De migratiecrisis in de Spaanse exclave Ceuta is nog niet voorbij. Inwoners hielden hulpgoederen van het Rode Kruis tegen en staken hutjes van migranten in brand, meldt de NOS.
Onder inwoners van Ceuta is de weerstand groot tegen de migranten en vluchtelingen die eind juli vanuit Marokko de Spaanse exclave bereikten. In totaal ging het om zo’n 70.000 mensen die Europa wilden bereiken. Velen keerden terug naar Marokko, maar duizenden verblijven nog in Ceuta. Ook organisaties die hen helpen, krijgen met weerstand te maken. ‘Het Rode Kruis is de maffia’, scandeerden inwoners volgens lokale media.
Bij de oversteek naar Ceuta verdronken zeker honderd migranten.
Extreemrechtse partijen zoals VOX in Spanje noemen het geweld tegen migranten ‘voorbeeldig’. De minister van Territoriaal Beleid noemde het gedrag juist ‘onverstandig, roekeloos en een leugen’. Hij riep op al het geweld af te wijzen, zowel tegen inwoners van Ceuta als tegen migranten, vrijwilligers van het Rode Kruis en journalisten.
De gebeurtenissen in Ceuta vinden plaats tegen de achtergrond van een steeds strenger Europees migratiebeleid. Sinds juni zijn de nieuwe regels van het Europese Migratie- en Asielpact van toepassing. Die moeten onder meer zorgen voor strengere controles aan de buitengrenzen en snellere asielprocedures. Mensenrechtenorganisaties hebben kritiek op het pact. Volgens hen bemoeilijkt het de toegang tot asiel en vergroot het de kans op mensenrechtenschendingen. Spanje voert binnen de EU een relatief migratievriendelijk beleid. De vraag is of de gebeurtenissen in Ceuta gevolgen hebben voor dat beleid.


