19.3 C
Amsterdam

Waarom in Turkije de alevieten nog altijd vervolgd worden

Tayfun Balcik
Tayfun Balcik
Journalist en historicus.

Lees meer

Alevieten zijn een onderdrukte minderheid in Turkije. Ook in ons land zien veel Turks-Nederlandse soennieten hen als ‘dwalend in de leer’. Historicus Mahmut Erciyas, zelf alevitisch, geeft in zijn boek God is in de mens aan de hand van gedichten een inkijkje in het alevitisme. 

Alevitisme gaat terug tot de zevende eeuw en sommige alevieten zien zich als moslim, terwijl anderen menen dat ze een eigen religie hebben. In Nederland is er weinig kennis over het alevitisme en de geloofsconcepten, rituelen en ceremonieën van deze islamitische stroming. Erciyas wil daar verandering in brengen met zijn boek, dat deze maand verschenen is. Poëzie is belangrijk in de cultuur van de alevieten.

De alevieten zijn in Turkije een religieuze minderheid die ongeveer 15 tot 20 procent van de bevolking uitmaakt. De religieuze oorsprong van het alevitisme is verbonden met een schisma in de islam in de zevende eeuw, niet lang na de dood van de profeet Mohammed. Alevieten geloven dat Ali, de schoonzoon en neef van de profeet, de leider moest zijn na Mohammed. De strijd van deze groep met hun tegenstanders – de latere soennieten – kwam tot een bloedige ontknoping in 680 in de Slag bij Karbala. Hierbij werd bijna de hele familie van Mohammed afgeslacht. In dominante soennitische staten zoals het Ottomaanse Rijk, de voorloper van de Turkse republiek, zijn alevieten slachtoffer geweest van talloze pogroms en andere vormen van onderdrukking. Ook ten tijde van de Turkse republiek was er sprake van massaal geweld tegen alevieten, met als bekende voorbeelden de genocide op Koerdische alevieten (1937) en de bloedbaden in Kahramanmaras (1978) en Sivas (1993).

Erciyas wil met zijn boek iedereen bereiken die interesse heeft in spiritualiteit en mystiek. Maar alevitische jongeren zijn in het bijzonder zijn doelgroep: ‘Ik zie onder hen een zoektocht naar identiteit, zingeving, duiding van hun verleden en heden. Maar hun beheersing van het Turks gaat snel achteruit, waardoor ze zijn afgesneden van Turkstalige schriftelijke bronnen. Daarom wilde ik dit boek nadrukkelijk in het Nederlands schrijven. Dat is overigens de taal die ik zelf ook het beste beheers.’

Een rode draad in God in de mens is dat het alevitisme een mystiek geloof is waarin de mens centraal staat. ‘Plichtmatige handelingen en legalistische, wettische geloofsbeleving’, worden niet als wegen gezien om dichtbij de Schepper te komen. Wat bedoelt u hiermee?

‘Het alevitisme legt de nadruk op een innerlijke religieuze beleving, op innerlijke vroomheid. Het gaat niet zozeer om de vraag of de islamitische wet goed wordt geïnterpreteerd of toegepast. Dus niet de repeterende verplichte rituelen zoals bidden en vasten, maar een proces van jezelf beter leren kennen, jezelf beheersen en een verinnerlijking van de alevitische ethiek. Belangrijke waarden zijn naastenliefde en menselijke waardigheid en alles nalaten wat in strijd is met deze waarden. Overigens staat daarbij niet de mens centraal, maar de onverbrekelijke band tussen God en de mens. Alevieten geloven dat God in de mens aanwezig is en dat de mens een innerlijke weg van zuivering moet bewandelen om hem te bereiken.’

In het boek wordt vooral benadrukt dat het alevitisme geen soennisme of sjiisme is. Maar is het alevitisme wel zonder het soennitische geloof uit te leggen? 

