Archeologen hebben in Spanje een olifantenbot gevonden dat mogelijk nieuw bewijs vormt voor de tocht van de Carthaagse generaal Hannibal door Europa. Dit schrijven ze in de Journal of Archaeological Science: Reports.
Het bot, afkomstig uit de rechter voorpoot van een olifant, werd zes jaar geleden ontdekt bij een opgraving nabij Córdoba in Zuid-Spanje, bericht NOS. De vondst werd gedaan in een gebied waar ook ovens, ronde projectielen en munten uit de oudheid zijn aangetroffen. Op basis van deze context plaatsen onderzoekers de resten in de periode van de Tweede Punische Oorlog, tussen 218 en 201 voor Christus. De Romeinse Republiek voerde in totaal drie oorlogen tegen de rijke Noord-Afrikaanse handelsstad Carthago.
Koolstofdatering wijst erop dat het dier in de derde eeuw voor Christus leefde. Olifantenresten uit die tijd zijn in Europa uiterst zeldzaam, omdat de dieren destijds per schip werden aangevoerd en doorgaans niet in het wild voorkwamen. Volgens de onderzoekers is het weinig waarschijnlijk dat het bot los werd verhandeld, omdat dit type bot geen waarde had voor ambachtelijke toepassingen.
De vondst kan erop wijzen dat een van de krijgsolifanten die Hannibal inzette tijdens zijn campagne richting Italië al in Spanje stierf. Het olifantenbot zou daarmee een van de eerste tastbare resten kunnen zijn van de dieren die in de Punische oorlogen werden gebruikt.
Volgens historici uit de Oudheid trok Hannibal met een leger van 37 olifanten over de Alpen. Hij wist met zijn leger de Romeinen keer op keer in Italië te verslaan, maar verloor uiteindelijk de oorlog. De Romeinen vielen Noord-Afrika aan. Hannibal werd daarop teruggeroepen door Carthago, maar delfde het onderspit tegen de Romeinse generaal Scipio tijdens de slag bij Zama. In 146 voor Christus werd Carthago tijdens de Derde Punische Oorlog door Rome met de grond gelijk gemaakt.


