1.3 C
Amsterdam

Taalkundige Rik Smits: ‘Gecanceld worden is het fundament van fascisme’

Ewout Klei
Journalist gespecialiseerd in politiek en geschiedenis.

Lees meer

Rik Smits (1953) is een Nederlandse taalkundige, non-fictieschrijver, wetenschapsjournalist en redacteur. Deze maand verscheen zijn nieuwste boek: The art of verbal warfare, ofwel de kunst van het oorlog voeren met woorden. Denk aan vloeken, schelden en intimidatie, maar ook aan sociale media, nepnieuws, blasfemie- en censuurwetten en ‘politieke correctheid’. Welke inzichten biedt dit boek voor het Nederlandse multiculturele debat, specifiek over racisme, de islam, immigratie en het nu veelbesproken fenomeen ‘woke’?


Beeld: Reaktion Books

Uw boek is getiteld The art of verbal warfare. Ik moet dan meteen aan Twitter denken, dat het afvoerputje van de Nederlandse samenleving lijkt te zijn geworden. Hier maken mensen elkaar het leven zuur, wordt er gescholden en geïntimideerd. Hoe komt dit? 

‘Op alle sociale media gebeurt dit, maar het sterkst op Twitter. Dat is meest extreme vorm van sociale media. Sociale media zijn een rare mix van onze manieren van communiceren. We kunnen met elkaar praten – dat is interactief, maar ook vluchtig – en we kunnen iets schrijven – dat is niet interactief en ook niet vluchtig. Het is permanent, en vanzelf formeler: ‘zwart op wit’. Sociale media passen niet in dat stramien. Normaal geldt: wat permanent is, is niet interactief. Je kunt niet tegen een boek terugpraten, hooguit een recensie schrijven of een brief aan de auteur. Maar bij Twitter is die interactie er dus wel. Het heeft de karakteristieken van een kroeggesprek, maar wat je zegt is permanent. We kunnen daar niet goed tegen, we vergeten dat wat we schrijven teruggelezen wordt – en ook nog eens zonder context.’

En dat is een recept voor problemen?

‘In een kroeggesprek zie je niet alleen de gezichtsuitdrukkingen van mensen. Je hoort ook hoe woorden worden uitgesproken en of de boodschap ironisch bedoeld is of niet. Bovendien praat je vaak met bekenden. En zeg je iets dat in slechte aarde valt, dan maak je excuses en dan is iedereen het vergeten. Maar bij Twitter wordt alles bewaard. Hierdoor kunnen mensen zich boos maken over tweets van vijf, tien jaar geleden die uit de context worden gerukt en weer boven water worden gehaald.

‘Mijn vermoeden is dat we hier nooit goed mee om leren gaan, want Twitter ‘voelt’ wél als een gezellig gesprek. Het geeft de illusie van intimiteit. Maar dat is het gesprek dus niet. Mensen luisteren mee, de hele wereld kan meegenieten en zich er nu of later mee bemoeien. In een café negeer je sociale kneuzen, maar op Twitter kan dat niet. De meeste mensen op Twitter zijn heel braaf en voeren brave gesprekjes met elkaar. Maar ze hebben totaal niet in de gaten dat wat ze zeggen openbaar is. Ze vertellen over hun hele ziektegeschiedenis. Of over de problemen met hun kind. Ze vertellen dingen die je normaal niet aan iedereen vertelt. Ze stellen zich heel kwetsbaar op. Dat is nogal naïef.’

Op Twitter worden complottheorieën ook relatief gemakkelijk verspreid: over de MH17, QAnon, ‘omvolking’, enzovoort. Hoe komt dat? 

‘Onder andere vanuit Rusland worden trollen aangestuurd om het maatschappelijke debat in het Westen te verzieken, maar er zijn ook twitteraars die desinformatie verspreiden omdat ze nuttige idioten zijn. Ik ben in maart een lijst begonnen van accounts die desinformatie verspreiden over Oekraïne. De teller staat nu ruim op duizend. Veel van deze goedgelovige idioten die desinformatie verspreiden voelen zich niet gehoord. Ze zullen niet gauw een brief schrijven aan een krant, die waarschijnlijk toch niet gepubliceerd wordt, maar op Twitter vinden ze gelijkgestemden die met dezelfde frustraties zitten. En dat kan weer leiden tot het delen van complottheorieën.’

