Het uitsluiten van politieke partijen zonder leden of interne partijdemocratie gaat nu nog te ver, zegt de Raad van State in een kritisch advies, schrijven verschillende media.
Het hoogste adviesorgaan van de overheid uitte haar kritiek op het plan van D66 en PRO om politieke partijen uit te kunnen sluiten van verkiezingen. Het gaat dan om partijen die geen interne partijdemocratie hebben, of geen leden, zoals de PVV.
D66 en PRO vinden dat politieke partijen die meedoen aan de Tweede Kamerverkiezingen een interne democratie zouden moeten hebben. Dat wil zeggen dat de partijen leden hebben die kunnen meebeslissen over de kandidatenlijst en invloed kunnen uitoefenen op het verkiezingsprogramma.
Naast D66 en PRO wil ook het CDA dat partijen leden moeten toelaten, zoals de partij schreef in haar verkiezingsprogramma.
Op dit moment is de PVV de enige partij in Nederland zonder leden, met Geert Wilders als enig lid. Het wetvoorstel zou in de praktijk betekenen dat de PVV zou worden uitgesloten van de verkiezingen. De PVV is zelf onderwerp van kritiek vanwege het ontbreken van partijdemocratie, maar ook vanwege het uitsluiten en wegzetten van moslims in de Nederlandse samenleving.
Een nog op te richten Nederlandse autoriteit voor Politieke Partijen (Napp) zou moeten controleren of politieke partijen zich houden aan de vereisten van de interne partijdemocratie.
Maar volgens de Raad van State zijn deze vereisten nog niet duidelijk onderbouwd in het wetsvoorstel van de twee partijen. Dat moet onderwerp worden van discussie, zegt de overheidsadviseur, onder meer in de Tweede Kamer.
Met het voorstel kunnen politici die zijn uitgesloten ook niet meer met een blanco lijst en zonder partijnaam, meedoen aan de verkiezingen. De Raad van State vindt deze maatregel ’te ingrijpend’, omdat het mensen hun passief kiesrecht ontneemt, het recht om zelf verkozen te worden.
Ook zullen de partijen moeten afwegen ‘waarom de voorgestelde beperkingen van de verenigingsvrijheid en van het passief kiesrecht noodzakelijk en proportioneel zijn om de democratie te beschermen en te versterken.’
De Tweede Kamer zal nu verder gaan praten over het wetsvoorstel. Daarna zal duidelijk worden of de partijen de adviezen van de Raad van State zullen overnemen.


