Palestijnse dichter fileert Kamerleden: ‘Beschamend dat u deze vraag stelt!’

Lees meer

De Kamercommissie Buitenlandse Zaken sprak vanmiddag via een videoverbinding met Palestijnse vertegenwoordigers over de veelbesproken huisuitzettingen in Oost-Jeruzalem. En dat leverde opmerkelijke clashes op.


De commissie ‘ontving’ onder meer dichter Mohammed el Kurd, wiens familie uit huis gezet dreigt te worden in de wijk Sjeikh Jarrah en al een deel van het huis af moest staan aan Israëliërs.

‘De afgelopen maanden slapen we met onze schoenen aan, omdat we niet weten wanneer Israëlische bezetters onze woningen zullen binnenvallen, en wij weg moeten omdat ze onze huizen willen platbranden.’

Steeds meer Palestijnen in Sjeikh Jarrah worden hun huis uitgezet, vertelde hij, en worden met de dood bedreigd wanneer ze ertegen protesteren.

El Kurd beschreef hoe een 95-jarige buurman een traangasgranaat in zijn huiskamer vond, die door Israëlische soldaten naar binnen zou zijn gegooid. ‘De Israëlische bezetters zullen er alles aan doen om van ons leven een nachtmerrie te maken.’

Journalisten en hulporganisaties zouden de wijk niet mogen betreden. Palestijnen in Sjeikh Jarrah worden volgens El Kurd voortdurend in de gaten gehouden en ondervraagd, waardoor het lastig wordt voor hen om naar hun huizen te gaan. Ouderen en kinderen zouden continu vrezen voor hun leven.

Ruben Brekelmans (VVD) wilde van El Kurd weten of de recente huisuitzettingen in Sheikh Jarrah te maken hebben met dat er al een tijdje geen huur meer werd betaald. El Kurd merkte op dat de huizen waar het om gaat in de jaren vijftig waren opgezet door de Jordaanse regering en de Verenigde Naties als huisvestingsproject voor Palestijnse vluchtelingen. Hij voer fel uit tegen Brekelmans:

‘Als parlementslid zou u moeten weten waar u over spreekt en dat u de juiste informatie hebt, maar dat hebt u niet. We hebben in Sjeikh Jarrah nog nooit huur moeten betalen, want om huur te moeten betalen heb je een verhuurder nodig, en die was en is er niet. De Jordaanse regering bouwde de huizen voor Palestijnse families. Van hen hebben wij wetsgeldige documenten die aantonen dat deze huizen ons toebehoren, maar het Israëlische rechtssysteem heeft deze documenten ongeldig verklaard om de bezetters voorrang te geven in ons gebied. Het is beschamend dat u mij deze vraag stelt, en ik druk u op het hart om u eerst te verdiepen in de zaak voordat u mij zulke onwetende vragen stelt.’


Ook Gert-Jan Segers (ChristenUnie) moest het ontgelden, nadat hij vroeg of er ook Joden in Sjeikh Jarrah wonen en of zij ook het recht hebben om te leven in een ‘multicultureel’ Oost-Jeruzalem.

El Kurd noemde zijn vraag ‘racistisch, gezien het feit dat Palestijnen niet degenen zijn die Joodse wijken bezetten, binnenvallen, beschieten en volgooien met traangas. Wij zijn niet degenen die meewerken aan een systeem dat de Joodse populatie voorgoed wil verbannen. Dus, als u mij nu vraagt over een multiculturele stad alsof ik de kracht of zeggenschap heb om dit ook maar te overwegen, dan leidt u ons af van wat er echt gaande is: een gedwongen etnische zuivering van Palestijnen. Onthoud dit alstublieft, en herinner uzelf aan de oneven machtsverhoudingen tussen het Israëlische staatsapparaat en het Palestijnse volk.’

De Palestijnse activist Zakaria Odeh meldde dat de huisuitzettingen nog lang niet klaar zijn, omdat de Israëlische regering in Sjeikh Jarrah en in twee andere gebieden in Oost-Jeruzalem een woonproject van 250 huizen voor Joodse Israëliërs wil bouwen. ‘Oost-Jeruzalem is een bezet gebied, en volgens de Geneefse Conventie overtreedt Israël nu internationale rechten door deze illegale bezetting voort te zetten.’

Wat nu moet Nederland doen? Rawan Sulaiman, hoofd van de Palestijnse Missie in Nederland, betreurde dat Nederland in de VN-mensenrechtenraad niet stemde voor de oprichting van een internationale commissie om misdaden van Israël in Palestijns gebied, inclusief Oost-Jeruzalem, te onderzoeken.

‘Er moet een duidelijk signaal komen van Nederland, en andere Europese landen, om een eind te maken aan de illegale bezetting.’

El Kurd bepleitte een boycot van Israëlische producten en ‘het verbannen van de Israëlische ambassade en alle andere diplomatieke, politieke en economische relaties zouden effect hebben om hen een signaal te geven dat dit niet zo langer door kan’.

Odeh riep de Nederlandse regering op het bezetten van Palestijns gebied te veroordelen, Israël aansprakelijk te stellen voor oorlogsmisdaden en de Palestijnse staat te erkennen.

El Kurd: ‘Het allerminste dat jullie kunnen doen is het veroordelen van de etnische zuivering door de Israëlische bezetting.’

- Advertentie -