OM nam in 2020 meer discriminatiefeiten in behandeling

Lees meer

In 2020 kreeg het Openbaar Ministerie maar liefst 409 feiten binnen waarbij een verdenking van discriminatie speelde. Dat zijn er 65 meer dan in het jaar ervoor. Dit schrijft het Openbaar Ministerie in een persbericht.


In 157 feiten ging het om specifieke discriminatiefeiten, bij de andere 252 feiten ging het om delicten als mishandeling, openlijke geweldpleging, eenvoudige belediging, bedreiging, opruiing, vernieling, brandstichting of doodslag, waarbij een discriminatieaspect als motief of aanleiding heeft gespeeld, of is gebruikt om het delict indringender te plegen.

Net zoals eerdere jaren had het merendeel van de specifieke discriminatiefeiten betrekking op groepsbelediging (74 procent).


De meeste specifieke discriminatiefeiten werden in 2020 gemeld in het parket Amsterdam, aldus het rapport Cijfers in Beeld 2020. Discriminatiecijfers Openbaar Ministerie. In 2019 ging het om 18 feiten. Dit steeg naar 49 feiten in 2020. Ook in Limburg steeg het aantal feiten flink, van 6 in 2019 naar 20 in 2020.

Als discriminatiegrond werd ‘ras’ het meest geregistreerd (57 procent). De meeste discriminatie vond plaats op het internet (30 procent), gevolgd door de straat/openbare gelegenheid (26 procent).

De cijfers in het rapport geven niet weer hoeveel discriminatie-incidenten zich in 2020 in Nederland daadwerkelijk hebben voorgedaan, aldus het OM. Enkel de vormen van discriminatie die strafbaar gesteld zijn in het Wetboek van Strafrecht worden behandeld door het OM. Bovendien komt niet alles wat strafbaar is terecht bij het OM. Zo wordt er lang niet altijd aangifte van discriminatie gedaan. Ook gebeurt het wel eens dat er geen verdachte wordt gevonden of dat er sprake is van onvoldoende bewijs. Deze factoren verklaren onder meer waarom het aantal feiten dat bij het OM is binnengekomen altijd lager ligt dan het aantal meldingen en aangiften bij de politie.

- Advertentie -