14.3 C
Amsterdam

Bennetts nieuwe beleid: Israël staat joods gebed op Tempelberg toe

Lees meer

De nieuwe Israëlische regering van de rechtse premier Naftali Bennett staat de laatste tijd groeiende groepen joden stilletjes toe om te bidden op de Tempelberg, aldus the New York Times. Dit kan mogelijk leiden tot een nieuw religieus conflict.


Sinds het Israëlische leger in 1967 tijdens de Zesdaagse Oorlog Oost-Jeruzalem veroverde op Jordanië, hielden Israëlische regeringen een fragiel religieus evenwicht in stand op de Tempelberg. Alleen moslims mogen er hun godsdienst belijden, terwijl Joden mogen bidden bij de Klaagmuur eronder.

De regering van Bennett, een rechtse houwdegen die vindt dat Israël een groot deel van de Westelijke Jordaanoever moet annexeren, brengt dit precaire evenwicht nu in gevaar, zegt oud-premier Ehud Olmert tegen de krant. ‘Het is een gevoelige plek. En gevoelige plekken zoals deze, die een enorm explosiepotentieel hebben, moeten met zorg worden behandeld.’

Maar rechtse Joden, waaronder de in de Verenigde Staten geboren Rabbi Glick, juichen het beleid van Bennett toe. Volgens Glick het om een kwestie van godsdienstvrijheid. Als moslims daar kunnen bidden, waarom Joden dan niet? ‘God is de meester van de hele mensheid’, zegt hij. ‘En hij wil dat ieder van ons hier is om te aanbidden, ieder in zijn eigen stijl.’

Veel Palestijnen vinden het nieuwe beleid provocerend en oneerlijk. Moslims hebben in hun ogen al een grote concessie hebben gedaan bij de Westelijke Muur, die nu vooral door Joodse gelovigen wordt gebruikt, hoewel deze muur ook voor moslims belangrijk is. In 1967 heeft Israël zelfs een Arabische wijk naast de muur met de grond gelijk gemaakt, zodat Joodse gelovigen makkelijker naar de Klaagmuur konden gaan.


Volgens sjeik Omar al-Kiswani, directeur van het op de Tempelberg gelegen Al Aqsa-complex, moet de Tempelberg gereserveerd worden voor het moslimgebed, als erkenning van het belang ervan voor moslims. De plek wordt Al Asqa genoemd sinds de profeet Mohammed daar op het vliegende paard Buraq naar de hemel steeg.

De feitelijke beleidswijziging is slechts een onderdeel van een groter patroon van aantastingen van de Palestijnse waardigheid in de bezette gebieden, aldus al-Kiswani. ‘Dit is de heersende realiteit, niet alleen bij de Aqsa Moskee, maar ook bij checkpoints en andere plaatsen in Palestina. We worden voortdurend geconfronteerd met racistische discriminatie en inbreuken op onze mensenrechten.’

De Israëlische regering staat officieel toe dat niet-moslims de Tempelberg elke morgen gedurende enkele uren mogen bezoeken, op voorwaarde dat zij er niet bidden. Hoewel geen enkele Israëlische wet uitdrukkelijk het Joodse gebed verbiedt, zijn joodse bezoekers die daar probeerden te bidden in het verleden door de politie verwijderd of berispt.

Als het precaire evenwicht aan het wankelen werd gebracht leidde dit in het verleden tot geweld. Toen oud-premier Ariel Sharon in 2000 de Tempelberg bezocht, omringd door honderden politieagenten, leidde deze provocatie tot de tweede Palestijnse opstand.

‘De extremisten kwamen vroeger nooit zo ver naar binnen’, zegt Azzam Khatib, de plaatsvervangend voorzitter van de Waqf-raad, het door Jordanië geleide orgaan dat de Tempelberg beheert. ‘Nu nemen ze het hele plein over, met de bescherming van de politie.’

- Advertentie -