De progressie partij Die Linke mag de Berlijnse deelstaatverkiezingen van 20 september dan gewonnen hebben, de vorming van een nieuwe regering is nog alles behalve zeker.
Die Linke kwam als grootste partij uit de bus met 25,7 procent van de stemmen. Maar om te kunnen regeren, heeft de partij de sociaaldemocratische SPD en de Groenen nodig. Juist die mogelijke coalitiepartners hebben grote twijfels over Die Linke, onder meer vanwege beschuldigingen van antisemitisme en contacten met personen uit een crimineel milieu, schrijft Trouw.
De kwestie rond antisemitisme speelt al langer binnen de Berlijnse Linke. De partij raakte de afgelopen jaren verdeeld over de manier waarop zij zich moet uitspreken over Israël, de Palestijnse gebieden en de oorlog in Gaza. Op een partijcongres in 2024 ontstond daarover een felle ruzie. Een aantal prominente leden stapte vervolgens uit de partij. De huidige partijleiding benadrukt inmiddels dat antisemitisme in iedere vorm moet worden bestreden en dat het bloedbad van Hamas op 7 oktober 2023 wordt veroordeeld.
Toch willen de Groenen en SPD garanties voordat zij met Die Linke een regering vormen. Zij willen onder meer duidelijke afspraken over de bescherming van Joodse inwoners en de bestrijding van antisemitisme en racisme. Binnen de Joodse gemeenschap bestaat overigens geen eensgezindheid over de kritiek op Die Linke. Zo ondertekenden ongeveer 150 Joodse Berlijners onlangs een brief waarin zij waarschuwen dat kritiek op Israël niet zonder meer als antisemitisme moet worden bestempeld.
Ook de contacten met de zogenoemde Remmo-clan vormen een probleem. Die Linke-politicus Ferat Kocak heeft toegegeven contact te hebben gehad met Firas Remmo, die deel uitmaakt van de bekende Berlijnse criminele familie. Kocak noemt dat achteraf een fout, maar tijdens de verkiezingsavond verscheen Issa Remmo op een bijeenkomst van Die Linke in Neukölln. De partij zegt dat zijn aanwezigheid niet was gepland.


