Journalist Abdou Bouzerda van Bureau Buitenland stelt een vraag over het woordgebruik in de media: waarom spreken Nederlandse media over het Iraanse ‘regime’ en gebruiken ze die term niet voor Israël? Die vraag leeft binnen de mediawereld — vooral onder journalisten met een islamitische achtergrond — maar komt zelden aan bod in talkshows.
Volgens het handboek van persbureau Reuters heeft het woord ‘regime’ een negatieve bijklank. Daarom adviseert Reuters journalisten om in plaats daarvan ‘regering’ te gebruiken. Bouzerda noemt dit een ‘praktische keuze’: ‘Reuters werkt in landen waar je je toegang snel verliest als je machthebbers structureel “regimes” noemt.’
Hij legt uit dat we de term ‘regime’ vooral gebruiken voor landen waar we tegenover staan, en vermijden voor landen waarmee we samenwerken. Zo spreken we bijvoorbeeld over de regeringen van Oeganda, Saoedi-Arabië en Azerbeidzjan.
Volgens Bouzerda is het goed verdedigbaar om de regering van Iran wél een regime te noemen: het is ‘een staat die al decennialang een bevolkingsgroep zonder volwaardige politieke rechten onder controle houdt’.
Maar hoe zit dat dan met Israël?
Volgens onder meer de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem maken we volgens Bouzerda een denkfout als we spreken van een democratie in Israël en een bezetting in de Palestijnse gebieden. In werkelijkheid gaat het om één politiek systeem dat twee bevolkingsgroepen ongelijk behandelt. Dat werd onlangs weer duidelijk in de Knesset, waar is besloten dat Palestijnen door militaire rechtbanken de doodstraf kunnen krijgen.