Waarom zijn juist debatten over racisme, de islam en immigratie zo ontzettend gepolariseerd? Welke mechanismen gaan hier achter schuil?

‘Die onderwerpen zijn tegenwoordig niet sterker gepolariseerd dan andere heikele kwesties, zoals de stikstofcrisis en de oorlog in Oekraïne. Er is bovendien heel veel overlap. Covid-wappies zijn nu vaak pro-Rusland. Tussen wappies en Rusland-apologeten bestaan enorme banden. Vaak zijn het ook dezelfde mensen.

‘In het racismedebat en islamdebat domineren belangengroepen, dat maakt die debatten zo fel. Er doen veel mensen mee die van slachtofferschap hun verdienmodel gemaakt hebben en andere groepen mensen de schuld geven van hun ellende. Ze krijgen niet zelden subsidie van organisaties en stichtingen die alleen het slachtoffernarratief willen horen.’

Als ik denk aan slachtofferschap en het multiculturele debat, dan kijk ik ook naar de rechterkant, naar Ongehoord Nederland en Geert Wilders.

‘Die heb je natuurlijk ook. Als je Arnold Karskens bij Ongehoord Nederland ziet of (oud-journalist, red.) Karel van Wolferen bij Café Weltschmerz, dan zie je de verongelijktheid van hun gezicht druipen. Ook Wilders is altijd ‘woedend’, verklaart iedereen steevast ‘knettergek’. Dat soort sentiment is een belangrijke drijfveer voor mensen van links en rechts.

‘Ongeveer 30 procent van de bevolking loopt achter schreeuwlelijkerds aan, achter Geert Wilders en Thierry Baudet, maar ook achter iemand als Sylvana Simons. Politici die polariseren zijn niet geïnteresseerd in oplossingen. Ze willen dat de onvrede blijft, dat het vuur brandende blijft waarop zij gedijen.

‘Overigens is de islamdiscussie voorlopig vrijwel uit beeld verdwenen. Het publieke debat wordt nu gedomineerd door Black Lives Matter-activisten, door me too, wappies, enzovoort. Wilders staat volkomen buitenspel, is totaal irrelevant geworden. Dat komt ook doordat er al een aantal jaren in onze contreien nauwelijks grote aanslagen meer zijn. Laten we hopen dat dat zo blijft.’

Hoe komt het dat rationele argumenten er in het publieke debat tegenwoordig nauwelijks meer toe lijken te doen, dat mensen zo erg in groepen denken? Of is dit van alle tijden?

‘We zijn nu niet minder rationeel dan vroeger. Irrationaliteit is van alle tijden. Maar dankzij het internet en vooral dankzij sociale media krijgen we tegenwoordig veel meer borreltafelgeleuter te zien dat vroeger onopgemerkt bleef.

‘Dat we tegenwoordig, méér dan 25 jaar geleden, in groepen denken komt door het nu modieuze, uit Amerika overgewaaide identiteitsdenken. Je kleur en je achtergrond bepalen – dat is de heersende mening – hoe je toekomst eruit ziet. Feitelijk is dit denken racistisch, omdat het ten diepste inhoudt dat zwarte mensen en moslims niet aan hun lot kunnen ontsnappen, geen eigen toekomst voor zichzelf kunnen maken.’

Is alleen het Amerikaanse identiteitsdenken verantwoordelijk voor het denken in kleur en achtergrond? Denk aan de felle kritiek van de PVV en rechtse columnisten als Ebru Umar en Sylvain Ephimenco op de islam, of het gehamer van het CDA van Sybrand Buma op onze zogenaamde ‘joods-christelijke cultuur’.  

‘Wat je er verder ook van vindt, en voor zover ik hun uitingen ken: Wilders, Umar en Ephimenco trekken juist van leer tegen de collectivistische verdrukking van het individu binnen de islam. Dat krijgt wel vaak de vorm van ‘ze zijn ook allemaal hetzelfde’, maar is, als je goed kijk,  juist bijna het omgekeerde van het uit Amerika overgewaaide identiteitsdenken, dat Groepsangehörigkeit juist als de fundamentele, allesbepalende, positieve basis van alles beschouwt. En Buma wijst, op een wat onhandige manier, op een heel geschakeerde en complexe gedeelde geschiedenis die het denken van Europeanen in het algemeen beïnvloedt. Zeg maar datgene waardoor een Chinees of een Amerikaan ons allemaal zo Europees vindt.