Mahmut Erciyas (beeld: Facebook)

‘Ik heb geprobeerd om het alevitisme juist vanuit de eigen poëtische expressies en religieuze bronnen te beschrijven. Daarbij vind ik het interessant om ook op de verschillen met de soennitische en sjiitische stromingen te wijzen. Ik geloof dat dat ook de juiste weg is om een geloof te beschrijven. Dat doen soennieten en sjiieten onderling ook, en ook richting alevieten. Hetzelfde geldt voor de islamitische traditie in het geheel: je ziet in islamitische bronnen vaak benadrukt worden waar de verschillen met bijvoorbeeld het christendom en jodendom liggen.’

In uw boek neemt u soms minder bekende alevitische dichters op, zoals Asik Ibreti, die polemisch is over het soennitisiche geloof. Hoe heeft u gedichten geselecteerd?

‘De alevitische traditie kent enorm veel dichters, aan een selectie is dus niet te ontkomen. Onder de zestien dichters bevinden zich ‘de grote zeven’: poëten die als heiligen worden gezien door alevieten. Verder heb ik geselecteerd op thema, taal en stijl. Moderne dichters, die vanaf pakweg 1920 zijn geboren, heb ik buiten beschouwing gelaten. Ook zij behoren tot de alevitische traditie, maar beperken zich over het algemeen niet louter tot religie. Je leest in hun gedichten een zekere mate van expliciete politisering naar links. De alevitische gemeenschap is sinds de jaren zestig van de vorige eeuw politiek links georiënteerd geraakt. Ik denk dat daarover een apart boek geschreven kan worden.’

Ibreti schrijft:

Wij hebben geen moskee nodig. Wij hebben een pratende Koran, een geschreven hebben wij niet nodig, een dienstknaap in de hemel hebben wij niet nodig, het brengen van offers, zoals het slachten van dieren is onnodig, met navolging kan God niet gediend worden, we hebben geen geveinsd geloof nodig.’

Dit laat zich op geen andere manier lezen dan als fundamentele kritiek op de geloofsleer en praktijk van de soennitische islam. Daar tegenover plaatst de poëet de alevitische weg als route voor oprechte gelovigen naar God. Is dit voor veel moslims niet kwetsend?

‘Alle dichters zijn individuen, die dichten op basis van eigen ervaringen en binnen de context van hun eigen tijdsgewricht. Ibreti is inderdaad wat polemischer van stijl. Maar vergeet niet: de man is in 1967 ontsnapt aan de dood tijdens een pogrom tegen alevieten. Er zijn meer dichters die polemiseren tegen stromingen die een strenge geloofsbeleving voorstaan. Sommige mensen zullen deze gedichten als kwetsend ervaren. Het is de vraag of dat zo is. Daar kom je maar moeilijk uit. Ik vind het gedicht dat jij aanhaalt niet kwetsend. Bovendien valt het in het niet in vergelijking met de haat die eeuwenlang, mede door de staat, over alevieten is uitgestort. Ibreti benadrukt dat hij juist geen strijd wil aanwakkeren.’

‘De Turkse staat discrimineert alevieten, erkent hun geloof en gebedshuizen niet’

Wijn komt vaak voor in de gedichten. Mogen alevieten in tegenstelling tot strikte soennieten wel alcohol drinken? 

‘Wijn is in gedichten vooral een symbool. Het staat symbool voor spirituele ontwikkeling en kennis, maar bijvoorbeeld ook voor vervoering door de liefde voor God. Daarmee zijn alevieten niet uniek. Ook in de soennitische en sjiitische mystiek speelt wijn een rol. Het drinken van alcohol is niet haram in het alevitisme. Wel geldt er een sociaal verbod voor diegenen die er niet mee om kunnen gaan.’

Een interessante vraag is of het alevitisme nou binnen of buiten de islam valt. Vinden alevieten dat zij de ware islam volgen?

