16.7 C
Amsterdam

CIDI wil dat Universiteit Leiden contacten in Midden-Oosten openbaar maakt

Lees meer

Het Centrum Informatie Documentatie Israël (CIDI) wil dat de Universiteit Leiden alle samenwerkingsverbanden met landen uit het Midden-Oosten, Noord-Afrika, Rusland en China openbaar maakt, als deze landen de mensenrechten schenden.

De actie een reactie op het Woo-verzoek van de The Rights Forum, dat twee jaar terug eiste dat de Universiteit Leiden alle samenwerkingsverbanden met Israëlische en pro-Israëlische organisaties openbaar maakte. Dat was antisemitisme, vonden journaliste Esther Voet van het Nieuw Israëlietisch Weekblad en de in Israël woonachtige Joop Soesan, die columnist is voor dat blad.

Op 16 mei dit jaar kondigde de Universiteit Leiden aan, in reactie op de recente pro-Palestijnse acties op de campus, dat er een ethische commissie ingesteld zal worden die de samenwerkingsverbanden met Israëlische universiteiten zal onderzoeken. Dit schoot het CIDI in het verkeerde keelgat. De pro-Israëlische lobbyorganisatie reageerde daarop met een eigen Woo-verzoek.

Het CIDI vindt dat de Universiteit Leiden met twee maten meet, omdat er geen onderzoeken worden gedaan naar de banden met Chinese universiteiten, het Turkije Instituut van de universiteit dat in Istanbul is gevestigd, de Sultan Oman Leerstoel voor Orientaalse Studiën van Maurits Berger, die door Oman wordt betaald, of de gift van 100.000 van het Saoedische olieconcern Aramco voor Islam Studies. ‘Toch legt het College van Bestuur, mogelijk uit angst voor pro-Palestijnse actievoerders, alleen de samenwerkingsrelaties met Israëlische instellingen tegen de meetlat’, schrijft het CIDI in zijn persbericht.

Maurits Berger wil nog geen inhoudelijke reactie geven, zo appt hij de Kanttekening. ‘Laten we de uitkomst van dat onderzoek maar eerst afwachten.’

De gepensioneerde wetenschapper Jan Hoogland (Radboud Universiteit Nijmegen), oud-directeur van het Nederlands Instituut Marokko (NIMAR), wil dat wel. Hij ziet het Woo-verzoek van het CIDI als een reactie op het eerdere verzoek van The Rights Forum. ‘NIMAR is onderdeel van de Universiteit Leiden. Er zit geen cent Marokkaans geld bij, het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap betaalt het overgrote deel van de kosten van het instituut, de rest wordt door de universiteit betaald.’

Maar het NIMAR heeft wel banden met Marokko. ‘Er is een vestiging in Rabat. NIMAR werkt met allerlei Marokkaanse instellingen samen en natuurlijk met Marokkaanse uitwisselingsstudenten. Dat is de core business. Maar deze samenwerking is van andere aard dan met Israëlische instellingen. Die zitten in allerlei EU-programma’s. Met Arabische universiteiten en andere instellingen is de samenwerking minder structureel.’

Het argument van het CIDI dat de universiteit met twee maten meet en voor Israël een uitzondering maakt snijdt volgens Hoogland geen hout. ‘Universiteiten kijken altijd heel kritisch naar instellingen uit deze landen, die niet in de EU-samenwerkingsprogramma’s zitten. Het Woo-verzoek van het CIDI is ingegeven door rancune.’

Hoogland besluit met een anekdote van vele jaren terug, met de controversiële islamdeskundige Hans Jansen, de ‘huisarabist van Geert Wilders’.  ‘Een keertje liep ik toevallig met hem van de universiteit naar het station. Hij wist dat ik het NIMAR leidde. Het was ten tijde van het kabinet Rutte-I, dat gedoogsteun kreeg van de PVV (2010-2012). ‘Jansen vertelde mij dat Wilders op de hoogte is van het bestaan van het NIMAR en andere instituten, maar daar heus wel de toegevoegde waarde van inzag. Dankzij zijn jarenlange verblijf in Egypte had Jansen immers veel kennis van de islam opgedaan, kennis waar Wilders zich sterk op baseerde.’

- Advertentie -