Die gedeelde, lastig precies te omschrijven culturele erfenis is een feit, alleen zou het beter zijn als mensen er niet steeds die religie bijhaalden. Onze ‘typisch Europese’ manier van in de wereld staan is, zoals ik ook uitleg in mijn boek, juist eerder gevormd door een langzaam maar zeker afstand nemen van kerk en religie dan andersom.’

In The art of verbal warfare schrijft u dat Donald Trump en Geert Wilders Twitter heel slim hebben ingezet voor hun eigen ‘verbal warfare’. Waarom is Twitter vooral handig voor populisten? 

‘Trump heeft een groep ongehoorde Amerikanen een stem gegeven. Hillary Clinton noemde deze arme, laagopgeleide kiezers deplorables, stumperds. Mede door deze opmerking heeft ze de presidentsverkiezingen in 2016 verloren en al die mensen in Trumps rabiaat-rechtse kamp gejaagd, wat niet wegneemt dat ze een punt had. Het ís een kansloze groep, die altijd zwaar de pineut is. Het is een sociale onderklasse waarmee je die in ons land op geen enkele manier kunt vergelijken. De actieve kern ervan zijn overheidsvijandige libertariërs van het diepste platteland, een slag dat in onze contreien niet bestaat. Dit zijn de mensen die met geweren zwaaien en milities vormen. Ze lezen geen kranten, kijken niet of nauwelijks televisie, maar hebben op hun mobiele telefoon wél Twitter. Zo kon Donald Trump hen bereiken, en miljoenen andere veronachtzaamden. Zij lazen zijn tweets, en hij verwoordde hun ongenoegen. Twitter heeft Trump gemaakt.

‘Met Wilders ligt het iets anders. Hij was de eerste populistische politicus die Twitter echt efficiënt heeft ingezet als verbaal wapen. Al in de jaren tachtig en negentig was politieke correctheid troef in Nederland. Zo lag er een cordon sanitaire om Hans Janmaat, die door zijn collega-politici en door de media met de nek werd aangekeken. Hij was een gecancelde avant la lettre. In een serieuze democratie is dat best wel immoreel, vind ik.

‘Wilders kreeg geen cordon sanitaire om hem heen, nadat hij in september 2004 uit de VVD stapte en ruim een jaar later de PVV oprichtte. Dit kwam door Twitter, dat toen net bestond. Wilders wilde niet met de media praten, want hij wilde geen tegenspraak of kritische vragen. Daarom gooide hij eenzijdige tweets, niet meer dan simplistische losse kreten, de wereld in. Maar in plaats van hem te negeren en te zeggen: ‘Meneer Wilders, komt u zich maar laten interviewen en anders: pech gehad’, gingen de media uitgebreid over zijn tweetjes berichten, waarop complete exegeses werden losgelaten. Dat – de pers dus – heeft Wilders groot gemaakt, en dat mag de pers zich aantrekken.’

Twitter, Facebook en andere sociale media hebben de taak om actief nepnieuws en hate speech, zoals antisemitisme en racisme, te bestrijden. Is dit een noodzakelijk kwaad of gevaarlijke censuur? En hoe komt het dat het modereren vaak nogal willekeurig lijkt? 

‘Eigenlijk ben ik van het superliberale standpunt dat alles vrij moet zijn. Maar goed, er is ook echt een hoop werkelijk weerzinwekkende bagger. Dus vinden overheden dat er gemodereerd moet worden, maar ze weten niet hoe, en dus gooien ze alles op het bordje van de platforms. Maar de sociale media weten ook niet hoe het moet. Zij bezien die eisen vanuit het perspectief van een bedrijf, dat op aarde is om voldoende te renderen en zich aan de wet te conformeren om voort te bestaan. Dus nemen ze geen risico’s. Ze trekken wat blikken goedkope arbeidskrachten open, die ze minimaal instrueren: ‘Bij de minste twijfel: weg met die hap!’

‘Er worden daardoor aan de lopende band zaken ten onrechte verwijderd. In mijn boek noem ik een filmpje van het Alkmaars gemeentemuseum over de herdenking van 75 jaar D-Day. In het filmpje zag je wat stampende laarzen van marcherende NSB’ers en hier en daar een hakenkruis. En hup: filmpje weggecensureerd! Dat soort destructieve misverstanden krijg je als je een of andere Zuid-Koreaan inhuurt die geen idee heeft van de context. Dat zag je ook gebeuren bij VN-rapporteurs die over Zwarte Piet vielen. Omgekeerd hebben wij Nederlanders echt geen idee van wat het begrip ‘racisme’ in Amerika inhoudt.’