‘Ik vind zelf de vraag of het alevitisme tot de islam behoort niet interessant. Het leidt af van de vraag waar het alevitisme voor staat, namelijk het geloofsconcept van ‘God is in de mens’. Er zijn inderdaad alevieten die vinden dat zij de ware islam, de kern van de islam vertegenwoordigen. Zij focussen zich op de eerste decennia van de islam en de opvolgingskwestie van de profeet Mohammed. Daarmee vertonen ze gelijkenissen met die van sjiieten.’

In het alevitisme is een belangrijke rol weggelegd voor het Karbala-slachtofferschap. U spreekt over een ‘collectieve identificatie die tot op de dag van vandaag voortduurt’. Alevieten zouden mensen die hen vijandig bejegenen ‘Yazid’ noemen. Vinden alevieten dat de soenitische Erdogan ook een Yazid is? 

‘In het huidige repressieve klimaat in Turkije zullen veel alevieten voorzichtig zijn met het gebruik van de term Yazid voor Erdogan. Maar dat Erdogan niet wordt gepruimd door de overgrote meerderheid van de alevitische gemeenschap is een feit. Het alevitische geloof en zijn gebedshuizen worden niet erkend door de Turkse staat, alevieten worden gediscrimineerd in de publieke sector en op de arbeidsmarkt, alevitische leerlingen moeten op het voortgezet onderwijs jarenlang verplicht soennitisch godsdienstonderwijs volgen.

Dat is op zich niets nieuws. De ontkenning en minachting van het alevitische geloof heeft een eeuwenlange geschiedenis in Anatolië. De stichting van de seculiere Turkse Republiek in 1923 heeft daar maar weinig aan veranderd. Turk-zijn en soenniet-zijn staat ideologisch centraal in het burgerschapsideaal van deze republiek. Het nieuwe aan Erdogan is echter dat hij op autoritaire wijze beslissingen neemt over alevieten zonder naar hen te luisteren – zoals bijvoorbeeld bij zijn besluit alevitische gebedshuizen onder te brengen bij het ministerie van Cultuur en Toerisme – én dat hij actief polariseert en hen openlijk beledigt. Zo noemde Erdogan zichzelf de beste aleviet en deed Alevitische gebedshuizen af als ‘muziekhuizen’. Ook sprak hij lovende woorden over Ebussuud (een Ottomaanse rechter en koranexegeet uit de zestiende eeuw, red.), die in de zestiende eeuw grootschalig geweld tegen alevieten rechtvaardigde met fatwa’s. De ademruimte voor alevieten is in Turkije onder Erdogan alsmaar kleiner geworden.’

Kun je als soenniet een vervolmaakt mens worden die dichtbij God staat? 

‘Ik zeg volmondig ja. Alevieten en het alevitisme hebben ook veel bewondering voor mystici uit andere religieuze tradities. Hun kritiek richt zich vooral op puriteinse stromingen, die recht in de leer zijn. Van veel mystici, ook die door alevieten als heiligen worden gezien, weten we niet tot welke stroming zij behoorden. Bovendien leefden zij in een tijd waarin de grenzen tussen soennieten en de meer Ali-georiënteerde stromingen (alevieten en sjieten, red.) nog niet zo scherp waren. Een voorbeeld is Mansur Al Halladj (858-922). Hij werd geëxecuteerd door de autoriteiten in Bagdad, omdat hij zou hebben geroepen: An a al-Hakk, Ik ben de Waarheid’. Hij wordt geëerd als heilige en martelaar van de mystiek. Ook in soennitische en sjiitische mystieke stromingen heeft Al Halladj die positie.’

De Koran wordt door alevieten vooral als inspiratiebron gezien, zegt u. Tegelijkertijd waarschuwt u dat de Koran ‘zoals we die kennen’ gebreken zou vertonen. Welke gebreken?

‘Alevieten stellen vooral dat Ali en de Ahl al Bayt (nageslacht van de profeet, red.) een veel prominentere rol hebben gehad in de openbaringen die Mohammed heeft ontvangen. Dit is aspect heel klein gemaakt tijdens het proces van samenstelling van de Koran.’

U zegt dat onder alevieten ‘de islamitische wetgeving vrijwel geen rol’ speelt. Religieuze verplichtingen als ‘uiterlijke verschijningsvormen van het geloof’ worden gezien en afgekeurd. Kan de saz, het muziekinstrument dat bekend staat als de besnaarde koran, niet als uiterlijke verschijningsvorm opgevat worden? 

‘Mooie vraag. Een geloof kan niet bestaan zonder enige vaste vormen en rituelen. Ook het alevitisme kent ze. Alleen de mate waarin deze centraal staan en het gewicht dat eraan gehecht wordt verschilt per geloofsbeleving. Alevieten leggen de nadruk op innerlijke rijping en volwassenwording van de mens. De saz is voor alevieten heilig. Maar wel vanwege zijn functie: met dit instrument worden alevitische gedichten voorgedragen en verspreid.’

Kunnen bidden en vasten als ‘uiterlijke geloofsvormen’ niet uit een innerlijke geloofswens voortkomen?

‘Dat kan zeker, zolang dit niet enkel plichtmatig gebeurt. Dus niet uit routine, gewenning, of angst om het te ‘showen’ aan anderen. Dit is wat ik persoonlijk haal uit alevitische bronnen. En laat ik benadrukken dat ik niet namens de hele alevitische gemeenschap spreek. Overigens: alevieten bidden ook tijdens hun eredienst – de cem – en vasten ook. Alleen niet tijdens de Ramadan.’

Tegenwoordig zijn gemengde huwelijken tussen alevieten en soennieten meer geaccepteerd binnen de alevitische gemeenschap, schrijft u. Hoe zit dat precies? 

‘Gemengde huwelijken zijn steeds meer geaccepteerd in alevitische kring. En dat is maar goed ook, want je moet trouwen uit liefde en niet vanwege de herkomst van je partner. Feit is wel dat er altijd een beetje huiver is. Alevitische ouders zijn bang dat hun kinderen hun vrijheid kwijtraken als hun vaak soennitische partner orthodoxer wordt of radicaliseert met het verstrijken van de jaren.

Dat is trouwens een angst die niet op theorie is gestoeld, maar op ervaringen, die natuurlijk ook een beetje worden uitvergroot. Overigens is het zo dat conservatief soennitische ouders vaak nog steeds niet willen dat hun kinderen trouwen met alevieten. Ik durf te stellen dat deze afkeer bij hen vaker voorkomt dan bij alevieten. Vaak wordt deze afkeuring ook religieus onderbouwd. Acht jaar geleden stelde rector Ahmet Akgündüz van de Islamitische Universiteit Rotterdam met godsdienstige argumenten dat moslims niet mogen trouwen met alevieten.’

U schrijft ook dat alevieten niet proberen om anderen te bekeren tot hun geloof.

‘Inderdaad schrijf ik dat alevieten, zowel leken als hun voorgangers, bekeringen tot het alevitisme niet actief stimuleren. Zelf zijn zij wel object van bekeringsijver, met name uit de soennitische hoek. Het Ottomaanse Rijk heeft afwisselend met geweld en overreding geprobeerd om alevieten te bekeren. Dat was staatsbeleid, zeker onder sultan Abdülhamit II, die regeerde van 1876 tot 1909, omdat alevieten door hem als ‘dwalenden’ werden gezien. Ook tijdens de Turkse Republiek is geprobeerd alevieten te bekeren tot een door de staat gepropageerde variant van de soennitische islam. Met zachte hand – onder de noemer van ‘godsdienstlessen’ op school en de bouw van moskeeën in volledig alevitische dorpen . En met harde hand – de republiek heeft alevitische heiligdommen gesloten en geconfisqueerd, de gebedshuizen van alevieten nooit erkend en militaire strafexpedities uitgevoerd tegen haar eigen Koerdische, alevitische burgers, denk hierbij aan de genocide van Dersim in 1937-1938. Maar al deze pogingen waren zonder succes.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -