien verdienen een plek in het land. Het is een land in heroprichting, dat veel steun nodig heeft, zowel mentaal als fysiek. Somalië heeft veel nodig en ik denk dat ik veel kan bieden.’

Wat kan je bieden?
‘Hoop. Al zou ik samen met de straatkinderen in de zon gaan zitten met een tekenboekje en samen tekenen. Zelfs dat. Dat zorgt voor een glimlach op het gezicht van een kind dat niets heeft. Ik was er deze keer te kort om dat te doen, maar het zijn wel dingen die in mijn hoofd rondspoken en die ik heel graag wil doen.’

Je wilt iets teruggeven?
‘Ja. Nederland heeft mij sterk gemaakt. Dit land heeft mij doen inzien wat democratie en vrijheid van meningsuiting betekenen. Met de kracht die ik hier heb verworven kan ik ook in Somalië mensen wakkerschudden en laten inzien hoe fijn het is om in een democratie te leven.’

Er is al jaren oorlog in Somalië, kan je nog wel hoopvol zijn?
‘Natuurlijk heb ik hoop voor Somalië. Zolang je leeft, moet je hoop hebben. Europa heeft ook allerlei oorlogen overleefd. Het gaat nu de goede kant op met Somalië, de spelregels worden opnieuw vastgesteld. De vraag die nu voorligt is hoe de Somaliërs een land willen vormen en wat voor democratie ze willen. Wat betekent geloof in een samenleving die nu al bijna dertig jaar oorlog achter de rug heeft en waar is het onderscheid tussen het geloof en de regering? De Grondwet moet nog behoorlijk ingevuld worden, maar er is hoop, ja.’

Gaat dat lukken, democratie in Somalië?
‘Het zal nooit dezelfde democratie zijn als hier in Europa. Je kunt niet verwachten dat alle mensen op dezelfde manier denken over democratie of geloof. Er moet gekeken worden naar het karakter en de cultuur van het land. Het gaat erom dat de Somaliërs zelf de beste systemen en oplossingen voor het land vinden. Democratie is geen jas die iedereen aantrekt en meteen past. In het Westen predikt men altijd over de westerse vorm van democratie en dat andere landen, zoals Somalië, die ook moet aannemen, maar het moet wel werkzaam zijn.’

Welke vooruitgang wordt er gemaakt?
‘Ik vind het heel goed dat men nu probeert om ongeveer een derde van de regering uit vrouwen te laten bestaan. Verder is het goed om te zien dat men niet alleen nog de eigen familieleden naar voren schuift voor mooie functies, maar dat steeds meer gekeken wordt naar kennis en kunde, dus wie het meest geschikt is voor de baan. Er gebeurt veel in het land. Een stad als Mogadishu is in al haar tegenstrijdigheden ongelooflijk spannend. Daar zie je het echte leven in al zijn aspecten. De basis van de burgeroorlog was een clash tussen stammen, clans, maar dat is allang niet meer zo. De oorlog die er nu woedt is een buitenlandse politieke oorlog en alle buitenlandse machten willen een punt van de taart hebben en zeggenschap hebben. De invloed van buitenaf heeft een gigantische impact op zo’n behoeftig land. Ondanks dat alles is er een zekere vrijheid in het land, maar er moet een hoop gebeuren.’

Wat willen de Somaliërs zelf?
‘Somalië en de Somaliërs willen een gelijkwaardig onderdeel van de wereld zijn. De politiek is heel erg naar buiten gericht en alle luikjes staan open. Het dringt langzaam tot de Somaliërs door dat de buitenwereld geen boodschap heeft aan de clans en families in Somalië. De buitenwereld ziet één land en de inwoners hebben gemerkt dat het land er baat bij heeft om op te treden als een verenigd Somalië. Het land was altijd vrij gesloten en had nauwelijks binding met het buitenland. Omgang met andere landen brengt ook kennis, inzicht en verdraagzaamheid met zich mee en misschien ook wel tolerantie voor andersdenkenden. Veel Somaliërs die ergens anders op de wereld woonden komen nu terug en willen een nieuw land stichten. Ze moeten hun verleden meenemen, daar valt niet aan te ontsnappen, maar dat verleden moeten ze in een nieuw jasje gieten. Het is vervelend dat het land alleen maar wordt geassocieerd met geweld. Er wonen genoeg mensen die plezier maken met elkaar.’

Hoe is Somalië een inspiratiebron voor je werk als schrijver?
‘Het is een belangrijk onderdeel van mij, dus het komt vaak terug. Ik heb in mijn jeugd geen andere invloeden gekend dan die het land mij heeft gegeven. Ik kan nu op twee manieren naar het leven kijken, omdat ik door twee landen gevormd ben. Dat lees je in mijn boeken. Maar ik denk dat dat normaal is, want ik ben niet hier geboren. De bagage van mijn geboorteland is vermengd met mijn leven Nederland.’

Keer je ooit terug naar Somalië om er te wonen?
‘Dat is een heel moeilijke vraag. Als ik diep in mijn ziel kijk, dan zie ik dat ik ervan hou tijdelijk in de chaos van het land te zijn, in een werelddeel waar niets geordend is. Maar er definitief wonen? Ik denk dat ik het prettiger vind om te blijven peddelen tussen Somalië en Nederland, want dat maakt mij het meest gelukkig.’

DELEN
Jesse Voorn
Journalist gespecialiseerd in politiek en maatschappij.