‘‘Fobie’ slaat op een onredelijke, biologische angst. Nu wordt dit toegepast op iemands mening’

U bent kritisch over begrippen als ‘islamofoob’, ‘homofoob’ en ‘transfoob’. Welke rol spelen deze begrippen in verbale oorlogsvoering? 

‘Misschien klink ik nu wel een beetje als een boomer, maar we zijn in deze tijd een stuk minder tolerant dan pakweg zestig jaar terug. In 1967 verscheen er een boek met de titel Ik ben OK, jij bent OK. Het ging over leven en laten leven. Verdraagzaamheid. Als dat boek nu geschreven zou worden, dan zou de titel zijn: Ik ben OK, jij bent een lul. We zijn minder tolerant geworden, negatiever, repressiever. Iedere dag is er wel iets dat een minister in ons kabinet wil verbieden of afdwingen, lijkt het wel. En in discussies plakken we andersdenkenden graag een veroordelend label op, zodat je de discussie met elkaar niet meer hoeft aan te gaan. De term ‘fobie’ slaat op een onredelijke, biologische angst, voor spinnen of pleinen bijvoorbeeld. Maar nu wordt deze term toegepast op iemands mening over iets. Een persoon met een fobie is onredelijk en kun je dus negeren. Juist door die zogenaamde cancelcultuur wordt de polarisatie versterkt, omdat je niet meer het gesprek met elkaar aangaat, maar elkaar labels opplakt en uitsluit.’


Wat kun je het beste doen als je – ongefundeerd – voor islamofoob of racist wordt uitgemaakt? Negeren? In de tegenaanval gaan? Iets anders? 

‘Dat hangt heel erg van de context af. Maakt iemand je op sociale media voor islamofoob of racist uit, dan moet je dat gewoon negeren. Want als je erop ingaat dan duiken allemaal fanatiekelingen op die je woorden uit hun verband rukken, en juist willen dat je reageert zodat ze je nog zwarter kunnen maken. Fanatici overtuig je niet.

‘Maar als je bijvoorbeeld in een debat in De Balie of De Rode Hoed bent, en iemand uit de zaal of een panellid maakt jou uit voor islamofoob of racist, dan moet je de confrontatie wel aangaan. Vraag: ‘Wat bedoel je daarmee? Leg eens uit.’ Je overtuigt die criticaster er niet mee, maar veel mensen in de zaal delen zijn mening niet. Die mensen twijfelen. Als je redelijk blijft en rustig antwoordt, krijg je die zogenaamde zwijgende meerderheid vaak best mee.’

Maar er bestaat natuurlijk wel echte moslimhaat en echt racisme. Hoe kaart je dat dan op een goede manier aan?

‘Wat bedoel je met ‘moslimhaat’? Haat is een felle, onredelijke antipathie tegen iets of iemand. Een niet onaanzienlijk deel van de binnenlandse moslimgemeenschap, een deel dat zich ook uitdrukkelijk als zodanig afficheert en zich van mainstream Nederland isoleert, houdt hardnekkig vast aan voor Europeanen moeilijk te verteren opvattingen en praktijken. Is onze maatschappij net – en nog maar kort – zo’n beetje ontsnapt aan de duistere eeuwen van vrouwenonderdrukking, vrouwenmishandeling en gewelddadig machismo, aan de meest bigotte uitwassen van schaamte en aan totale ontkenning van dingen als seks buiten huwelijksverband en homoseksualiteit, komen moslimimmigranten weer roet in het eten gooien en blijven ze dat generaties lang doen. Dat valt uiteraard niet goed.

‘Voeg daarbij een toch even lastig te ontkennen als gruwelijk palmares van in naam van de islam gepleegde terreurdaden uit de laatste halve eeuw, en het is niet onlogisch dat de islam er gekleurd op staat. Er is min of meer begrijpelijke vrees, afkeuring en zelfs minachting. Maar met blinde, onberedeneerde haat heeft het weinig van doen. ‘Haat’ is hier net zo’n versluierende, suggestieve term als ‘fobie’, bedoeld om elke kritiek op het gedachtegoed van de islam en gebruiken binnen de islam af te schieten.

