Gülsah Dogan brengt persoonlijke geschiedenissen in beeld

Foto: Gülsah Dogan
Gülsah Dogan filmde de zoektocht van een schrijver naar haar Surinaamse vader. Ze herkent veel in haar verhaal. ‘Ik houd ervan complexe familierelaties of persoonlijke geschiedenissen ‘uit te botten’ in mijn films.’

Documentairemaker Gülsah Dogan (Enschede, 1975) is een gevestigde naam in de Nederlandse filmwereld. Met Naziha’s lente, een film over een Marokkaans-Nederlandse moeder van tien kinderen, won ze in 2014 de publieksprijs van het grootste documentairefestival ter wereld, het International Documentary Film Festival Amsterdam (IDFA), en werd ze genomineerd voor een Gouden Kalf op het Nederlands Film Festival (NFF). In 2007 debuteerde ze met Romeo en Julia, een kort liefdesportret van haar oom en tante die ze drie jaar later uitwerkte tot het innemende Liefdeswinter over de beleving van liefde in haar Koerdisch-Turkse familie. Dit jaar zoekt Dogan het verder van huis en volgt ze in De jacht op mijn vader de in Paramaribo geboren schrijver Karin Amatmoekrim, die na vijf romans voor het eerst een non-fictie-boek schrijft over haar biologische vader in Suriname. De jacht op mijn vader werd genomineerd voor een Gouden Kalf voor beste korte documentaire, maar bij de uitreiking vorige week greep Dogan net naast de prijs. De Kanttekening sprak haar.

Waarom vond je het interessant om een film over Karin Amatmoekrim te maken?
‘Karin is opgegroeid in een achterstandswijk in Nederland bij een alcoholistische Hollandse stiefvader. Als op haar elfde die man hardhandig door de politie uit huis wordt verwijderd, vertelt haar moeder dat haar biologische vader Eric Lie Kwie Sjoe in Paramaribo woont. Ze ziet hem af en toe, maar ze wil hem nooit helemaal toelaten. Tot ze besluit om een boek over hem en hun relatie te schrijven. Dat leek mij een spannend en intiem proces om bij te mogen zijn. De vader van Karin is een legende in Suriname, hij is één van de hoogst opgeleide taekwondo-grootmeesters van de wereld. Een charismatische man. De eerste keer dat ik hem ontmoette wilde hij me salsa leren dansen en dat deed hij. Hij was verguld van het idee dat zijn dochter een boek over hem zou schrijven. De broze relatie tussen de twee is heel bijzonder om te vangen in een film.’

Hoe was jullie samenwerking?
‘Het boek Tenzij de vader is van haar, de film is van mij. Ze heeft gezegd dat omdat ze schrijver is en de vrijheid neemt om te schrijven wat ze wil, ik ook de vrijheid moet krijgen om te filmen wat ik wil. De vraag is: hoe vang je iets? Op een gegeven moment bedacht ik dat ze het manuscript ging voorlezen aan haar vader. De afspraak was ook dat ik mocht kiezen wat ze zou voorlezen. Toen ik haar de passage liet zien vond ze het heel erg eng, zeker met een camera erbij. Dat is een heel kwetsbaar moment in de film. Aan het einde van de film worden Karin en Eric geïnterviewd door de Surinaamse radio, dat interview in de studio was eigenlijk voor mij, ik had aan de presentatrice wat vragen gegeven.’

Foto: Eric Lie Kwie Sjoe

Dus de vragen die ze stelde waren eigenlijk van jou?
‘Ze was helemaal zichzelf natuurlijk, maar het was wel met een blik op de documentaire gedaan. Dat zijn manieren om te zorgen dat je dingen indirect zichtbaar krijgt of versnelt.’

Liefdeswinter ging over je eigen familie. In De jacht op mijn vader bekijk je de vader van Amatmoekrim door haar ogen, er is dus een tussenstap. Is die afstand bewust?
Liefdeswinter is natuurlijk persoonlijker. Ik heb lang nagedacht over waarom ík De jacht op mijn vader zou moeten maken. Dat deed ik omdat ik mezelf toch wel een beetje herken in Karin. In hoe serieus ze haar werk neemt bijvoorbeeld. Ik houd ervan complexe familierelaties of persoonlijke geschiedenissen ‘uit te botten’ in mijn films.’

Wat zijn belangrijke overeenkomsten tussen jouw films?
‘Vrijheid, liefde, migratie, identiteit en emancipatie zijn terugkerende thema’s. De grootste overeenkomst tot nu toe is dat ze allemaal gaan over sterke vrouwen die breken met de geschiedenis. Vaak is dat een geschiedenis die gekleurd is door migratie of door onderdrukking van de man.’

Foto: Karin Amatmoekrim

Hoe komt dat denk je?
‘Ik ben opgegroeid in een achterstandswijk in Enschede in wat toen een ‘Turken-buurt’ werd genoemd. Mijn moeder is een vrouw die op haar vijftiende moeder is geworden en werkte in een fabriek in een land waar ze de taal niet sprak. Naast drie kinderen opvoeden en werken ging ze ook studeren. Het was een lange weg, maar ze ontwikkelde zich tot vakbondsbestuurder en gemeenteraadslid. Ons gezin paste totaal niet in het stereotype beeld van gastarbeidersgezinnen. Ik liep al als jong kind mee tijdens demonstraties tegen kernwapens en Shell en ik heb met de paplepel ingegoten gekregen dat ik moest studeren. Studeren was een ticket naar een leven in vrijheid vond mijn moeder.’

Heb je een missie met je films?
‘Dat vind ik altijd een moeilijke vraag. Ik wil universele verhalen vertellen die in eerste instantie niet zo universeel lijken. Neem Naziha uit Naziha’s lente. Ze stond ooit bekend als ‘de moeder van het grootste probleemgezin van Amsterdam’, maar als je haar geschiedenis hoort dan zie je wat een sterke vrouw ze is. Ze heeft sinds de film uitgezonden is honderden reacties gekregen van mensen die zich herkennen in haar. Ook van Nederlanders en van mannen die zich herkenden  in haar gevecht om vrij te mogen zijn. Dat is toch ontroerend mooi! Het verhaal achter elk mens is altijd zo rijk en ingewikkeld, complexe vraagstukken over integratie worden besproken in termen als ‘wij’ en ‘zij’. Ik geloof erin dat als je écht naar elkaar luistert, elkaar écht ziet, je jezelf kan herkennen in de ander waardoor je elkaar beter begrijpt. En hoe mooi is het dan als je heel misschien ook nog iets van schoonheid ziet in wat je tot dan toe vreemd of bedreigend vond?’

DELEN
Arthur Govers
Journalist gespecialiseerd in politiek, maatschappij en cultuur.