7.3 C
Amsterdam

‘Kabinet duikt weg voor juridische gevolgen erkenning Indonesische onafhankelijkheid’

Lees meer

Jeffry Pondaag van Stichting K.U.K.B. (Stichting Comité Nederlandse Ereschulden) vindt de Nederlandse erkenning van 17 augustus 1945 als datum van de Indonesische Onafhankelijkheid halfslachtig. ‘Mark Rutte zegt dit eerst ‘volledig en zonder voorbehoud’ te willen erkennen. Zijn woordvoerder zegt daarna echter dat deze erkenning voor juridische aangelegenheden niet geldt. Dan klopt er iets niet.’

Pondaag vervolgt: ‘Als Rutte vasthoudt aan wat de woordvoerder heeft gezegd, dan betekent dat dat Nederland zijn eigen burgers heeft vermoord.’ Tegelijkertijd vindt Pondaag de Nederlandse soevereiniteit over Indonesië sowieso illegaal. Het erkennen van 17 augustus 1945 verandert die essentie niet: ‘Indonesië was nooit van Nederland.’

Jeffry Pondaag (beeld: Indra Jaya Laksana)

Dat de Nederlandse autoriteiten die datum nog steeds niet juridisch willen erkennen, komt omdat de Nederlandse strijdkrachten zich dan, ook volgens Nederland, schuldig zouden hebben gemaakt aan een illegale agressie-oorlog tegen de (nu erkende) staat Indonesië. In dat geval is er sprake van een internationaal gewapend conflict tussen twee staten waarop het dan bestaande oorlogsrecht – inclusief diens strafrechtprincipes als oorlogsmisdaden – van toepassing was. En als de datum in 1949 blijft liggen, gaat het ‘slechts’ om ‘structureel extreem geweld’ zonder een erkenning van illegale oorlog en/of oorlogsmisdaden.

De betiteling ‘structureel extreem geweld’ wordt gebruikt in het onderzoek ‘Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië 1945-1950’, dat vorig jaar uitkwam. De conclusies hiervan zijn door het kabinet onderschreven.

Pondaag wil dat Nederland ondubbelzinnig, dus ook juridisch, 17 augustus 1945 als de datum van de Indonesische Onafhankelijkheid erkent. Ook vindt hij dat Indonesië recht heeft op herstelbetalingen. ‘Het gaat om de toen 4,5 miljard gulden aan schulden, die Indonesië gedwongen werd over te nemen van de kolonie Nederlands-Indië, maar ook om alle schade die tijdens de oorlog werd geleden, en de schade van zo’n 350 jaar koloniale exploitatie.’

Voorts vindt Pondaag dat de regering in ballingschap van de Republiek der Zuid-Molukken (RMS) haar excuses moet aanbieden aan het Indonesische volk, alsmede organisaties van Indische Nederlanders. ‘Ze zijn verraders, omdat zij hun Indonesische broeders en zusters hebben vermoord en verraden aan de witte Nederlanders.’

Ten slotte verwijt Pondaag de Nederlandse overheid halfslachtigheid. ‘Enkele jaren geleden kwam – dankzij royale subsidies van de overheid – het Museum Sofiahof tot stand, dat het verhaal van de Indische gemeenschap en de Molukkers vertelt. Nederland zegt te willen dekoloniseren. Waarom wordt er dan een museum met overheidsgeld gesubsidieerd dat het kolonialisme verheerlijkt?’

- Advertentie -