‘‘Echt racisme’, daar kan ik helemaal geen kant mee op. Wat bedoel je daar in vredesnaam mee? Wat is ‘onecht racisme’ dan? Maar goed, ik doe een poging. Bij echt racisme denk ik aan wat de nazi’s praktiseerden: mensen in groepen indelen alsof het hondenrassen zijn, en dienovereenkomstig behandelen, domweg op basis van wat oppervlakkige uiterlijke kenmerken. Dat deed men – om andere redenen – ook in de negentiende-eeuwse plantage-economieën van Noord en Zuid Amerika, waar het diepe sporen heeft nagelaten, veel erger dan wij hier beseffen. In Nederland is daar echter niet of nauwelijks sprake van of van geweest. Wat we hier kennen is discriminatie en pestgedrag, waarbij ook etnische kenmerken een rol spelen. Dat is erg genoeg, maar echt iets anders dan wat er aan de overkant van de oceaan speelt.’

‘De pers is laf, en gaat mee in het discours van een randgroep van radicale activisten’

Wat vindt u van nieuwe termen: ‘wit’ in plaats van ‘blank’, ‘tot slaaf gemaakten’ in plaats van ‘slaven’ en genderneutrale begrippen als ‘schrijver’ voor een vrouw die schrijft? 

‘Daar ben ik heel erg tegen. De pers is laf, en gaat mee in het discours van een randgroep van radicale activisten. Waarom ik dat verkeerd vind? Omdat de pers eigenstandig hoort te blijven, objectief over zaken hoort te berichten, dus hoort te vertellen dat er lui zijn die vrouwen van heur vrouwelijke identiteit willen ontdoen door zogenaamd neutrale – altijd mannelijke – terminologie af te dwingen. In plaats daarvan laten ze zich voor de extremistische kar spannen.’

U bedoelt de agenda van wat ‘woke’ wordt genoemd? Maar overdrijft u de invloed daarvan niet? BIJ1 heeft maar één zetel in de Tweede Kamer. 

‘Het valt niet mee, helaas, met die invloed van woke. De taal wordt veranderd. Dat is schadelijk voor het debat, want je vervreemdt hierdoor ook een deel van je lezers van je. Ik ken niet een vrouw die ook maar greintje sympathie heeft voor mannelijke beroepsnamen voor vrouwen. Die graag een ‘schrijver’ wil genoemd worden in plaats van ‘schrijfster’. Het draagvlak voor die genderneutrale onzin is laag. Maar harde schreeuwers trekken vaak aan het langste eind.

‘Toch zie je de publieke opinie wel een beetje kantelen. In het onderwijs bijvoorbeeld. Daar heerste sinds de jaren zeventig – met dank aan PvdA-minister Jos van Kemenade – het dogma van de nivellering. Iedereen moest gelijk zijn. Dat betekende niet dat leerlingen met een laag niveau omhoog werden getild, maar dat het lage niveau maatgevend werd. Daar was dertig jaar geleden niet over te praten, dat heette elitair. Maar inmiddels is er iemand als columnist Aleid Truijens, die in de Volkskrant flinke kritiek gaf op kwalitatief slecht onderwijs, maar niet ontslagen wordt. En iemand als leraar en publicist Ton van Haperen schrijft ook verstandige dingen over het onderwijs.’

In The Art of verbal warfare legt u een verband tussen de katholieke Index librorum prohibitorum – lijst van verboden boeken – , de Iraanse fatwa tegen de Brits-Indiase schrijver Salman Rushdie, de beruchte Pakistaanse blasfemiewetten en de zogenoemde ‘cancel culture’. Wat hebben deze zaken met elkaar gemeen? 

‘Bij al deze voorbeelden gaat het over censuur als middel om intolerantie en superioriteitsdenken te bevorderen. De Katholieke Kerk meende te weten wat goed voor je was. De kudde moest dom blijven. Daarom werden tot 1965 alle kerkelijke rituelen ook in het Latijn gedaan. Dan bleef de kudde volgzaam en werd de maatschappelijke hiërarchie in stand gehouden. De Limburgse ondernemer Régout, eigenaar van porseleinfabriek de Sfinx, zei in de negentiende eeuw tegen de Maastrichtse bisschop: ‘Hou jij ze dom, dan hou ik ze arm.’ Op de Index stonden kritische boeken, waardoor gelovigen misschien rare gedachten zouden krijgen en, wie weet, zelfs kritische vragen zouden stellen. Dat wilde de kerk natuurlijk niet.

