Iraanse autoriteiten hebben sinds het begin van de protesten eind december zeker 544 betogers gedood. Ook dit weekend vonden in verschillende grote steden opnieuw confrontaties plaats.
De in de Verenigde Staten gevestigde mensenrechtenorganisatie HRANA, die beschikt over een netwerk van bronnen in Iran, publiceerde deze cijfers zondag. Volgens de organisatie grijpen de autoriteiten hard in om de recente golf van demonstraties te onderdrukken. Ooggetuigen melden dat veiligheidstroepen gericht schieten op demonstranten.
Afgelopen weekend gingen op meerdere plaatsen in Iran opnieuw duizenden mensen de straat op, ondanks waarschuwingen die via sms door de politie werden verspreid. Daarin werd gesteld dat de demonstraties gevaarlijk zouden zijn en werden ouders opgeroepen hun kinderen binnen te houden. De autoriteiten leggen de verantwoordelijkheid voor het geweld bij de demonstranten, die zij aanduiden als terroristen.
Ondanks de risico’s blijven Iraniërs protesteren. Wat op 28 december begon als een protest tegen de economische situatie, heeft zich ontwikkeld tot bredere demonstraties waarin wordt opgeroepen tot het aftreden van het huidige regime. De opperste leider Ali Khamenei sprak zich dit weekend kritisch uit over de protesten; zijn uitspraken werden door waarnemers gezien als steun voor een hardere aanpak door de veiligheidsdiensten.
Naast het ingrijpen op straat legt de regering ook regelmatig het internet plat. Daardoor is het voor Iraniërs moeilijk om met elkaar te communiceren over nieuwe protesten. Tegelijkertijd blijft informatie over de situatie beperkt; er zijn momenteel weinig liveverslagen beschikbaar. Wel krijgt de onrust brede aandacht in internationale media.
In de Verenigde Staten heeft president Trump laten onderzoeken welke opties er zijn voor een mogelijke aanval op Iran. Eerder verklaarde hij dat hij geweld tegen demonstranten niet zou accepteren en dat de VS het Iraanse volk te hulp zouden schieten indien nodig. .
Trump suggereerde daarnaast dat technologie een rol zou kan spelen bij het ondersteunen van Iraniërs. Daarbij noemde hij Elon Musk, eigenaar van satellietinternetdienst Starlink, die internettoegang zou kunnen herstellen. ‘Hij is goed in dat soort dingen’, aldus Trump.
Ook vanuit Israël klinken reacties. Rechts-extreme Israëlische politici spraken zich fel uit over het optreden van het Iraanse regime en verwezen naar eerdere spanningen tussen beide landen. Volgens waarnemers gebruikt de Iraanse regering deze uitlatingen in haar communicatie om demonstranten te beschuldigen van het in de hand werken van buitenlandse vijanden, met name Israël en de Verenigde Staten.
Deze ontwikkelingen illustreren de complexe positie waarin de Iraanse bevolking zich bevindt. Hoewel de hoop op politieke verandering bij een deel van de bevolking leeft, zijn de alternatieven beperkt. Er bestaat verdeeldheid over de vraag hoe Iran bestuurd moet worden en er zijn weinig figuren die brede steun genieten.
Lees ook:


