De rechtbank Den Haag oordeelt dat de nieuwe, strengere regels voor gezinshereniging ook gelden voor oudere aanvragen. Daardoor wordt het voor sommige mensen met een asielvergunning moeilijker om hun partner of kinderen naar Nederland te laten overkomen.
De rechter deed afgelopen vrijdag uitspraak in twee zaken, die beide betrekking hadden op een persoon uit Syrië met een verblijfsvergunning op grond van subsidiaire bescherming die een aanvraag tot nareis had gedaan, schrijft Rechtspraak.nl.
In beide gevallen wees de minister van Asiel en Migratie de aanvraag tot gezinshereniging af, omdat de personen in kwestie niet voldeden aan de strengere vereisten voor nareis.
Volgens RefugeeHelp is het verschil tussen mensen met een vluchtelingenstatus en mensen met subsidiaire bescherming met het ingaan van de nieuwe regels belangrijker geworden.
De nieuwe regels houden in dat mensen met een verblijfsvergunning alleen gezinshereniging kunnen aanvragen voor hun echtgenoot en biologische of geadopteerde kinderen jonger dan achttien jaar. Kinderen kunnen alleen hun ouders of broers en zussen jonger dan achttien jaar uit het land van herkomst laten overkomen.
Mensen die subsidiaire bescherming genieten, moeten aan extra voorwaarden voldoen. Zo moeten zij een vast en voldoende inkomen en een eigen huis hebben. Voor hen geldt een wachttijd van twee jaar voordat zij hun gezinsleden naar Nederland mogen laten komen.
De personen in de twee zaken waarin de rechter uitspraak deed, hadden hun aanvraag tot nareis vóór 12 juni 2026 ingediend. Volgens Rechtspraak.nl ziet de rechtbank ‘dat de gevolgen van de nieuwe nareisregels groot kunnen zijn. Dat geldt vooral voor mensen die hun aanvraag nog volgens de oude regels hebben gedaan.’ Toch oordeelde de rechter ‘dat de nieuwe strengere eisen en de keuze om deze ook te laten gelden voor oudere aanvragen niet in strijd zijn met hogere regels en rechtsbeginselen.’