‘Precies om diezelfde reden vaardigde ayatollah Khomeini een fatwa uit tegen Rushdie. Het boek De Duivelsverzen zou moslims misschien aan het twijfelen kunnen brengen over het dogma van de openbaring van de islam aan Mohammed. Twijfel is de bijl aan de wortel van elk autoritair regime, en daarom kreeg Rushdie die fatwa aan zijn broek. Bovendien moest Khomeini zijn door de mislukte oorlog met Irak en de ingestorte economie teleurgestelde fanatieke volgelingen iets geven, en moest hij ook zijn gelofte de Islamitische Revolutie te exporteren gestand doen. Maar al die woedende demonstranten die hij de straat op kreeg, hadden De Duivelsverzen natuurlijk niet gelezen – hoe zeker ze ook wisten dat Rushdie dood moest en zijn boek verboden.

‘De Pakistaanse blasfemiewetten zijn er enkel om mensen te dwingen tot volgzaamheid. Met de cancel culture is het precies zo. Kritiek op het woke gedachtegoed is blasfemie, vloeken in de kerk, en dan wordt je letterlijk het recht van bestaan ontzegd. Je wordt gecanceld, en dat – het ontkennen van het bestaansrecht van anderen, – is het fundament van fascisme. Je mag geen podium meer hebben, geen baan, geen leven. Zo wordt elke discussie, elk zinnig gesprek onmogelijk. De grondhouding is ‘Ik ben oké, jij bent een lul’.’

Moeten mensen die zich beledigd voelen een olifantshuid kweken? 

‘Natuurlijk moet je tegen een stootje kunnen, maar je hoeft niet alles te pikken. Verder is het een ambigue vraag. Er is namelijk een verschil tussen beledigd worden en zich beledigd voelen. Van het eerste is alleen sprake als derden dat kunnen zien en constateren, en dat is, wat je er ook van vindt, strafbaar. Iets anders is dat ook mensen die zich alleen maar beledigd voelen bij de rechter ruim baan krijgen. Gelovigen, bijvoorbeeld, die zich namens hun god beledigd achten. Gek genoeg klaagt die god zelf nooit ergens over, zodat al die beledigdheid toch vooral een smoes lijkt om anderen de mond te snoeren. Daar horen rechters niet in mee te gaan. En wetgevers al helemaal niet.’

En smaad en laster, dan? 

‘Dat is wat anders. Kwaadspreken mag niet, staat in het Wetboek van Strafrecht. Overigens blijft het wel bizar dat de waarheid vertellen ook als kwaadspreken kan tellen.’

Is de vrijheid van meningsuiting in gevaar?

‘De vrijheid van meningsuiting is altijd in gevaar. De vrijheid van meningsuiting is ten diepste de vrijheid van een ander om dingen te zeggen die jij niet leuk vindt. De vrijheid van meningsuiting is in de eerste plaats een opdracht voor de overheid. Die mag niet aan preventieve censuur doen. Maar veel mensen denken dat de vrijheid van meningsuiting betekent dat je maar mag zeggen wat je wilt. Dat klopt niet, er is die clausule in artikel 7 van de grondwet: ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet’. En mensen kunnen boos worden. Wat je zegt kan dus wel degelijk consequenties hebben, vrijheid van meningsuiting is niet hetzelfde als vrijblijvendheid van meningsuiting.

‘Er is op dit gebied trouwens nauwelijks sprake van horizontale werking, ofwel het idee dat wat tussen overheid en burgers geldt ook geldt tussen burgers onderling. Je kunt bijvoorbeeld als werknemer op het intranet of in een whatsappgroep niet zomaar negatief over je chef of bedrijf zijn. Dat kan je je baan kosten. Veel werknemers moeten ook een geheimhoudingsplicht ondertekenen, of hebben bij vertrek te maken met een concurrentiebeding, om bedrijfsinformatie te beschermen. Of denk aan staatsgeheimen, het geheim van Huis ten Bosch of de Trêveszaal, en de vertrouwelijkheid van allerlei Kamercommissies. En ga zo maar door.’

Maar ‘cancel culture’ mag dan toch volgens die lezing van vrijheid van meningsuiting? Bij cancelen gaat het bijvoorbeeld om de universiteit die een rechtse professor cancelt, niet de overheid.

‘Het mag inderdaad wel, maar de voorstanders van cancel culture zijn geen mensen die bereid zijn om te werken volgens democratische principes. Ze zijn tegen gelijkheid, want mensen die gecanceld zijn hebben blijkbaar geen rechten. Ik vind het jaren dertig-praktijken. Cancel culture is een vorm van onverdraagzaamheid die zich niet verdraagt met de democratische rechtsstaat.’

‘Voorstanders van cancel culture zijn niet bereid om te werken volgens democratische principes’

U zegt tegen cultuurrelativisme te zijn. Maar valt het idee dat het Westen superieur is nog wel vol te houden, gezien onze geschiedenis van kolonialisme en slavernij?  

‘Cultuurrelativisme is geen integer begrip. Het gaat uit van de gedachte dat een cultuur slechts op zijn eigen waarden beoordeeld kan worden, en dat er dus er geen universele waarden zijn. Maar dat is onjuist, want universele waarden – waarden die ieder mens onderschrijft – zijn er wel degelijk.

‘Om er maar een te noemen: Niemand die bij z’n verstand is, jij niet, ik niet, en zelfs de fanatiekste IS-strijders niet, wenst zijn eigen kinderen, zijn eigen dierbaren een rotleven toe. De verschillen tussen mensen zitten alleen in hoe groot de kring van dierbaren is. Alleen je naasten? Of wil je dat zo veel mogelijk mensen gelukkig zijn? Of zelfs ook nog dieren? Of iets daar tussenin? Dat is dus een objectieve maatstaf, waaraan je alle culturen kunt afmeten. Maar dat weigeren cultuurrelativisten te accepteren.

Cultuurrelativisten doen heel schijn-tolerant alsof alles even waardevol is, maar zijn in werkelijkheid helemaal niet geïnteresseerd in andere culturen. Als culturen toch onvergelijkbaar zijn, heeft het immers geen zin om op zoek te gaan naar een gemeenschappelijke basis. Als vanzelfsprekend volgt daaruit dat de eigen cultuur ook superieur is aan alle andere. Want als andere culturen a priori onvergelijkbaar en dus onbegrijpelijk zijn, hebben ze ook niks van waarde te bieden. Cultuurrelativisme zet onder het mom van gelijkwaardigheid mensen tegen elkaar op, omdat het de mogelijkheid van een open en betekenisvolle dialoog ontkent. Er valt niks te begrijpen en dus niks te halen.

‘De discussie over de superioriteit van het Westen is belangrijk, maar wordt op een volslagen verkeerde manier gevoerd. Het gaat namelijk over goed en fout. In dit schema zijn de gekoloniseerde niet-westerse volken goed, en is het Westen fout. Maar zo’n morele discussie is helemaal niet interessant, en we leren er ook niks van. Veel interessanter is het om te kijken hoe het zo heeft kunnen lopen. Dat het Westen, qua wetenschap en technologie, vooruit is gaan lopen op de rest van de wereld. Want dat dat gebeurde is een feit.

‘Het nu heersende antikoloniale discours is ook neerbuigend ten opzichte van mensen met een niet-westerse achtergrond. Ook hun voorouders waren immers volwassen mensen die hun verantwoordelijkheid op hun eigen manier invulden. Binnen het huidige discours worden ze uitsluitend in een slachtofferrol gedrukt, hun eigenheid en zelfstandigheid wordt ontkend. In West-Afrika koos men er bijvoorbeeld ruim duizend jaar geleden voor om grondstoffen aan de wereld te leveren, vooral zelfgemijnd goud en slaven. Dat leverde lange tijd riante inkomsten op. Daarna niet meer: de toekomst bleek aan degenen die grondstoffen bewerkten tot consumentenproducten. Dat was hun keuze. Maar in de hedendaagse analyses van schuld en boete wordt de eigen verantwoordelijkheid ontkend. Dat is even verderfelijk en onrechtvaardig als de onuitgesproken mythe dat in Afrika en Azië alles pais en vree was totdat die vermaledijde westerlingen kwamen. Wanbestuur, onderdrukking en slavernij waren daar evenzeer de norm als in Europa, al sinds mensenheugenis.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -