18.5 C
Amsterdam

‘In Turkije voelde ik me niet veilig’

Shawintala Banwarie
Journalist. Mede-oprichter Desi Solidariteitsplatform.

Lees meer

Elke maand gaat de Kanttekening in gesprek met vluchtelingen en statushouders in Nederland. Hoe zijn ze hier gekomen? En hoe hebben zij hun nieuwe leven in Nederland opgebouwd? Deze maand: Celal Aydin (41), die vlak na de mislukte couppoging in Turkije naar Nederland vluchtte. Hij werkt nu als administratief medewerker bij het ministerie van Financiën.


Toen zeven jaar geleden de mislukte couppoging in Turkije plaatsvond tegen de regering werd het leven van Celal Aydin (41) in één klap omgegooid. ‘De regering had ineens een vrijbrief om iedereen die het niet met haar eens was op te sluiten of als een ‘terrorist’ te bestempelen’, vertelt hij. ‘Van de één op de andere dag had ik geen werk meer. Geen inkomen. Niemand wilde met ons werken. Ik en mijn gezin waren niet meer veilig in Turkije.’

Aydin is geboren in Bitlis, een dorpje in de bergen in het oosten van Turkije. ‘We hadden een veld met druiven, tegen de helling. Als er geoogst was, mochten we mee omhoog om de manden op te halen. Maar al snel realiseerden mijn ouders zich dat we daar geen toekomst konden opbouwen en verhuisden we naar Manisa, een stad in het westen van het land. Hier groeide ik samen met mijn broers en zusjes verder op. Ik was altijd goed met cijfers, daarom wilde ik graag in de richting van accountancy afstuderen.’

Hij werkte in Turkije als inspecteur voor de regering en had een fijn gezin, met zijn vrouw en twee dochters. Na de staatsgreep zette de regering echter tienduizenden al dan niet vermeende tegenstanders van het regime gevangen. Ook verloren meer dan honderdvijftigduizend mensen hun baan. De situatie in het land was niet meer veilig voor Aydin. ‘De regering zag mij als terrorist. Ook mijn vrouw werd ontslagen. We sliepen steeds ergens anders. Bij familie, bij vrienden. Ik heb bij mijn broer in het magazijn van zijn supermarkt gezeten. Ik bleef uit het zicht. De sfeer in het land was gespannen. Je wist niet wie je kon vertrouwen. Mijn dochter werd op school gepest. Ik zei in september 2019 tegen mijn vrouw: ‘Zo kan het niet doorgaan. Er moet iets gebeuren’.

‘We waren bang dat we geen toekomst meer hadden in Turkije. Het liefst wilde ik met mijn gezin vluchten naar een land waar we in vrijheid konden leven. Maar de vluchtroute via Griekenland is gevaarlijk. Er is een breed water tussen Turkije en Griekenland, daar moet je overheen.  Bovendien zou het te veel geld kosten om met z’n allen te reizen. Daarom ging ik alleen, in de hoop later ook mijn gezin te kunnen redden. Het deed mij pijn om ze achter te laten in Turkije, maar dit leek mij de beste keus.

Toen ik aankwam in Griekenland, ben ik meteen naar de politie gegaan. Ze zeiden: je kunt maximaal zes maanden blijven. Daarna moet je hier asiel aanvragen of naar een ander land gaan.’ Vervolgens reisde Aydin via Spanje naar Nederland. Hier werd hij overgebracht naar het aanmeldcentrum in Ter Apel. Later woonde hij in azc’s in Den Haag en Hoogeveen. Na ruim een jaar kreeg hij zijn verblijfsvergunning. ‘Ik was heel blij, eindelijk kon ik mijn leven opbouwen.’


Mijn jongste dochter was nog maar zo klein, ze herkende me niet meer

Maar Aydin maakte zich zorgen om het lot van zijn gezin, dat nog in Turkije zat. Hij wilde dat zijn vrouw en kinderen ook naar Nederland zouden komen. ‘Ik was nog steeds alleen. Ik had mijn twee dochters van tweeënhalf en negen jaar al heel lang niet gezien. Omdat mijn kinderen minderjarig waren, mochten ze niet reizen zonder hun moeder of een volwassene. Geen enkele luchtvaartmaatschappij stemde ermee in om mijn kinderen mee te nemen. Mijn vrouw kon destijds niet reizen omdat zij nog werd gezocht door de regering en daardoor een reisverbod had. Daarom wilden we een visum aanvragen voor mijn schoonmoeder, zodat zij de kinderen naar Nederland kon brengen. Maar de Nederlandse ambassade in Ankara gaf geen visum af. Uiteindelijk kon ik met hulp van een goede vriend in België mijn kinderen naar Nederland laten brengen.’

‘Vervolgens moest ik vijf maanden lang alleen voor de kinderen zorgen. Maar dat was een zware taak. Mijn jongste dochter was nog maar zo klein, ze herkende me niet meer. Wie is die man? Onze oudste was negen. Ze was als een kleine moeder voor haar zusje. Ze bracht haar naar bed, waste haar, zette haar in bad enzovoort. Heel, heel langzaam raakte mijn jongste dochter weer aan mij gewend. ‘We moeten het samen doen’, schoot het door me heen. ‘Ik wil er altijd voor jullie zijn.’

Ondertussen was Aydins vrouw via Georgië naar Nederland gevlucht. ‘Toen heb ik alle documenten klaar gemaakt, Vluchtelingenwerk hielp ons daarbij, en daarna waren we als familie weer samen. Al met al duurde het tweeëneenhalf jaar. Toen mijn echtgenote eindelijk bij mij was, zag ik een gebroken vrouw. Na de coup heeft ze het psychisch heel zwaar gehad. Ze is verhoord door de politie, opgesloten in de cel. Ze heeft zo lang alles alleen moeten doen terwijl ik hier was. Financieel was het bijna niet op te brengen. Ze had continu stress.’

Toch vond hij de moed om zijn leven verder op te bouwen. ‘In de zomer heb ik een stage gevolgd bij een accountancykantoor. De Nederlandse taal was een probleem, maar ik wilde mijn taalvaardigheid graag verbeteren, dus besloot ik samen met mijn vrouw cursussen te volgen. Sinds september werk ik op het ministerie van Financiën in Den Haag.’

Sinds Aydin met zijn gezin is herenigd en weer aan het werk is, begint hij zich eindelijk thuis te voelen. Hij glimlacht als hij het over mensen in ons land heeft. ‘Nederlanders hebben mij goed behandeld. Ze zijn altijd beleefd. Ik heb goede contacten met mijn buren, met wie we soms in de avond samen eten. Ik ben heel dankbaar.’ Aydin heeft niet veel contact met andere Turkse Nederlanders, maar wel met Turken die net als hij zijn gevlucht en die hij kent uit de asielzoekerscentra.

Hoe blij Aydin ook is in Nederland, het maakt hem verdrietig dat hij niet meer naar Turkije kan. Hij vreest er voor zijn veiligheid en die van zijn gezin. ‘Ik houd van Turkije. Tegelijkertijd had ik daar een moeilijke tijd, zoals zoveel mensen die benadeeld zijn. We leefden in angst. En dat gevoel verdwijnt niet zomaar. Dat is een diepe pijn.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -