Surinaams onbehagen

Foto: Studio Jan de Boer
Decolonize the mind heeft iets Politburo-achtigs. Een ministerie van Waarheid, met Hira als grootinquisiteur.’

In Suriname is er veel onbehagen. Over het slavernijverleden en het kolonialisme natuurlijk, maar ook over het feit dat het land nog steeds arm is, ondanks de miljarden euro’s aan Nederlandse ontwikkelingshulp en de rijkdom aan grondstoffen zoals bauxiet, olie en goud. En waarom is Desi Bouterse nu president, de hoofdverdachte in het justitieel onderzoek naar de December-moorden van 1982? Over het Surinaams onbehagen heeft historicus Hans Ramsoedh een nieuw boek geschreven: Surinaams onbehagen: een sociale en politieke geschiedenis van Suriname, 1865-2015. De Kanttekening sprak hem.

Wat wilt u met dit boek vertellen?
‘Al meer dan dertig jaar ben ik hiermee bezig. Ik was jarenlang eindredacteur van een Nederlandstalig Surinaams-Caribisch tijdschrift. Er zijn natuurlijk wel meer boeken over de geschiedenis van Suriname geschreven, maar ik mis daarin een goede rode draad; dat is het onbehagen.’

Waaruit bestaat dat onbehagen?
‘In mijn boek onderscheid ik drie periodes: de koloniale periode, de post-koloniale periode en de naoorlogse periode. Het onbehagen heeft sociaaleconomische en politieke oorzaken, maar de precieze redenen verschillen van tijd tot tijd. In de koloniale tijd ging het om uitsluiting: de Surinaamse elite, die bestond uit rijke kleurlingen en joden, had nauwelijks politieke inspraak. In de jaren dertig van de twintigste eeuw ging het om sociaaleconomisch onbehagen, vanwege de economische crisis. Nu zijn er weer heel andere problemen.’

Uw boek begint in 1865, twee jaar na de afschaffing van de slavernij in Suriname. Waren de contractarbeiders uit India en Java, die in plaats van de zwarte slaven op de plantages gingen werken, eigenlijk ook niet slaven? Of horigen misschien?
‘Zeker niet. Natuurlijk werden deze arbeiders, die uit China, India en Java kwamen, uitgebuit, maar hun situatie was niet te vergelijken met die van de zwarte slaven. Ten tijde van de slavernij vielen slaven niet onder het persoonsrecht, maar onder het zakenrecht. Plantage-eigenaars konden ongestraft een slaaf doodslaan, als ze dat wilden. Contractarbeiders hadden meer rechten. De positie van de contractarbeiders kun je eigenlijk beter vergelijken met die van Nederlandse landarbeiders in de negentiende eeuw. Ook hun positie was niet best, maar ze waren geen slaven.’

Foto: Hans Ramsoedh

Maar kinderen van contractarbeiders werden toch ook verplicht om op de plantage te werken? Dat gaat toch best ver?
‘Vanaf hun twaalfde inderdaad. Maar niettemin waren ze niet, zoals slaven, voor eeuwig aan de plantage gebonden. Ze mochten de plantage verlaten als ze een pasje kregen. Ook was het beleid er aanvankelijk op gericht om deze arbeiders na hun contract te laten terugkeren naar waar ze vandaan kwamen. Daarna was het beleid gericht op permanente vestiging in Suriname na afloop van de contractperiode.’

Hoe was de Surinaamse samenleving na de afschaffing van de slavernij opgebouwd?
‘Het was een gestratificeerde samenleving gebaseerd op kleur. De top werd gevormd door blanken. Joden en kleurlingen vormden samen de middengroep. Creolen waren na de afschaffing van de slavernij massaal naar de stad getrokken en werkten in de opkomende nijverheid. Op het platteland woonden en werkten hindoestanen als contractarbeiders. Na de Tweede Wereldoorlog trokken veel hindoestanen naar de stad, wat leidde tot spanningen met de creolen. Tot 1958 maakten de kleurlingen de dienst uit in Suriname, daarna kwam een coalitie van hindoestanen en creolen aan de macht onder leiding van Johan Adolf Pengel (1916-1970, premier 1963-1969, red.). Deze coalitie bevorderde de emancipatie van creolen en hindoestanen, maar ook de concurrentie tussen beide groepen. Na het overlijden van Pengel in 1970 wonnen de hindoestanen de verkiezingen. De creolen waren bang tweederangsburgers te worden. Dat versterkte de spanningen in het land.’

In 1975 werd Suriname onafhankelijk en enkele jaren later werd Desi Bouterse dictator en stortte het land in chaos. Hoe kon dat zo komen?
‘In de periode 1975-1980 was Suriname een democratie, maar ondanks de drieënhalf miljard gulden aan Nederlandse ontwikkelingshulp bleef de beoogde welvaart uit. Ook de militairen waren ontevreden en in 1980 greep Bouterse de macht. Aanvankelijk waren de meeste Surinamers maar wat blij met de staatsgreep. Maar dat veranderde snel. Het leger trad hard op tegen politieke tegenstanders. De December-moorden moeten ook tegen deze achtergrond worden begrepen, toen vijftien tegenstanders zonder vorm van proces werden geëxecuteerd. De periode 1982-1987 staat in Suriname bekend als ‘de donkere jaren’. Er was chaos en burgeroorlog. Tienduizenden mensen ontvluchtten het land. Ze trokken naar de Nederlandse Antillen en Nederland. De Nederlandse ontwikkelingshulp was stopgezet in reactie op de December-moorden, wat voor extra economische moeilijkheden zorgde.’

Daarna werd de democratie hersteld. Maar waarom kon Bouterse ondanks zijn misdaden in 2010 weer aan de macht komen, nu op democratische wijze?
‘Dat komt omdat men niets had geleerd. In 2010 bestond de politieke elite uit precies dezelfde mensen als in 1975. Er was niets veranderd. Bouterse speelde, toen de democratie onder Ronald Venetiaan (president 1991-1996 en 2000-2010, red.) was hersteld, weliswaar tweede viool, maar hij was niet weg. De zittende politieke kaste wees ritueel op het gevaar van Bouterse, maar deed verder eigenlijk niets. Bouterse wist dankzij zijn flamboyante persoonlijkheid – hij is welbespraakt en ook ontzettend humoristisch – de jonge kiezer voor zich te winnen. Omdat de Surinaamse geschiedenisboeken nauwelijks aandacht besteden aan de December-moorden, staat Bouterse bij hen ook niet bekend als een gewetenloze moordenaar.’

Zal Bouterse nog in de cel komen? Er loopt nu een proces tegen hem en hij is al veroordeeld door een rechter. Zal dit vonnis ook door het hooggerechtshof worden bevestigd?
‘Bouterse is door het Hof van Justitie veroordeeld tot zestien jaar. Zijn advocaat heeft tegen het vonnis hoger beroep aangetekend. Ik kan mij niet voorstellen dat het gerechtshof bij de behandeling van het hoger beroep begin 2019 tot een ander besluit komt. Er is dan wel een probleem: Bouterse is onschendbaar als president. Als hij aftreedt als gevolg van de uitspraak van de rechter, dan moet hij de cel in, maar Bouterse kan ook besluiten dat hij op zijn post blijft. Het leger blijft vermoedelijk achter hem staan, dus dat wordt heel spannend. Bouterse gebruikt het presidentschap om aan een veroordeling te ontkomen.’

Foto: Reuters. Desi Bouterse in 1996.

In je boek las ik ook over de beroemde Surinaamse verzetsstrijder Anton de Kom (1898-1945). Waarom is de herinnering aan hem zo gepolitiseerd?
‘Dat komt omdat De Kom een radicale marxist was die contacten had met Henk Sneevliet (1883-1942, Nederlands politicus, vakbondsman en verzetsstrijder, red.) en andere radicale revolutionairen. Niet alleen de Nederlandse koloniale machthebbers, maar ook de nationalistische Surinamers moesten niets van communisten hebben. Toen De Kom in 1933 naar Suriname terugkeerde, werd hij bij aankomst meteen in de gaten gehouden door de autoriteiten. De Kom was in Paramaribo een adviesbureau voor werklozen begonnen. Omdat de autoriteiten bang waren dat hij de Surinamers tegen het Nederlandse gezag zou opzetten, namen ze hem gevangen en zetten ze hem weer op de boot terug naar Nederland. Pas decennia later werd De Kom herontdekt door linkse studenten, om vervolgens door Bouterse te worden misbruikt als nationalistisch symbool. De Kom wilde natuurlijk vrijheid voor Suriname, maar was geen nationalist à la Bouterse.’

U bent ook heel kritisch over publicisten zoals Sandew Hira, bekend van zijn leuze decolonize the mind. Wat is volgens u mis met hun manier van naar de Surinaamse geschiedenis kijken?
‘Het zijn publicisten die mentaal gezien in de jaren zeventig van de vorige eeuw zijn blijven steken. Ze creëren een sfeer waarin iedereen met een blanke huidskleur per definitie verdacht is en koloniaal zou zijn. Enkele Leidse historici, die heel degelijk werk doen, worden in het verdachtenbankje geplaatst. Als ik colleges geef over Suriname keer ik mij ook tegen deze dogmatische manier van geschiedenis bedrijven. Decolonize the mind heeft iets Politburo-achtigs. Een ministerie van Waarheid, met Hira als grootinquisiteur.’

U heeft ook ‘Blok-gate’ verwerkt in uw boek, de controverse naar aanleiding van de ondiplomatieke uitspraken van minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok over onder meer de multiculturele samenleving en Suriname, die hij een failed state noemde. Beschouwt u Suriname als zodanig? En hoe kijkt u tegen deze controverse aan?
‘Van Bloks ‘analyse’ van Suriname als failed state klopt helemaal niets. In Suriname functioneren de democratische instituties namelijk wel. Het is niet voor niets dat president Bouterse is veroordeeld door een rechtbank. We moeten geen roze bril opzetten en Suriname voorstellen als een multicultureel paradijs, er zijn etnische spanningen, maar die hebben nooit tot strijd geleid. Blok heeft te weinig kennis over Suriname. En bovendien is de multi-etnische Surinaamse samenleving een Nederlandse creatie. Eerst woonden er alleen indianen in Suriname, daarna kwamen de blanken en hun zwarte slaven, vervolgens werden de contractarbeiders uit China, India en Java aangevoerd. Niettemin wordt de kwestie-Blok door Bouterse en de zijnen gebruikt om weer op de anti-Nederlandse trom te roffelen. De gemiddelde Surinamer haalt over Bloks uitspraken de schouders op, maar Bouterse grijpt het natuurlijk met beide handen aan om de aandacht af te leiden.’

DELEN
Ewout Klei
Journalist gespecialiseerd in politiek en geschiedenis.