Niet alleen ongedocumenteerde migranten krijgen te maken met de Amerikaanse immigratiedienst, maar ook politici met een migratieachtergrond. Gisterochtend vielen agenten van Homeland Security Investigations (HSI) de woning binnen van het Somalisch-Amerikaanse Congreslid Ilhan Omar.
Haar papieren, van toen ze nog een kind was, zouden volgens het onderzoeksteam niet in orde zijn. Er zou sprake zijn van ‘immigratiefraude’. Een woordvoerder van Omar noemde het onderzoek ‘ongegrond’. Ze bestempelde de huiszoeking als een ‘ongeëvenaarde escalatie’ en een instrumentalisering van de immigratiedienst tegen ‘politieke vijanden’. De Democratische politica spreekt zich regelmatig uit tegen het beleid van Donald Trump. Op social media liet ze weten dat ze niet zal zwijgen, zo bericht de Amerikaanse tv-zender CNN.
De verhouding tussen Trump en Omar is al jaren grimmig. Trump heeft haar herhaaldelijk opgeroepen om ’terug te gaan naar Somalië’. Omar op haar beurt beschuldigt de president van racisme en vreemdelingenhaat.
‘Vergis je niet: dit is een poging om politieke vijanden aan te vallen en de federale rechtshandhaving als wapen in te zetten’, schreef Omar op sociale media. ‘Al tien jaar lang valt Trump mij lastig met ongegronde leugens en lastercampagnes. Dit is slechts de nieuwste escalatie in zijn campagne van politieke intimidatie.’


